Vragen van het lid Van Gerven (SP) aan de Staatssecretaris van Economische Zaken over
het bericht «Krijgt vermeende subsidiefraude in vissector toch een strafrechtelijk
staartje» (ingezonden 25 januari 2016).
Mededeling van Staatssecretaris Van Dam (Economische Zaken) (ontvangen 5 februari
2016).
Vraag 1
Welke lessen heeft u geleerd van de casus viskweeksubsidies voor de ondernemer Van
Rijsingen en welke lessen trekt u uit de extreem hoge foutenpercentages bij de verlening
van vissubsidies? Gaat u zaken anders doen? Wat gaat u doen om het gebrekkige toezicht
op de verlening van vissubsidies te adresseren? Wilt u in uw antwoord ook ingaan op
de aspecten fysieke controles en onafhankelijke controles?
Vraag 2
Bent u bereid om de Algemene Rekenkamer te verzoeken om de uitgifte van vissubsidies
en de controle daarop door te lichten, waarbij tevens naar de casus viskweeksubsidies
voor de ondernemer Van Rijsingen wordt gekeken?
Vraag 3
Hoe gaat u in toekomstige subsidiebeschikkingen borgen dat er geen sprake is van oneerlijke
concurrentie met bestaande ondernemers?
Vraag 4
Hoe kunt u rechtvaardigen dat volgens de Europese Unie de subsidiegelden onterecht
waren uitgegeven – en van Nederland worden teruggevorderd – terwijl Nederland niets
doet om de onterecht uitgekeerde subsidiegelden bij de ontvanger terug te krijgen?
Vraag 5
Bent u alsnog bereid om aangifte bij het Openbaar Ministerie te doen inzake fraude
met subsidievoorwaarden en om het subsidiegeld terug te halen? Zo nee, waarom zijn
er volgens u geen aanwijzingen dat er hier sprake is van strafbare feiten en kunt
u toelichten waar u de grens trekt tussen het niet voldoen aan subsidievoorwaarden
(ander soort vis, geen derde locatie) en fraude of valsheid in geschrifte?
Vraag 6
Kunt u nader toelichten waarom de EU een ander terugvorder- en subsidievoorwaardenbeleid
hanteert dan de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO)? Waarom heeft u niet
dezelfde subsidievoorwaarden overgenomen van de EU? Neemt u hiermee doelbewust het
risico dat de Nederlandse overheid subsidies uitgeeft die het niet terugvordert terwijl
het geld wel door de EU van Nederland wordt teruggevorderd? Waar in de begroting heeft
u dergelijke verliesposten ingecalculeerd? Welk bedrag aan onterecht uitgekeerde vissubsidies
vordert de EU terug? Welk bedrag daarvan vordert Nederland bij de subsidieontvangers
terug? Bent u bereid om alsnog de EU-subsidievoorwaarden en het terugvorderbeleid
over te nemen?
Vraag 7
Is er een consistent terugvorder- en sanctiebeleid bij de Nederlandse overheid? Wordt
er bijvoorbeeld bij onterecht uitgekeerde bijstandsuitkeringen in geval van niet voldoen
aan de voorwaarden hetzelfde coulante terugvorderbeleid gebezigd als bij het terugvorderen
van onterecht uitgekeerde vissubsidies?
Vraag 8
Hoe voorkomt u rechtsongelijkheid als per geval op onduidelijke criteria wordt bekeken
of subsidie wordt teruggevraagd of niet?
Vraag 9
Bent u bereid om het Europees Bureau voor Fraudebestrijding (OLAF) te verzoeken het
betreffende rapport aan de Kamer ter inzage te geven?
Vraag 10
Is het verstrekken van subsidiegeld met een foutenpercentage van 22% een verantwoorde
besteding van belastinggeld?
Vraag 11
In uw antwoord1 over de uitvoering van de motie Polderman2 schrijft u: «Een adviescommissie zal de ingediende projecten beoordelen onder andere
op basis van de mate van duurzaamheid»; hoe is in het geval van viskweeksubsidies
voor de ondernemer Van Rijsingen hieraan getoetst? Op welke wijze heeft dit project
aan duurzaamheid bijgedragen?
Vraag 12
Hoe kan het dat iemand die rommelt met subsidievoorwaarden, zitting heeft in het Topteam
Agri & Food?3 Vindt u niet dat personen die hierin plaatsnemen een voorbeeldfunctie hebben? Vreest
u niet dat dit impliciet de boodschap uitstraalt dat er gerommeld mag worden met subsidies?
Vraag 13
Zijn er regels in het topsectorenbeleid om te voorkomen dat personen die zitting hebben
in de topteams zelf aanspraak maken op gelden uit de topsectoren? Zo nee, welke waarborgen
zijn er ingebouwd om belangenverstrengeling te voorkomen?
Vraag 14
Erkent u in retroperspectief dat het beter was dat de ondernemer Van Rijsingen geen
dubbelpositie had waarbij hij en de speerpunten van het subsidiebeleid kon bepalen
en zelf subsidie ontving? Gaat u acties ondernemen om dergelijke belangenconflicten
in de toekomst te voorkomen?
Mededeling
De Kamervragen van de heer Van Gerven (SP) over het bericht «Krijgt vermeende subsidiefraude
in vissector toch een strafrechtelijk staartje» (ingezonden 25 januari jl., kenmerk
2016Z01340) kunnen helaas niet binnen de gestelde termijn beantwoord worden. Dit vanwege de
hiervoor benodigde afstemming.
Ik zal u de beantwoording zo spoedig mogelijk toezenden.
X Noot
1Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2015–2016, nr. 977