Vragen van het lid Hoogland (PvdA) aan de Minister van Infrastructuur en Milieu over
veiligheidsnormen voor gemeentelijke bruggen en viaducten (ingezonden 8 december 2015).
Antwoord van Minister Schultz van Haegen-Maas Geesteranus (Infrastructuur en Milieu),
mede namens de Minister voor Wonen en Rijksdienst (ontvangen 14 april 2016).
Vraag 1
Herinnert u zich uw antwoord op eerdere vragen over het bericht «Miljardenverspilling
om bruggen te «verbeteren»»? 1
Vraag 2
In hoeverre maken gemeenten gebruik van «de mogelijkheid om rekening te houden met
een andere samenstelling van het verkeer en dus met een andere verkeersbelasting»?
Indien u hier geen inzicht in heeft, bent u bereid dit voor een aantal representatieve
gemeenten na te gaan?
Antwoord 2
Ik heb hier geen inzicht in. In mijn brief van 27 oktober 2015 heb ik in antwoord
op genoemde eerdere vragen aangegeven dat ik niet verantwoordelijk ben voor de veiligheidsbeoordeling
en vervanging van gemeentelijke bruggen en kunstwerken, maar de gemeenten zelf. U
vraagt mij nu de werkwijze van de gemeenten en daarmee de eventuele problematiek nader
in beeld te brengen. Ik heb dit besproken met de Minister voor Wonen en Rijksdienst
aangezien de van toepassing zijnde regelgeving voor de constructieve veiligheid van
bestaande bruggen is vastgelegd in het Bouwbesluit 2012, dat onder zijn verantwoordelijkheid
valt. Uitkomst is dat de Minister voor Wonen en Rijksdienst een verkennend onderzoek
laat uitvoeren naar de toepassing van deze regelgeving bij de beoordeling van bestaande
bruggen door gemeenten. Over de uitkomsten van dit onderzoek wordt u medio oktober
geïnformeerd door de Minister voor Wonen en Rijksdienst. Rijkswaterstaat wordt vanuit
haar expertise met de toepassing van deze regelgeving voor bruggen betrokken bij dit
onderzoek.
Vraag 3
In hoeverre maken gemeenten gebruik van de mogelijkheid «om via verkeersbeperkende
maatregelen (bebording) de maximale belasting op kunstwerken te beperken»? Indien
u hier geen inzicht in heeft, bent u bereid dit voor een aantal representatieve gemeenten
na te gaan?
Antwoord 3
Zie antwoord 2.
Vraag 4
Is het voor gemeenten potentieel een probleem dat zij de gewichtsbeperkingen/bebordingen
niet zelf handhaven, maar dat deze taak is belegd bij de Inspectie Leefomgeving en
Transport (ILT)?
Antwoord 4
Gewichtsbeperkingen/bebordingen vinden hun grondslag in de Wegenverkeerswet. Voor
het toezicht op de Wegenverkeerswet zijn verschillende toezichthouders aangewezen,
waarbij de politie de handhaver in algemene zin is.
De ILT is dus slechts één van de toezichthouders, die toeziet op een specifiek deel
van de Wegenverkeerswet. De ILT is voor wat betreft gewichtsbeperkingen/ bebordingen
uitsluitend bevoegd tot handhaving bij beroepsvervoer of eigen vervoer dat verricht
wordt met een vrachtauto ten aanzien waarvan in strijd wordt gehandeld met regelgeving
inzake de Wegenverkeerswet 1994. Dat betreft onder andere eisen aan belading en de
daarmee gepaarde gaande asbelasting van voertuigen.
Vraag 5
Welke kosten zijn gemoeid met het verkrijgen van betrouwbare en voldoende meetgegevens
voor de duizenden gemeentelijke bruggen en viaducten? Welke partijen kunnen deze metingen
verrichten?
Antwoord 5
Zie antwoord 2.
Vraag 6
Zijn de hoge kosten in de praktijk reden voor gemeenten om niet over te gaan tot metingen
en daarmee niet over te gaan tot afwijking van de standaardnorm?
Antwoord 6
Ik heb daar geen beeld van. Dit aspect zal worden meegenomen in het in antwoord 2
genoemde verkennend onderzoek.
Vraag 7
Deelt u de mening dat de maatschappelijke baten van reële normen voor gemeentelijke
kunstwerken ruimschoots opwegen tegen de kosten die met een meetprogramma hiervoor
gepaard gaan?
Antwoord 7
Zie antwoord 2.
Vraag 8
Welke acties onderneemt het Rijk om gemeenten bij te staan bij het verkrijgen van
betrouwbare meetgegevens? Heeft het lopende overleg al tot concrete resultaten geleid?
Bent u bereid de Kamer over de voortgang hiervan te informeren?
Antwoord 8
Zoals ik heb aangegeven in antwoord 4 van mijn brief van 27 oktober 2015 participeert
Rijkswaterstaat reeds in het overleg over de toepassing van de Eurocodes, de nationale
bijlagen en de NEN 8700. Rijkswaterstaat brengt daar expertise in onder andere met
betrekking tot het verkrijgen van meetgegevens. Momenteel wordt door TNO onderzoek
uitgevoerd naar de belasting van gemeentelijke bruggen. De resultaten daarvan worden
besproken in een NEN-werkgroep. Bij het in antwoord 2 genoemde verkennende onderzoek
zal dit lopende onderzoek en de discussie in de NEN-werkgroep worden betrokken.
Vraag 9
Bent u bereid in samenwerking met de Nederlandse gemeenten een meetprogramma gemeentelijke
kunstwerken op te zetten, om te komen tot reële normen voor gemeentelijke kunstwerken?
Zo ja, wanneer denkt u deze samenwerking te kunnen opstarten? Zo nee, waarom niet
en hoe draagt u bij aan het komen tot reële normen voor gemeentelijke kunstwerken?
Antwoord 9
Op basis van de uitkomsten van het verkennend onderzoek zullen eventuele vervolgacties
worden geformuleerd.
X Noot
1Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2015–2016, nr. 419