Vragen van het lid Mei LiVos (PvdA) aan de Minister van Economische Zaken over zogenaamde
Multi Level Marketing bedrijven (ingezonden 10 juli 2015).
Antwoord van Minister Kamp (Economische Zaken) (ontvangen 28 september 2015) Zie ook
Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2014–2015, nr. 3258
Vraag 1
Kunt u een overzicht verschaffen van het aantal en type ondernemers dat «lid is van»,
of zich heeft aangesloten bij Multi Level Marketing (MLM) bedrijven?1 Welke soorten van belastingen dragen deze ondernemers af? Hoeveel belasting in totaal
wordt afgedragen door ondernemers die via MLM inkomsten genereren?
Antwoord 1
Deze gegevens zijn mij niet bekend. De aansluiting bij een Multi Level Marketingbedrijf
is geen criterium waarop ondernemers worden onderscheiden bij hun inschrijving in
het Handelsregister, bij de Belastingdienst of in de gegevensverzameling voor statistische
doeleinden.
Vraag 2
Indien u geen antwoord kunt geven op de eerste vraag, wilt u laten onderzoeken hoeveel
waarde in werkgelegenheid en belastingen MLM-bedrijven toevoegen aan de Nederlandse
economie?
Antwoord 2
Nee. Vanwege de beperkte schaal alsmede de informele wijze van ondernemen, is objectieve
informatie moeilijk te vergaren. Bovendien is de toelaatbaarheid van een handelwijze
niet afhankelijk van de vraag of het al dan niet om grote bedragen of veel mensen
gaat. Dit zal dus voor de inhoudelijke beoordeling van het al dan niet toelaatbaar
zijn van MLM geen verschil mogen maken.
Vraag 3
Kunt u nader toelichten waarom in uw ogen het falen van kleine ondernemers in zijn
algemeenheid, maar bij MLM- en franchiseconcepten in het bijzonder, met (eenzijdige)
onderzoeksplicht kan worden voorkómen?
Antwoord 3
Aspirant ondernemers worden benaderd met allerlei aanbiedingen. Het is raadzaam om
dóór te vragen en de aanbieder zo nodig om schriftelijke onderbouwing van de voorgespiegelde
verdiensten te verzoeken. Ook advies inwinnen bij derden over de gedane aanbieding
kan verstandig zijn. Als voldoende onderzoek wordt uitgevoerd, mag men aannemen dat
de aspirant ondernemer niet in zal gaan op een aanbod dat onduidelijk is of waarmee
zijn belangen niet zijn gediend. Schade kan daarmee effectief worden voorkomen.
Vraag 4
Deelt u de mening dat een objectieve «voorlichtingsplicht» vanuit de concepteigenaar
(een MLM-bedrijf of franchisegever) een effectiever middel is om falen van de kleine
onderneming te voorkómen én daarmee onnodige maatschappelijke kosten te vermijden?
Zo nee, waarom niet?
Antwoord 4
Het is in het belang van de aspirant ondernemer om zich goed te laten voorlichten
en niet op aanbiedingen in te gaan zolang er informatie ontbreekt of niet op schrift
wordt gesteld. Ook bij een voorlichtingsplicht moet de aspirant ondernemer de geboden
informatie, die immers niet vanzelfsprekend juist of volledig zal zijn, kritisch beschouwen.
Vraag 5 en 6
Is het waar dat in het verdienmodel van onder andere het bedrijf ACN, dat diensten
en producten in de energie- en telecomsector verkoopt, mensen worden verleid om voor
500 euro te investeren in producten die al snel bijna onverkoopbaar blijken te zijn?
Is het waar dat mensen dan al snel teleurgesteld blijken te zijn, maar vervolgens
een uitweg aangeboden krijgen door zelf mensen te lokken om dezelfde onverkoopbare
producten te gaan verkopen, waarmee wél geld verdiend kan worden? Zo nee, waarom niet?
Kunt en wilt u het bovengenoemde «verdienmodel», waar ACN gebruik van maakt, ter toetsing
voorleggen aan de Autoriteit Consument en Markt (ACM), het openbaar ministerie en
de Kansspelautoriteit (KSA)? Kunt u hen daarbij vragen om dit «verdienmodel» te toetsen
aan de relevante wetgeving ter zake van oplichting en misleiding in het Burgerlijk
Wetboek en Wetboek van Strafrecht, wetgeving ter zake van piramidespelen en wetgeving
ter zake van oneerlijke handelspraktijken in Boek 6 van het BW?
Antwoord 5 en 6
Het is niet aan mij om te bepalen of mensen door het verdienmodel van ACN worden misleid,
laat staan of ze erdoor kunnen worden geprikkeld om willens en wetens anderen te misleiden.
Dit laatste is aan de betrokken toezichthouders en uiteindelijk aan de rechter om
te beoordelen.
Ik heb het verzoek om naar het verdienmodel van ACN te kijken doorgeleid naar de ACM.
Tevens heb ik het Ministerie van Veiligheid en Justitie verzocht om het verzoek naar
de Ksa en het OM door te geleiden.
Vraag 7
Deelt u de mening dat de uitzending van het tv-programma Rambam van 10 juni jl. een
goede waarschuwing zou kunnen zijn voor aspirant ondernemers? Zo ja, bent u vervolgens
bereid de ACM en KSA te vragen om deze uitzending met dit doel op hun website te plaatsen?
Zo nee, waarom niet?
Antwoord 7
Ik laat mij niet uit over mogelijke overtredingen door individuele bedrijven. Het
is aan de genoemde toezichthouders om te bepalen of sprake is van een overtreding
en of consumenten hiertegen gewaarschuwd moeten worden. Wel heb ik de ACM en de Ksa
op de hoogte gesteld van de problematiek rondom MLM. Het is aan hen om te beoordelen
of eventueel optreden noodzakelijk is. De bedoelde uitzending is overigens online
te vinden en te bekijken door eenieder die daarin interesse heeft.
X Noot
1Zie ook Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2014–2015, nr. 2825