Vragen van het lid Smaling (SP) aan de Minister van Infrastructuur en Milieu over
het afschaffen van het bouwverbod aan de kust (ingezonden 22 december 2015).
Antwoord van Minister Schultz van Haegen-Maas Geesteranus (IM), mede namens de Staatssecretaris
van Economische Zaken (ontvangen 20 januari 2016).
Vraag 1
Wat is uw opvatting over de landschappelijke kwaliteit van de Belgische kust?
Antwoord 1
De Belgische kust is niet mijn beleidsterrein. Daarom vind ik het lastig om daar een
opvatting over te geven. Wat mij wel opvalt is dat de Belgische kust een stuk minder
lang is dan de Nederlandse kustlijn en dat deze, wellicht daarom, veel intensiever
gebruikt wordt. De Nederlandse kustlijn is op de meeste plekken leeg en wordt op enkele
plekken intensief gebruikt. Over de Nederlandse kustlijn kan ik wel een opvatting
geven. Deze vind ik mooi zoals deze nu is, leeg en met veel ruimte voor de natuur.
Dat wil ik graag zo houden.
Vraag 2
Wat is de reden dat er, vooruitlopend op de discussie rond de algemene maatregelen
van bestuur van de Omgevingswet, via de ministerraad separaat besloten is tot het
opheffen van het algemene bouwverbod in de kuststrook?1
Antwoord 2
Uit de Nationale Visie Kust (2013, Deltaprogramma) is gebleken dat het kustsysteem
op orde en toekomstbestendig is. Daarom kunnen er vanuit waterveiligheid minder stringente
eisen gesteld worden. Tevens hebben de betrokken overheden in de Nationale Visie Kust
aangegeven dat de kust in de toekomst veilig blijft, aantrekkelijker en economisch
sterker wordt. Daarnaast heeft het Rijk in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte
(SVIR, 2012) aangegeven om waar mogelijk de ruimtelijke ordening meer over te laten
aan gemeenten en provincies en om meer ruimte te bieden voor regionaal maatwerk. Het
beleid uit de Beleidslijn kust uit 2007 paste niet geheel meer bij de voorgaande uitgangspunten.
Deze uitgangspunten zijn vervolgens gehanteerd bij de herziening van de Beleidslijn
kust en de regels met betrekking tot het bouwen in de kustzone, zoals die zijn opgenomen
in het ontwerpbesluit tot wijziging van het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening
(Barro). De ministerraad heeft met deze wijziging ingestemd en wordt aan de Eerste
en Tweede Kamer voorgelegd. Daarmee wordt regelgeving aangepast aan het nieuwe beleid.
De inwerkingtreding van de Omgevingswet wordt voorzien in 2018.
Vraag 3
Op welk moment gaat dit besluit in, waar bestaat dit besluit uit en aan welke criteria
moeten bouwwerken voldoen? Op welke wijze kunnen kustgemeenten, waterschappen, Hoogheemraadschappen,
provincies en burgers beroep en bezwaar aantekenen tegen dit voorgenomen besluit?
Antwoord 3
De nieuwe regels vanuit het Rijk voor bouwen in de kustzone zijn opgenomen in het
ontwerpbesluit tot wijziging van het Barro. Dit ontwerpbesluit wordt u samen met de
antwoorden op deze schriftelijke vragen aangeboden. Voor de inhoud van het ontwerpbesluit
verwijs ik u naar de nota van toelichting bij het ontwerpbesluit. Het ontwerpbesluit
is tevens in de Staatscourant bekend gemaakt om eenieder de gelegenheid te geven hierover
gedurende vier weken zienswijzen kenbaar te maken. Het besluit zal na voorhang bij
de Eerste en Tweede Kamer, inspraak en advisering door de Afdeling advisering van
de Raad van State, naar de huidige planning medio 2016 in werking treden.
Vraag 4
Waarom wordt via een ontheffing op deze wet, te weten het inspiratiecentrum Grevelingen
op de Brouwersdam, een initiatief aangegrepen om wetgeving te forceren?
Antwoord 4
Het genoemde initiatief was alleen mogelijk indien er op inhoudelijke argumenten vanuit
de waterveiligheid, geen bezwaren zouden zijn tegen dit initiatief. Het is mij gebleken
dat er vanuit waterveiligheid geen bezwaren waren.
Vraag 5
Heeft het bijna afgesloten Jaar van de Ruimte u geïnspireerd tot deze beslissing?
Antwoord 5
Nee, dit staat los van elkaar.
Vraag 6
Kunt u een reactie geven op «Bescherm de kust», een campagne tegen de wildgroei aan
bouwinitiatieven aan de kust van de Zeeuwse en Zuid-Hollandse eilanden, die door zes
natuurorganisaties is gestart?
Antwoord 6
Ik ben bekend met deze campagne. Uit de belangstelling voor de campagne maak ik op
dat veel mensen begaan zijn met de Nederlandse kust. Daar ben ik blij mee. Veel mensen
zien het belang van een mooie kust, waar gewandeld en gefietst kan worden.
Vraag 7
Bent u bereid met de opheffing van het algemeen bouwverbod te wachten tot hierover
is gedebatteerd in de Kamer? Wilt u tot het Algemeen overleg Omgevingswet dat op 21 januari
gepland staat geen onomkeerbare stappen nemen? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 7
Het ontwerpbesluit wordt voorgehangen bij uw Kamer en de Eerste Kamer en in de Staatscourant
bekendgemaakt. De voorlegging geschiedt in het kader van de wettelijk voorgeschreven
procedure op grond van artikel 4.3, vijfde lid, van de Wet ruimtelijke ordening. De
wettelijk voorgeschreven termijn voor deze voorhang is vier weken, zodat er voldoende
gelegenheid is om hierover met uw Kamer te debatteren, indien uw Kamer dat wenselijk
acht.
X Noot
1Trouw, 19 december 2015. «Bouwen mag straks ook in de duinen»