Vragen van het lid Bontes (Groep Bontes/Van Klaveren) aan de Minister van Veiligheid en Justitie over het bericht «Alarm om relatie psychotherapeute met gedetineerde» (ingezonden 8 september 2015).

Antwoord van Staatssecretaris Dijkhoff (Veiligheid en Justitie) (ontvangen 5 oktober 2015). Zie ook Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2015–2016, nr. 139.

Vraag 1

Bent u bekend met het artikel «Alarm om relatie psychotherapeute met gedetineerde»?1

Antwoord 1

Ja.

Vraag 2

Deelt u de mening dat het zeer onwenselijk is dat medewerkers van het Nederlands Instituut voor Forensische Psychiatrie en Psychologie (NIFP) en/of door het NIFP ingezette experts, relaties onderhouden met gedetineerden?

Antwoord 2

Met betrekking tot relaties tussen personeel van DJI, of door het Rijk ingehuurd personeel, met gedetineerden heeft het personeel een meldingsplicht. Vervolgens worden passende maatregelen genomen om (de schijn van) belangenverstrengeling te voorkomen. Dat is ook in het geval van de betreffende psychotherapeut gebeurd. Met haar zijn afspraken gemaakt over het uitvoeren van haar werkzaamheden in verband met deze ex-relatie. Zo is afgesproken dat zij geen pro Justitia-rapportages meer verricht in die delen van het land waar ook haar ex-man verblijft en geen onderzoeken verricht in de PI waar hij zich bevindt. Deze transparantie in combinatie met de genomen voorzorgsmaatregelen bieden voldoende garantie voor haar professionaliteit en integriteit.

Vraag 3

Zo ja, hoe is het mogelijk dat deze psychotherapeute tot op de dag van vandaag gewoon door kan gaan met haar werkzaamheden?

Antwoord 3

Op grond van bovengenoemde voorzorgsmaatregelen wordt (de schijn van) belangenverstrengeling voorkomen. De professionaliteit van de betreffende psychotherapeute staat niet ter discussie. Zij kan haar werkzaamheden adequaat uitvoeren.

Vraag 4

Staat het protocol van NIFP het toe dat een psychotherapeute in het huwelijk treedt met een langgestrafte gedetineerde en dat zij vervolgens haar werkzaamheden voortzet?

Antwoord 4

De betreffende psychotherapeute is niet in dienst van het NIFP maar werkzaam als freelance rapporteur. Zij had al een relatie met haar ex-man voordat deze het delict pleegde.

De betrokkene heeft het plegen van het delict door haar ex-man zelf gemeld (conform de gedragscode van het Nationaal Register Gerechtelijk Deskundigen (NRGD) en conform de geldende regels. De psychotherapeute houdt zich daarmee aan de gemaakte afspraken. De combinatie van de genomen voorzorgsmaatregelen en de professionaliteit van de psychotherapeute vormen voor het NIFP geen reden de samenwerking te beëindigen.

Vraag 5

In hoeverre klopt het dat de relatie tussen de gedetineerde en de psychotherapeute niet is vermeld in de jaarlijkse herregistratie van de psychotherapeute?

Antwoord 5

Het NRGD toetst de vakbekwaamheid van de gerechtelijke deskundigen conform de geldende richtlijnen. De psychotherapeute heeft voldaan aan deze richtlijnen.

Psychologen werken tevens volgens de beroepscode van het Nederlands Instituut voor Psychologen (NIP) die zich richt op de relatie met de patiënt/onderzochte. Hierin staat dat psychologen onafhankelijk en objectief moeten kunnen optreden. Zij houden professionele en niet-professionele rollen strikt gescheiden, zodat die elkaar niet kunnen beïnvloeden. Dit om te zorgen dat zij een professionele afstand tot de betrokkene(n) bewaren en de belangen van de betrokkene niet schaden. De vakbekwaamheid van de betreffende psychotherapeute heeft nooit ter discussie gestaan.

Vraag 6

In welke mate heeft de onderzoekster haar collega’s kunnen beïnvloeden rond onderzoeken jegens haar partner?

Antwoord 6

Het NIFP heeft de rapporteur bemiddeld die de ex-man van de psychotherapeute heeft onderzocht. De psychotherapeute is hierover niet geïnformeerd. Ook de onderzoeker van haar ex-man is onderworpen aan de richtlijnen van het NRGD en de beroepscode van het NIP.

Vraag 7

Welke maatregelen zijn er genomen om deze onwenselijke situaties, die belangenverstrengeling in de hand werken, in de toekomst te voorkomen?

Antwoord 7

Zie het antwoord op vraag 2.

Toelichting:

Deze vragen dienen ter aanvulling op eerdere vragen terzake van het lid Helder (PVV), ingezonden 2 september 2015 (vraagnummer 2015Z15538)


X Noot
1

Telegraaf, 1 september 2015.

Naar boven