Vragen van het lid Bergkamp (D66) aan de Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn
en Sport over gedragstherapieën voor Gilles de la Tourette voor jeugd (ingezonden
18 maart 2016).
Antwoord van Staatssecretaris Van Rijn (Volksgezondheid, Welzijn en Sport) (ontvangen
31 maart 2016).
Vraag 1
Kent u de Europese richtlijnen voor de behandeling van tics (een plotselinge, spontane,
korte samentrekking van een spier of spiergroepen) en Gilles de la Tourette, en de
voorkeur die deze richtlijn uitspreekt voor gedragstherapie ten opzichte van medicatie?1
Vraag 2, 3, 4
In hoeverre klopt het dat na de invoering van de Jeugdwet 2015 de mogelijkheden voor
gedragstherapieën bij tics en Gilles de la Tourette flink zijn afgenomen? Zo ja, in
welke mate, en wat is hiervoor de reden? Zo nee, kunt u dat cijfermatig onderbouwen?
Zijn u problemen bekend met het vergoeden van gedragstherapie door gemeenten?
In hoeverre klopt het dat het expertisecentra, zoals HSK Expertise Tics, niet gelukt
is om contracten met gemeenten af te sluiten, omdat er veelal sprake is van bovenregionale
zorg? Kunt u aangeven of deze zorg wel bovenregionaal wordt ingekocht? Zo ja, op welke
wijze en in welke mate?
Antwoord 2, 3, 4
Gedragstherapie voor de behandeling van Gilles de la Tourette wordt zowel regionaal
als bovenregionaal ingekocht door gemeenten. Daarbij wordt de beschikbaarheid per
regio of gemeente niet bijgehouden. Ik heb evenwel geen signalen ontvangen dat sinds
de invoering van de Jeugdwet het aanbod van gedragstherapie voor kinderen met Gilles
de la Tourette is afgenomen.
De therapeutische behandeling van tics en Gilles de la Tourette vergt specifieke deskundigheid.
De HSK Groep is één van de aanbieders die deze deskundigheid in huis heeft. Overigens
heeft de Vereniging Nederlandse Gemeenten in het voorjaar 2015 de bereidheid uitgesproken
om voor het zorgaanbod dat door HSK Expertisecentrum Tics wordt geboden aan jeugdigen
een landelijk raamcontract te sluiten. Dit betekent dat als kinderen uit een bepaalde
gemeente een behandeling krijgen van die aanbieder, dit dan gebeurt tegen het landelijk
overeengekomen tarief en de landelijk overeengekomen voorwaarden. Het HSK Expertisecentrum
Tics heeft hier echter geen gebruik van gemaakt.
Vraag 5
Deelt u de mening dat het onwenselijk is als er onnodig naar medicatie wordt gegrepen,
omdat de gedragstherapiebehandeling niet meer lokaal te krijgen is, waardoor mensen
vanwege bijvoorbeeld een te lange reisafstand daarvan afzien? Zo ja, welke oplossingen
ziet u hiervoor ogen?
Antwoord 5
Het is de professionele verantwoordelijkheid van de behandelaar om te beoordelen hoe
tics en Gilles de la Tourette in het individuele geval moet worden behandeld. De professional
stelt in samenspraak met de patiënt een behandelplan op. Ik vind het van belang dat
bij de behandeling van een patiënt door de behandelaar een goede afweging gemaakt
wordt tussen de medische noodzaak en het belang van de patiënt, en dat bij die behandeling
zoveel mogelijk de richtlijn van de beroepsgroep gevolgd wordt. Voor de behandeling
van de patiënt dient er overeenstemming te zijn tussen de behandelaar en de patiënt
(of diens wettelijk vertegenwoordiger).
Vraag 6
Heeft u inzicht in hoeverre er sprake is van een trend naar meer medicatiegebruik
bij de behandeling van tics en Gilles de la Tourette? Zo nee, bent u bereid dit te
laten onderzoeken? Zo ja, kunt u de cijfers daarvan met de Kamer delen?
Antwoord 6
Nee, er bestaat geen inzicht in hoeverre geneesmiddelen gebruikt worden bij de behandeling
van tics en Gilles de la Tourette. Er zijn geen specifieke geneesmiddelen die voorgeschreven
worden bij Gilles de la Tourette. Wel kan in sommige gevallen een antipsychoticum,
zoals Haldol of Risperdal, worden voorgeschreven bij ernstige tics, maar deze hebben
veel bijwerkingen. Omdat deze middelen ook bij andere psychische stoornissen (met
psychoses) worden voorgeschreven is niet duidelijk in hoeverre deze geneesmiddelen
worden gebruikt bij de behandeling van tics en Gilles de la Tourette.
Van belang is tevens dat voor de behandeling van de tics bij Gilles de la Tourette,
niet medicamenteuze behandeling, maar gedragstherapie een eerste keuze is. Daardoor
kan bij een groot deel van de patiënten een aanzienlijke vermindering van de tics
worden bereikt. Gelet hierop zie ik onvoldoende aanleiding om hier onderzoek naar
te laten doen.
Vraag 7
Bent u bereid in gesprek te gaan met de Stichting Gilles de la Tourette om te kijken
naar mogelijke oplossingen om onnodige medicalisering tegen te gaan? Zo nee, waarom
niet?
Antwoord 7
Doordat gemeenten de inkoop van gedragstherapeutische behandeling voor kinderen met
tics en Gilles de la Tourette zowel regionaal als bovenregionaal hebben ingekocht,
kan er een wisselend beeld ontstaan in de mate de beschikbaarheid van deze zorg. Dit
laat onverlet dat gemeenten deze zorg wel moeten kunnen aanbieden. Wanneer er problemen
ontstaan bij de mate van beschikbaarheid moet dit in het gemeentelijke domein worden
opgelost.
Vraag 8
Bent u bereid deze vragen te beantwoorden voor het verzamel-Algemeen overleg Jeugdhulp
voorzien op 31 maart 2016?