Vragen van het lid Van Nispen (SP) aan de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en
Sport over het bericht dat sport voor kinderen onbetaalbaar wordt (ingezonden 13 januari
2016).
Antwoord van Minister Schippers (Volksgezondheid, Welzijn en Sport) (ontvangen 29 januari
2016).
Vraag 1
Deelt u de mening dat het ernstig is dat een groeiend aantal Nederlanders geen sportclubs
meer kan betalen voor hun kinderen?1
Antwoord 1
Ja, sport moet betaalbaar zijn voor iedereen. Daarom wordt de motie van Van Dekken
(Kamerstuk 33 750-XVI, nr. 55) uitgevoerd en ondersteun ik samen met de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid
het Jeugdsportfonds met een meerjarensubsidie van ruim € 1,2 miljoen om sport toegankelijk
te houden voor kinderen die opgroeien in een gezin met een laag inkomen.
Vraag 2
Wat vindt u ervan dat het Jeugdsportfonds afgelopen jaar ruim 42.000 kinderen, bijna
een kwart meer jongeren dan het jaar daarvoor, heeft geholpen om te kunnen sporten
door financieel bij te dragen? Kunt u uw antwoord toelichten?
Antwoord 2
Ik vind het positief dat het Jeugdsportfonds via zijn regionale en lokale geledingen
in staat is steeds meer middelen te verwerven, waardoor voor een toenemend aantal
kinderen dat opgroeit in een gezin met een laag inkomen sporten mogelijk wordt/blijft.
Vraag 3, 4
Hoe oordeelt u over het bericht dat de contributies van sportclubs al jarenlang fors
zijn verhoogd, omdat de lasten waar sportclubs mee te maken hebben zijn gestegen?
Kunt u uw antwoord toelichten?
Wat is uw reactie op de uitspraak van de stichting Waarborgfonds Sport dat de rek
er bij veel verenigingen uit is? Kunt u uw antwoord toelichten?
Antwoord 3, 4
Een van de belangrijkste uitgaven die sportverenigingen doen is de uitgave aan huur
die zij aan de gemeente betalen. Eerder heb ik u het rapport van het Mulier Instituut
toegestuurd over de uitgaven van gemeenten aan sport (Kamerstuk 30 234, nr. 138). Over heel Nederland bezien blijven deze gelijk, maar zonder inflatie correctie.
Er zijn gemeenten waar bezuinigd wordt op de sport. Gemeenten zijn echter autonoom
in hun beslissingen omtrent de uitgaven aan sport. De Stichting Waarborgfonds sport
geeft aan dat hoewel zij vinden dat de rek er bij de verenigingen uit is, zij ook
zien dat het percentage verenigingen waarvan zij de financiële situatie als problematisch
of matig waarderen, nagenoeg gelijk gebleven is.3 Er lijkt dus een stabilisatie plaats te vinden.
Vraag 5
Heeft u er zicht op welke (soorten) sportverenigingen moeite hebben het hoofd boven
water te houden, en zijn hierin verschillen te zien in bepaalde regio’s? Bent u bereid
dit uit te zoeken en de Kamer hierover te informeren? Zo neen, waarom niet?
Antwoord 5
NOC*NSF heeft in de Sportaanbiedersmonitor 20154 de verenigingen ook gevraagd naar de financiële armslag. Zij concluderen dat met
name de verenigingen met 100 tot 500 leden minder financiële armslag hebben. Het is
echter niet bekend of hierin ook regionale verschillen zijn. NOC*NSF zet zich momenteel
in om beter inzicht te krijgen in alle ontwikkelingen rondom sportverenigingen. De
resultaten van de Sportaanbiedersmonitor zijn vrij beschikbaar voor iedereen.
Vraag 6
Deelt u de mening dat het belang van meer en beter bewegingsonderwijs groot is, gelet
op het feit dat steeds meer ouders geen geld meer hebben om hun kinderen te laten
sporten, en de school dé plek is waar alle kinderen de mogelijkheid krijgen te leren
sporten en bewegen? Zo neen, waarom niet?
Antwoord 6
School is een van de plekken waar kinderen veel zijn en kunnen (leren) bewegen. Mijn
collega van Onderwijs heeft met de onderwijsraden de ambitie uitgesproken dat vanaf
2017 iedere basisschoolleerling 2 lesuren bewegingsonderwijs per week ontvangt, gegeven
door een bevoegd (vak)docent. Scholen die nu al twee uur geven worden aangemoedigd
om te streven naar 3 lesuur. Ik ondersteun deze ambitie.
Vraag 7
Welke maatregelen gaat u treffen om ervoor te zorgen dat de lasten voor sportverenigingen
niet buitensporig hoog worden, en dat alle kinderen kansen en mogelijkheden krijgen
om te kunnen sporten? Kunt u uw antwoord toelichten?
Antwoord 7
Zoals eerder aangegeven zijn met name de banden tussen de gemeente en de sportvereniging
van groot belang. Ik volg de uitgaven van gemeenten aan de sport op de voet. Wel zijn
gemeenten zoals eerder aangegeven autonoom in hun beslissingen.
Sinds 4 januari kunnen verenigingen gebruik maken van de subsidieregeling Energiebesparing
en duurzame energie sportaccommodaties, hiermee kunnen verenigingen flink besparen
op de energielasten.
Lokale sportaanbieders kunnen subsidie aanvragen via het subsidieprogramma Sportimpuls
waarvan een groot deel bestemd is voor het deelprogramma Sportimpuls Jeugd in lage
inkomensbuurten. Voorts zal het kabinet naar aanleiding van het aanvaarde amendement
Van Dekken en Yücel (Kamerstuk 34 300, nr. 17) 5 miljoen euro extra beschikbaar stellen om meer kinderen uit gezinnen met een laag
inkomen de kans te geven om mee te doen aan sportactiviteiten.