Vraag 3 en 4
Kunt u aangeven in hoeverre u de samenwerking van de rijksoverheid, door het subsidiëren
van «KIMO» in het kader van de Green Deals, met de tabaksfirma Japan Tobacco International
(JTI) vindt passen binnen het geschetste kader van het FCTC?
In hoeverre vindt u het acceptabel dat een dergelijke samenwerking plaatsvindt, terwijl
u op 10 november 2015 in uw brief naar gemeenten (betreffende: «omgang gemeenten met
de tabaksindustrie») artikel 5.3 onder de aandacht heeft gebracht?
Antwoord 3 en 4
Op 20 november 2014 is de Green Deal Schone Stranden (GDSS) in werking getreden.
Dit is een initiatief van verschillende partijen, waaronder het Ministerie van Infrastructuur
en Milieu, om zwerfvuil op stranden tegen te gaan. Het bestrijden van zwerfafval vraagt
om gedragsverandering van de burger. Die gedragsverandering kan ook worden gestimuleerd
door betrokkenheid van de producenten.
Daarom is het wenselijk dat producenten van zwerfafvalgevoelige items (zoals peuken)
ook hun verantwoordelijk nemen in het bestrijden ervan. In de Landelijke Aanpak Zwerfafval
die in december aan uw Kamer is gestuurd (TK 2015–2016, 30 872, nr. 202) vraag ik daarom de sigarettenbranche haar verantwoordelijkheid te nemen.
Sigarettenpeuken zijn volgens expert judgement een van het meest gevonden afval op
toeristische stranden. De aanpak van de peukenproblematiek is daarom opgenomen als
speerpunt in de GDSS. Bij deze aanpak is de tabaksfirma Japan Tobacco International
(JTI) betrokken. JTI heeft een Toolkit en een aanpak genaamd «laat je peuk niet alleen»
ontwikkeld.
Gemeenten kunnen gebruik maken hiervan.
De Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport heeft op 21 september 2015
jl. een de verduidelijking van artikel 5.3 WHO-Kaderverdrag inzake tabaksontmoediging,
aan de Kamer gestuurd. Met deze verduidelijking schetst de Staat der Nederlanden hoe
dit artikel begrepen moet worden. Onder andere wordt aangegeven dat «samenwerking
met de tabakslobby in publiekactiviteiten tegen het roken, andere publieke evenementen
of activiteiten die onder de noemer van maatschappelijk verantwoord ondernemen worden
ontplooid, in strijd zijn met artikel 5.3 WHO-Kaderverdrag» en dat «contacten met
de tabaksindustrie moeten worden beperkt tot uitvoeringstechnische kwesties.»
De GDSS is van start gegaan voordat deze verduidelijking was gegeven en loopt door
tot 2020. Ik heb de GDSS, gelet op de resterende doorlooptijd, opnieuw bestudeerd.
Ik ben van mening dat voortzetting van de GDSS in de huidige vorm niet meer acceptabel
is gelet op de huidige invulling van artikel 5.3 WHO-kaderverdrag. Ik ga onderzoeken
hoe de GDSS voort te zetten zonder dat de tabaksindustrie hierbij als partij betrokken
is. Daarbij bekijk ik op welke wijze de tabaksindustrie, binnen de kaders van artikel
5.3 WHO Kaderverdrag, aangesproken kan blijven worden op het voorkomen van zwerfafval
door sigarettenpeuken vanuit haar producentenverantwoordelijkheid.
De organisatie KIMO, een vereniging van kustgemeenten, voert het secretariaat van
deze Green Deal en heeft hiervoor een contract met het Ministerie van Infrastructuur
en Milieu. Het KIMO heeft geen direct contact met JTI.
Vraag 5
Kunt u aangeven in hoeverre het Ministerie van Infrastructuur en Milieu, of andere
ministeries, nog meer subsidies verstrekt heeft aan organisaties die, al dan niet
opgemerkt, banden hebben met de tabaksindustrie? Zo nee, bent u bereid hier onderzoek
naar te doen?
Antwoord 5
Binnen mijn ministerie is het beleid er niet op gericht om subsidiebeschikkingen te
geven aan organisaties die banden hebben met de tabaksindustrie. Hier wordt op gelet.
We hebben de administratie erop nagegaan en we zijn geen subsidies tegengekomen die
zijn verstrekt aan organisaties die banden hebben met de tabaksindustrie. Dit geldt
ook voor het Ministerie van VWS.