Vragen van het lid Van Laar (PvdA) aan de Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking
over hulp aan vrouwelijke en minderjarige slachtoffers van ontvoeringen door Boko
Haram in Nigeria (ingezonden 18 februari 2016).
Antwoord van Minister Ploumen (Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking) (ontvangen
23 maart 2016).
Vraag 1
Bent u bekend met het onderzoek «Bad Blood»1 van International Alert en Unicef over de situatie van Nigeriaanse vrouwen en kinderen
die na een ontvoering door Boko Haram trachten terug te keren in hun gemeenschappen?
Antwoord 1
Ja. International Alert heeft samen met Unicef dit rapport gepubliceerd. International
Alert is een strategische partner van BZ.
Vraag 2
In hoeverre bent u verrast door de bevindingen in dit rapport?
Antwoord 2
Ik ben niet verrast door de bevindingen in dit rapport. Schaamte, stigmatisering en
verstoting zijn helaas bekende problemen waar slachtoffers van seksueel geweld mee
kampen.
Vraag 3
In welke vorm en mate worden deze vrouwen reeds ondersteund en waar ziet u, al dan
niet vanuit Nederland, mogelijkheden voor verbetering?
Antwoord 3
Nederland levert hulp aan de slachtoffers van Boko Haram in de getroffen gebieden
in noordoost Nigeria. Zo geven we EUR 5,6 miljoen aan de Dutch Relief Alliance, bestaande
uit de Nederlandse organisaties Save the Children, Oxfam Novib, Stichting Vluchteling
en Tear. Dit programma houdt zich onder andere bezig met de training van gemeenschapsleiders
op het gebied van traumaverwerking en verwijst slachtoffers zo nodig door naar gespecialiseerde
hulp.
Naast deze directe steun geeft Nederland ook algemene bijdragen aan internationale
noodhulporganisaties en -fondsen die in Nigeria minderjarige en vrouwelijke slachtoffers
van Boko Haram bijstaan. Organisaties als Unicef, IOM, en International Alert bieden
psychosociale hulp aan deze groep vanuit het besef dat dit cruciaal is voor het bouwen
aan een toekomst voor de slachtoffers. Unicef heeft in 2015 meer dan 120.000 kinderen
die zijn blootgesteld aan geweld en mishandeling van psychosociale hulp voorzien.
International Alert heeft in de getroffen gebieden radioprogramma’s gelanceerd over
stigmatisering en seksueel geweld en geeft hierover workshops in vluchtelingenkampen.
De EU financiert in noordoost Nigeria een humanitair programma dat zich voornamelijk
richt op gezondheidszorg en bescherming van vluchtelingen en slachtoffers van geweld
door Boko Haram.
Ook de Nigeriaanse overheid biedt slachtofferhulp. Er is onder andere een centrum
voor Post Traumatic Stress Disorderopgericht in Kano en een opvangcentrum geopend voor slachtoffers.
Vraag 4
Deelt u de opvatting dat de meeste hulp die vanuit onder andere Nederland naar Nigeriaanse
kinderen en vrouwen gaat veelal preventief is, en daarmee niet de juiste hulp biedt
aan deze reeds beschadigde groep? Zo ja, bent u bereid om hier gezien deze groeiende
problematiek in bij te sturen?
Antwoord 4
Nee, deze opvatting deel ik niet. De meeste hulp ondersteunt de opvang en reintegratie
van slachtoffers van Boko Haram. Wel is het zo dat bevrijde kinderen en vrouwen vaak
verstoten worden uit hun gemeenschap en daardoor moeilijk toegang hebben tot humanitaire
hulp. Het probleem is niet zozeer het gebrek aan hulp, maar dat de geboden hulp de
doelgroep niet altijd bereikt. Waar mogelijk vestigen we de aandacht op dit probleem,
bijvoorbeeld via de Nederlandse ambassade in Abuja, onze contacten met de internationale
hulporganisaties en onze inbreng in het beleidsproces in Brussel. Met de campagne
#FutureForOurGirls heb ik ook zelf op Internationale Vrouwendag, samen met Unicef
en International Alert, aandacht gevraagd voor de uitsluiting van vrouwen en meisjes
en opgeroepen tot directe zorg voor deze kwetsbare groep.
Vraag 5
Wat is de stand van zaken betreffende de betrokkenheid van de Nederlandse ambassade
bij het verbeteren van de positie van meisjes en vrouwen, waar Minister Koenders tijdens
het Algemeen overleg over Nigeria en Boko Haram in april 2015 over sprak?
Antwoord 5
De rol van de ambassade in Abuja richt zich vooral op het monitoren en volgen van
de humanitaire hulpinspanningen van de internationale gemeenschap, zowel VN-instellingen
als NGOs, inclusief de Dutch Relief Alliance. De ambassade brengt regelmatig bezoeken
aan het noordoosten, onder andere om in beeld te krijgen hoe de hulpinspanningen verlopen,
en heeft bij de VN aangedrongen op een meer actieve informatievoorziening. De VN houdt
nu reguliere briefings voor de internationale gemeenschap over de situatie in het
noordoosten, waardoor internationale donoren een beter beeld hebben van de ontwikkelingen
en de respons van de VN. Ook brengt de ambassade het onderwerp van kwetsbare vrouwen
en kinderen op bij verschillende gesprekspartners, waaronder het Victims Support Fund
van de Nigeriaanse overheid en het Presidential Initiative to the North East. De Nederlandse
ambassadeur in Abuja bracht de kwestie recent ter sprake in een onderhoud met de gouverneur
van de noordoostelijke deelstaat Borno en onderhoudt intensief contact met een aantal
maatschappelijke organisaties in Nigeria.
Vraag 6
Wat doet de Nederlandse regering eraan om te zorgen dat deze vrouwen voldoende psychosociale
en medische hulp ontvangen?
Antwoord 6
Zie antwoord vraag 3.
X Noot
1Onderzoeksrapport Bad Blood van International Alert en Unicef, februari 2016