Vragen van de leden Monasch en Marcouch (beiden PvdA) aan de Staatssecretaris van
Infrastructuur en Milieu over passagiers die grote vertraging hebben opgelopen op
Schiphol door een overboekt vliegtuig (ingezonden 22 maart 2016).
Antwoord van Staatssecretaris Dijksma (Infrastructuur en Milieu) (ontvangen 7 april
2016).
Vraag 1
Bent u bekend met het artikel «Passagiers Air Arabia urenlang opgesloten op vlucht
Amsterdam-Nador» d.d. 20 maart 2016?1
Vraag 2
Hoeveel vluchten per jaar kennen dergelijke vertragingen? Hoe vaak worden burgers
hiervoor gecompenseerd?
Antwoord 2
Navraag bij Air Arabia heeft geleerd dat de vertraging in dit geval werd veroorzaakt
doordat een van de bemanningsleden plotseling ziek was geworden. Vanwege veiligheidseisen
moet het aantal passagiers afgestemd zijn op de hoeveelheid cabinepersoneel. Dat is
de reden dat er 21 passagiers van boord moesten. Dit gebeurde overigens op vrijwillige
basis.
Hoeveel vluchten jaarlijks zijn vertraagd in verband met het ziek worden van cabinepersoneel
is niet te achterhalen. Het is echter een situatie die voor zover bekend bij de Inspectie
Leefomgeving en Transport (ILT) slechts zelden voorkomt.
Vraag 3
Deelt u de mening dat passagiers nooit de dupe mogen worden van het feit dat een vliegtuig
overboekt is?
Antwoord 3
Ja. Overboeking van een vlucht is op zichzelf niet verboden, maar luchtvaartpassagiers
zijn via een Europese Verordening4 (verder: de Verordening) wel beschermd ten aanzien van instapweigering, onder meer
als dit het gevolg is van overboeking. Zij hebben dan recht op bijstand en compensatie.
Overigens was op deze betreffende vlucht geen sprake van overboeking. Door het late
uitvallen van één van de leden van het cabinepersoneel was onverwacht het aantal passagiers
te hoog. Het verlagen van het aantal passagiers is in een dergelijk geval verplicht
op grond van veiligheidseisen.
Vraag 4
Hoe worden passagiers over mogelijke compensatie geïnformeerd? Deelt u de mening dat
het initiatief voor een dergelijke compensatie bij de luchtvaartmaatschappijen zelf
gelegd moet worden?
Antwoord 4
In algemene zin stelt de Verordening eisen aan luchtvaartmaatschappijen ten aanzien
van de informatievoorziening richting passagiers. Zo moeten passagiers zowel bij het
inchecken, als in geval van een instapweigering en bij vertraging of annulering van
de vlucht geïnformeerd worden. Bij een instapweigering moet de luchtvaartmaatschappij
passagiers «onmiddellijk» compenseren en bijstand verlenen. In geval van vertraging
ligt het initiatief hiervoor bij de passagier zelf.
Vraag 5
Welke mogelijkheden zijn er om op te treden tegen maatschappijen waarbij dit soort
vertragingen zich vaker voordoen?
Antwoord 5
Het gaat hier om een specifieke situatie die zich, voor zover ik kan nagaan, niet
vaak voordoet. Op basis van de nu beschikbare informatie heeft de ILT geen overtreding
geconstateerd, daarom is optreden niet aan de orde.
Wat betreft vluchtvertragingen in het algemeen is de ILT de aangewezen toezichthouder
op de naleving van de Verordening door luchtvaartmaatschappijen. Dat doet de ILT onder
andere in de vorm van het behandelen van klachten van passagiers over de naleving
en door systeemtoezicht. In dat kader controleert de ILT bij luchtvaartmaatschappijen
of zij de uitvoering van de Verordening adequaat geregeld hebben. Ook voert de ILT
jaarlijks een aantal inspecties uit op de Nederlandse luchthavens naar de naleving
van deze Verordening. Als bij inspecties of uit de behandeling van passagiersklachten
blijkt dat maatschappijen de Verordening niet of niet voldoende naleven, zal de ILT
handhavend optreden.
Vraag 6
Waarom is het niet mogelijk om in dergelijke gevallen gebruik te maken van noodzakelijke
voorzieningen, zoals in dit geval het innemen van drinkwater?
Antwoord 6
De passagiers bevonden zich al aan boord. De vluchtoperatie en ook het welzijn aan
boord van de passagiers vallen onder de verantwoordelijkheid van de gezagvoerder en
het is aan de bemanning ter plekke om te bepalen welke voorzieningen nodig zijn om
aan te bieden. De situatie aan boord valt buiten de werkingsfeer van de Verordening.
Vraag 7
Kunt u aangeven waarom er in dit specifieke geval niet is ingegrepen door bijvoorbeeld
extra personeel of middelen te sturen naar dit vliegtuig?
Antwoord 7
Dat soort zaken is vaak niet zo maar even te regelen, hoe vervelend een en ander ook
is voor de passagiers. Extra personeel is niet zomaar voorhanden op andere luchthavens
dan de thuisbasis van een luchtvaartmaatschappij en zou dan moeten worden ingevlogen.
In dit geval betrof het een avondvlucht, vertrekkend van een voor Air Arabia buitenstation.
Daarbij komt dat cabinepersoneel is gecertificeerd voor bepaalde typen toestellen
en dus niet zo maar op elk toestel mag werken.
X Noot
4Verordening (EG) Nr. 261/2004 van 11 februari 2004 tot vaststelling van gemeenschappelijke
regels inzake compensatie en bijstand aan luchtreizigers bij instapweigering en annulering
of langdurige vertraging van vluchten