Vragen van het lid Bosman (VVD) aan de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
over het verschil in schuldpositie van Aruba tussen de rapportages van de Centrale
Bank van Aruba en de rapportages van het CAFT (College Aruba financieel Toezicht)
(ingezonden 31 maart 2016).
Antwoord van Minister Plasterk (Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties) (ontvangen
18 april 2016).
Vraag 1
Deelt u de mening dat Aruba een land is dat niet te maken heeft met een recente regeringswissel?
Zo neen, waarom niet?
Vraag 2
Deelt u de mening dat Aruba een land is dat niet te maken heeft met een coalitieregering?
Zo neen, waarom niet?
Vraag 3
Deelt u de mening dat Aruba een land is dat zijn financiële zaken niet goed op orde
heeft? Zo neen, waarom niet?
Antwoord 3
Zoals u bekend hebben de zorgen die de Rijksministerraad had over de houdbaarheid
van de overheidsfinanciën van Aruba aanleiding gegeven tot het instellen van financieel
toezicht en afspraken over een bijbehorend traject naar een begrotingsoverschot in
begrotingsjaar 2018 en verder, ter reductie van de staatsschuld.
Conform de afspraken werkt Aruba op dit moment aan het duurzaam op orde krijgen van
de overheidsfinanciën. Het College Aruba financieel toezicht (CAft) adviseert de regering
van Aruba en indien nodig de Rijksministerraad op basis van de Landsverordening Aruba
tijdelijk financieel toezicht (LAft) over het door de regering van Aruba gevoerde
financieel beleid. Het jaar 2015 heeft Aruba op grond van de voorlopige cijfers ruimschoots
binnen de tekortnorm uit de LAft van 3,7% afgerond. De eerste positieve resultaten
zijn daarmee zichtbaar.
Echter, zo waarschuwt ook het CAft, de houdbaarheid van de financiën op de lange termijn
vergen nog de nodige structurele maatregelen en hervormingen. Het CAft zal hier op
toezien.
Vraag 4
Heeft Nederland onlangs ingestemd met de mogelijkheid voor Aruba om internationaal
geld te lenen? Zo neen, waarom niet? Zo ja, waarom heeft Nederland hier mee ingestemd?
Antwoord 4
Ja, op grond van artikel 29 Statuut dient de regering van Aruba een verzoek tot aangaan
van een buitenlandse geldlening ter instemming voor te leggen aan de Rijksministerraad.
De Rijksministerraad kan instemming alleen onthouden wanneer de belangen van het Koninkrijk
zich daartegen verzetten.
Ik heb advies gevraagd aan het CAft. Het CAft heeft geadviseerd in te stemmen met
deze geldlening.
Aangezien de belangen van het Koninkrijk zich niet tegen dit verzoek verzetten, heeft
de Rijksministerraad ingestemd met het verzoek van Aruba.
Vraag 5
Kunt u aangeven wat het begrotingstekort van Aruba in 2015 was? Zo neen, waarom niet?
Antwoord 5
Het College Aruba financieel toezicht rapporteert in haar reactie (te vinden op
www.cft.cw) op de vierde uitvoeringsrapportage van Aruba dat de voorlopige cijfers 2015 een
realisatie laten zien van in totaal AWG 1.253 miljoen aan middelen en AWG 1.351 miljoen
aan uitgaven, waardoor het tekort uitkomt op AWG 98 miljoen (2,0% van het BBP).
Hierbij plaatst het College wel de kanttekening dat twee incidentele posten verantwoordelijk
zijn voor het realiseren van dit tekort, te weten de kwijtschelding van de schuld
van Aruba aan de Sociale Verzekeringsbank (SVb) van AWG 60,5 miljoen en de invoering
van de Voldoening op Aangifte Systeem (VAS), waarbij inkomsten uit de winstbelasting
2016 naar voren zijn gehaald. De VAS samen met de invorderingsactie hebben geleid
tot een meeropbrengst in 2015 ten opzichte van de begroting van AWG 74,8 miljoen.
Deze incidentele meevallers, tezamen goed voor 2,7% van het BBP, nuanceren het beeld
en maken duidelijk dat de structurele uitdagingen blijven bestaan voor de regering
van Aruba.
Vraag 6
Kunt u aangeven waarom het bedrag van het begrotingstekort volgens de Centrale Bank
van Aruba anders is dan genoemd in de cijfers van het CAFT? Zo neen, waarom niet?
Antwoord 6
De verschillen in cijfers tussen het Land en de CBA zijn een jaarlijks in meer of
mindere mate terugkerend verschijnsel. Dit verschil is met name te verklaren uit het
feit dat de financiële overzichten van het land Aruba (conform de comptabiliteitswetgeving)
op transactiebasis zijn opgesteld, en enkel het land Aruba omvatten. De Centrale Bank
van Aruba daarentegen stelt haar overzichten op kasbasis (kasstelsel) op. Tevens betreft
dit een geconsolideerd overzicht van ontvangsten en uitgaven van het land samen met
de investeringen van het Fondo Desaroyo Aruba (FDA), en hanteert de CBA een eigen
set van economische classificaties van uitgaven en ontvangsten, welke afwijkt van
die van het Land.
Een voorbeeld waarbij dit tot verschillen leidt is de dividenduitkering van overheidsbedrijven.
De CBA verantwoordt deze op het moment van ontvangst, terwijl het land deze verantwoordt
op het moment dat het besluit tot uitkering door de aandeelhoudersvergadering is genomen.
Vraag 7
Wilt u deze vragen afzonderlijk beantwoorden?