Vragen van het lid Jacobi (PvdA) aan de Minister van Economische Zaken over het retourneren
van kleding bij Perry Sport (ingezonden 9 maart 2016).
Antwoord van Minister Van der Steur (Veiligheid en Justitie), mede namens Minister
van Economische Zaken (ontvangen 7 april 2016).
Vraag 1
Bent u op de hoogte van de berichtgeving over het retourneren van kleding bij Perry
Sport?1
Vraag 2, 3
Klopt het dat consumenten geen geld meer terugkrijgen als gevolg van het faillissement?
Klopt het dat giftcards en andere cadeaubonnen ook niet meer ingewisseld kunnen worden?
Antwoord 2, 3
In geval van faillissement gelden bijzondere regels ten aanzien van het afwikkelen
van vorderingen. Wanneer een winkel een cadeaubon uitgeeft, is in feite sprake van
een tegoed dat later door de consument naar keuze mag worden besteed. Er is daarmee
sprake van een vordering. Consumenten die een cadeaubon hebben die voor de faillietverklaring
is uitgegeven door de failliete onderneming, zullen net als andere schuldeisers deze
vordering kunnen indienen bij de curator die verantwoordelijk is voor de afwikkeling
van het faillissement. De cadeaubon kan dus niet meer op de gebruikelijke wijze verzilverd
worden.
Vraag 4, 5
Klopt het dat als online besteld wordt bij Perry Sport, er wel geretourneerd kan worden
omdat er een wettelijk retourrecht bestaat dat 14 dagen geldt?
Klopt het dat dit 14 dagen online retourrecht ook geldt bij surseance en faillissement?
Zo nee, hoe is dit dan geregeld?
Antwoord 4, 5
In beginsel hebben consumenten op grond van de wet (artikel 6:230o van het Burgerlijk
Wetboek) voor onder andere online aankopen recht op een bedenktermijn van 14 dagen.
De bedenktermijn geeft de consument de mogelijkheid om de koopovereenkomst binnen
14 dagen zonder opgave van redenen te ontbinden. Zolang er geen sprake is van surseance
van betaling of faillissement van de verkoper, kan de consument zelf afdwingen dat
de verkoper zijn uit de bedenktermijn voortvloeiende verplichtingen nakomt. Het gaat
er dan vooral om dat de consument na de ontbinding van de overeenkomst zijn aankoopbedrag
terugkrijgt.
Wanneer de consument gebruikmaakt van de bedenktermijn terwijl de verkoper in surseance
van betaling verkeert of failliet is verklaard, verandert de situatie. De consument
kan dan nog steeds de overeenkomst ontbinden, maar dient zijn vordering tot terugbetaling
van het aankoopbedrag bij de bewindvoerder (in geval van surseance) of de curator
(in geval van faillissement) in te dienen. Of de consument uiteindelijk een uitbetaling
zal krijgen, is afhankelijk van de hoogte van de boedelopbrengst, die door de curator
aan het einde van het faillissement onder de schuldeisers wordt verdeeld (de wettelijke
boedelverdeling). Veelal is de boedelopbrengst ontoereikend om alle schuldeisers volledig
te voldoen.
In sommige gevallen kan de curator beslissen om de ondernemingsactiviteiten (het «bedrijf»)
van de failliete onderneming na de faillissementsdatum nog enige tijd voort te zetten.
Dit zal hij doen indien dit in het belang is van de schuldeisers, en dus als er zodoende
meer geld in de boedel vloeit waarmee de vorderingen van de schuldeisers kunnen worden
voldaan. Ook een webwinkel kan door de curator nog enige tijd worden voortgezet. De
curator is in dat geval op gelijke voet met gewone ondernemers gebonden aan de wettelijke
regeling over de bedenktermijn bij «koop op afstand». Bij het voortzetten van het
bedrijf ziet de curator er dus op toe dat de rechten van de consumenten worden gerespecteerd.
Dit geldt uiteraard ook voor aanspraken die verband houden met het gebruikmaken van
de bedenktermijn. Vorderingen die ontstaan tijdens faillissement hebben de rang van
boedelschuld en worden bij de verdeling van de boedelopbrengst met voorrang voldaan.
Voor surseance van betaling geldt een vergelijkbare regeling.
Vraag 6
Indien de vorige vraag bevestigend wordt beantwoord, waarom geldt dit dan niet voor
fysieke winkels? Waarom bestaat dan deze vreemde vorm van rechtsongelijkheid tussen
online en offline aankopen?
Antwoord 6
Als consumenten in de winkel kopen, hebben ze de mogelijkheid om het product te bekijken
en te beoordelen. In geval van kleding bieden de meeste winkels consumenten de mogelijkheid
om het kledingstuk te passen voordat het gekocht wordt. Consumenten hebben bij aankopen
in de winkel in tegenstelling tot bij aankopen op afstand geen wettelijke bedenktermijn.
In geval van koop of afstand heeft de consument de eerder genoemde bedenktermijn.
De bedenktermijn strekt ter bescherming van de consument die – in tegenstelling tot
een consument die in een winkel een product koopt – niet de mogelijkheid heeft gehad
om het product voorafgaand aan het sluiten van de koopovereenkomst (goed) te beoordelen.
Ook de op afstand kopende consument kan op deze manier de tijd nemen om het product
goed te bekijken en te passen, en eventueel terug te sturen als het product (toch)
niet bevalt.
Vraag 7
Welke acties kunt u ondernemen om te waarborgen dat de consumentenbescherming intact
blijft bij surseance van betaling en faillissement?
Antwoord 7
Zoals ik hiervoor heb opgemerkt, gelden de regels van het consumentenrecht onverkort
als de ondernemingsactiviteiten tijdens de surseance van betaling of het faillissement
met instemming van de bewindvoerder of curator worden voortgezet. De bewindvoerder
of curator ziet erop toe dat die regels ook daadwerkelijk worden nageleefd. Wanneer
de curator de ondernemingsactiviteiten niet voortzet, is alleen de wettelijke boedelverdeling
aan de orde.