Vragen van het lid Jacobi (PvdA) aan de Minister van Infrastructuur en Milieu over
het gebrek aan autoafzetplaatsen langs de Rijn in Duitsland (ingezonden 9 februari
2016).
Antwoord van Minister Schultz van Haegen-Maas Geesteranus (Infrastructuur en Milieu)
(ontvangen 4 maart 2016).
Vraag 1
Kent u het bericht «Autosteigers langs de Rijn: hot item!», alsook de open brief van
de Binnenvaartkrant aan de directeur van het Bundesanstalt für Wasserbau (BAW)?1
Vraag 2
Hoe oordeelt u over de strekking van het artikel en de open brief, waarin uiteengezet
wordt dat het steeds verder toenemende tekort aan autoafzetplaatsen voor de binnenvaart
problemen met zich brengt voor de veiligheid aan boord, bemanningswisselingen, alsook
het tijdig bedienen van bedrijven langs de Rijn?
Antwoord 2
Als de sector een toenemend tekort aan autoafzetplaatsen in Duitsland constateert,
is het goed dat men zich tot de betreffende autoriteiten richt en met concrete voorbeelden
komt.
In de Europese TEN-corridorstudies zijn geen specifieke Duitse ligplaatsknelpunten
op de Rijn aangegeven, afgezien van Lobith op de Nederlands-Duitse grens. Navraag
bij het Duitse ministerie leert dat men zich bewust is van het probleem.
Vraag 3
Deelt u de mening dat het ontbreken van voldoende autoafzetplaatsen langs het Duitse
deel van de Rijn de Nederlandse binnenvaart schade toebrengt, temeer daar veel Nederlandse
binnenvaartschepen van de Rijn gebruikmaken?
Antwoord 3
Ik deel het belang van voldoende autoafzetplaatsen en ligplaatsen en pak geconstateerde
ligplaatstekorten in Nederland in het MIRT aan.
Een tekort aan autoafzetplaatsen kan, zoals ook aangegeven in de open brief, voor
bemanningswisseling of om sociale redenen een belemmering vormen voor de binnenvaart.
Vraag 4 en 5
Bent u bereid om in overleg te treden met het BAW over het in het artikel geschetste
probleem? Zo nee, waarom niet?
Welke andere mogelijkheden heeft u internationaal gezien om invloed uit te oefenen
op Duitsland, teneinde tot meer autoafzetplaatsen voor Nederlandse binnenvaartschippers
te komen?
Antwoord 4 en 5
De aanleg van autoafzetplaatsen en ligplaatsen betreft een zaak van de Duitse deelstaten
(de zgn. Länder) voor zo ver het plaatsen in binnenhavens betreft, en van de federale
overheid als het om plaatsen daarbuiten gaat. Ik heb naar aanleiding van uw vragen
de kwestie aan de orde gesteld in mijn reguliere contacten met de Duitse federale
overheid. Men heeft mij meegedeeld dat er een programma loopt ter uitbreiding van
het aantal ligplaatsen. Echter, de aanleg van dergelijke voorzieningen stuit vaak
op bezwaren van omwonenden en gaat daarom langzamer dan gepland. Ik heb mijn contactpersoon
bij de federale overheid ook gevraagd de signalen door te geleiden naar de verantwoordelijke
regionale autoriteiten.
Daarnaast verwacht ik dat de binnenvaartsector het gesignaleerde tekort aan ligplaatsen
ook zelf via de internationale binnenvaartbrancheorganisaties in Duitsland en bij
de Europese Commissie in Brussel laat horen.
Voor wat betreft de in de ingezonden brief genoemde concrete locaties waar ligplaatstekorten
zich voordoen, dient de sector zich te richten tot de betrokken Länder.
Vraag 6
Bent u bereid om er in internationaal verband voor te pleiten dat de wal op meer plaatsen
langs de Rijn multimodaal toegankelijk wordt, waardoor ook de wisselwerking tussen
het weg- en watertransport wordt gestimuleerd?
Antwoord 6
In internationaal verband wordt een multimodale corridoraanpak nagestreefd in TEN-T,
waarbij ook aandacht is voor openbare binnenhavens. Ik ondersteun deze benadering
en mijn nationale en internationale inzet sluit hier dan ook op aan.
Ik zal het belang van voldoende autoafzetplaatsen en ligplaatsen langs de Rijn in
de CCR en de EU naar voren brengen.
De toegankelijkheid van kades en binnenhavens is primair wel een zaak voor gemeente
en private eigenaren.
Vraag 7
Bent u bereid om met de Nederlandse binnenvaartsector in overleg te treden en kennis
te nemen van de zorgen en eventuele oplossingen met betrekking tot dit probleem? Zo
nee, waarom niet?
Antwoord 7
Ik heb regelmatig overleg met de brancheorganisaties, op bestuurlijk niveau, maar
ook in reguliere overleggen als het OTNB (waarin onder andere de CCR-vergaderingen
voorbesproken worden). Het staat de organisaties uiteraard vrij om ook dit punt op
te brengen.
Verder is het aan de binnenvaartsector zelf om het tekort aan autoafzetplaatsen helder
te maken en via de internationale binnenvaartvertegenwoordigers bij de Duitse overheid
onder de aandacht te brengen.
Vraag 8
Kunt u deze vragen beantwoorden voorafgaand aan het eerstvolgende Algemeen overleg
Scheepvaart?