Vragen van het lid Van Toorenburg (CDA) aan de Staatssecretaris van Veiligheid en
Justitie over het bericht «Opstand Vught neergeslagen» (ingezonden 12 februari 2016).
Antwoord van Staatssecretaris Dijkhoff (Veiligheid en Justitie) (ontvangen 29 maart
2016)
Vraag 1 en 2
Kunt u bevestigen dat in januari 2016 gedetineerden in de PI Vught voor ernstige incidenten
hebben gezorgd, als gevolg waarvan leden van het IBT (Intern Bijstands Team) moesten
ingrijpen om de veiligheid in de inrichting te waarborgen? Wanneer hebben deze incidenten
plaatsgevonden?1
Wat was de aanleiding voor de inzet van het IBT? Klopt het dat de gedetineerden op
deze terroristenafdeling voor ernstige ongeregeldheden en vernielingen hebben gezorgd?
Antwoord 1 en 2
In januari 2016 heeft zich geen incident voorgedaan in de PI Vught en is derhalve
het IBT niet ingezet. Op 19 december 2015 is het IBT vanwege agressief gedrag van
enkele gedetineerden wel ingezet in voormelde PI. Betrokkenen zijn door het IBT overgebracht
naar de afzonderingscel.
Vraag 3
Zijn er gewonden gevallen onder de medewerkers van de Dienst Justitiele Inrichtingen
(DJI) als gevolg van deze incidenten? Zo ja, hoeveel en wat is de aard van hun verwondingen?
Hoe zijn zij er inmiddels aan toe?
Antwoord 3
Er is één lid van het IBT lichtgewond geraakt op 19 december 2015. De leiding van
het IBT heeft aangifte gedaan tegen twee gedetineerden in verband met de tegen het
IBT gerichte agressie.
Vraag 4
Komt het vaker voor dat de gedetineerden op de terroristenafdeling van de PI Vught
en van de PI Rotterdam zich op deze ontoelaatbare wijze laten gelden? Welke maatregelen
worden tegen hen genomen teneinde nieuwe incidenten, waarvan een gevaar uitgaat voor
de veiligheid van de medewerkers en openbare orde in het algemeen, te voorkomen?
Antwoord 4
In 2015 is het – naast eerdergenoemde keer op 19 december 2015 – één andere keer voorgekomen
dat gedetineerden op de terroristenafdeling van de PI Vught of van de PI Rotterdam
op ernstige wijze de orde hebben verstoord. Dit was in de PI Vught op 1 november 2015.
Twee gedetineerden zijn destijds naar aanleiding van een ernstige ordeverstoring op
de door het IBT naar een afzonderingscel overgebracht. Teneinde nieuwe incidenten
te voorkomen, blijven de medewerkers van de PI Vught en de PI Rotterdam in gesprek
met de gedetineerden en wordt bij ontoelaatbaar gedrag opgetreden.
Vraag 5
Kunt u de veiligheid garanderen van de medewerkers die dagelijks in contact komen
met de gedetineerden van de terroristenafdelingen? Krijgen zij voldoende mentale bijstand
en fysieke hulp om hun zware werkzaamheden op deze afdelingen te verrichten?
Antwoord 5
Binnen het regime op de terroristenafdeling zijn maatregelen ingebouwd die op de veiligheid
van de hier werkzame ervaren penitentiair inrichtingswerkers zijn gericht. Daarbij
is de personeelsbezetting zodanig (er werken vijf personeelsleden per dienst) dat
men in koppels kan werken en voldoende back-up heeft. Voorts is binnen de PI Vught
en de PI Rotterdam – daar waar nodig – voldoende expertise om de personeelsleden mentaal
en fysiek te ondersteunen in hun werkzaamheden.
Vraag 6
Hoeveel penitentiaire werkers zijn beschikbaar per gedetineerde op deze afdelingen?
Is voldoende capaciteit beschikbaar, juist om hun eigen veiligheid te kunnen waarborgen?
Kunt u ook ingaan op de capaciteit van de IBT’s in de PI Vught en de PI Rotterdam
waar gedetineerden op terroristenafdeling verblijven?
Antwoord 6
Zowel in de PI Rotterdam als in de PI Vught is met vijf penitentiair inrichtingswerkers
per dienst voldoende personeel aanwezig. Er is geen sprake van onderbezetting van
personeel. Het IBT is eveneens in beide inrichtingen op sterkte en in staat om waar
nodig op een professionele wijze in te grijpen.
Vraag 7
Welke door u reeds aangekondigde maatregelen zijn inmiddels in werking gesteld en
welke maatregelen zijn nog meer noodzakelijk om (verdere) radicalisering van gedetineerden
op deze terroristenafdelingen tegen te gaan? Welk verband legt u tussen mogelijk verdergaande
radicalisering op deze afdelingen en de hierboven genoemde incidenten?
Antwoord 7
In mijn brief van 3 juli jl. heb ik uw Kamer meegedeeld dat ik het noodzakelijk acht
om meer maatwerk mogelijk te maken binnen de Terroristenafdelingen opdat de samenleving
optimaal beschermd wordt, verspreiding van extremistisch gedachtengoed wordt tegengegaan,
recht wordt gedaan aan de individuele omstandigheden in detentie en een veilige terugkeer
naar de samenleving kan worden bevorderd. Ik deel het standpunt dat moet worden voorkomen
dat gedetineerden radicaler en dus gevaarlijker uit detentie komen dan zij erin gingen.
In voormelde brief heb ik daarom aangekondigd te onderzoeken of een meer gedifferentieerd
plaatsingsbeleid mogelijk is. Voorwaarde die ik hieraan heb verbonden is dat eerst
een beoordelingsinstrument beschikbaar dient te zijn, aan de hand waarvan de veiligheidsrisico’s
en de verspreidingsrisico’s van extremistisch gedachtengoed in kaart kunnen worden
gebracht. Zoals in de vierde voortgangsrapportage Actieprogramma Integrale Aanpak
Jihadisme aan de uw Kamer gemeld, is een eerste versie van dit beoordelingsinstrument
per 1 november 2015 beschikbaar. Ook is inmiddels een aanvang gemaakt met de toepassing
van het instrument op de in de Terroristenafdelingen verblijvende gedetineerden. Zodra
een gedegen analyse beschikbaar is van de resultaten, zal ik uw Kamer informeren over
de maatregelen die ik wil treffen voor meer maatwerk op de Terroristenafdelingen.
X Noot
1«Opstand Vught neergeslagen», De Telegraaf, donderdag 10 februari 2016.