Vragen van de leden Kerstens, Owtin vanDijk en Tanamal (allen PvdA) aan de Ministers
van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en van Volksgezondheid, Welzijn en Sport
over het bericht «Zorgadviseur» strijkt 68.000 euro op» (ingezonden 9 december 2015).
Antwoord van Minister Plasterk (Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties) mede namens
de Minister Volksgezondheid, Welzijn en Sport (ontvangen 13 januari 2016).
Vraag 1
Kent u het bericht «Zorgadviseur» strijkt 368.000 euro op»1 en herinnert u zich eerdere vragen over een oud-topman van een zorginstelling die
na zijn vertrek nog 235.000 bij dezelfde instelling verdiende?2
Antwoord 1
Het bericht is mij bekend. Ja, ik herinner mij die vragen nog.
Vraag 2
Is het waar dat, na zijn vertrek in 2013 als bestuursvoorzitter bij zorginstelling
Reinier van Arkel, deze oud-topman in 2013 en 2014 van dezelfde instelling, als adviseur,
in totaal nog € 368.000 ontving? Zo nee, wat is er dan niet waar?
Antwoord 2
Blijkens de openbare jaarrekening 2013 van de Stichting Reinier van Arkel bedroeg
de bezoldiging van betrokkene in 2013 € 190.835. Blijkens de jaarrekening 2014 bedroeg
de bezoldiging van betrokkene in 2014 € 184.668. Betrokkene is volgens de jaarstukken
tot 1 februari 2013 voorzitter van de Raad van Bestuur geweest. Daarna is hij tot
en met 31 december 2014 adviseur van de Raad van Bestuur geweest.
Vraag 3
Zijn de genoemde betalingen aan de ex-topman van Reinier van Arkel geheel conform
de Wet Normering Topinkomens, met name die ten aanzien van interim-mers? Zo ja, waarom?
Zo nee, waarom niet?
Antwoord 3
Blijkens de jaarstukken was betrokkene van 1 februari 2013 tot en met 31 december
2014 adviseur Raad van Bestuur. In de door de accountant gecontroleerde jaarstukken
wordt hij in die periode als gewezen bestuurder aangemerkt. De bezoldiging en ontslaguitkering
van een gewezen topfunctionaris worden niet genormeerd door de WNT. Wel moeten de
gegevens over de bezoldiging en ontslaguitkering op naam openbaar gemaakt worden.
De regels ten aanzien van topfunctionarissen zonder dienstbetrekking (ook wel interim--bestuurders
genoemd) zijn niet van toepassing, omdat betrokkene een dienstverband had bij de Stichting
Reinier van Arkel. De toezichthouder van de WNT voor de zorgsector, het CIBG, zal
deze casus in het kader van het reguliere toezicht op de WNT onderzoeken. Jaarlijks
wordt in de maand december aan de Kamer verslag gedaan van de handhaving in de gevallen
waarin als resultaat van het toezicht op de naleving van de WNT overtredingen zijn
vastgesteld.
Vraag 4
Heeft de genoemde persoon na zijn vertrek als bestuursvoorzitter een vertrekpremie
ontvangen? Zo ja, hoe hoog was die en hoe verhoudt zich dat, mede gezien zijn inkomen
als adviseur, tot de Wet Normering Topinkomens?
Antwoord 4
Blijkens de jaarrekeningen van 2013 en 2014 heeft betrokkene geen uitkering wegens
beëindiging van het dienstverband ontvangen.
Vraag 5
Deelt u de mening dat het inhuren van een ex-topman als adviseur, en die vervolgens
op hoog niveau doorbetalen, de indruk kan wekken dat een topman helemaal de desbetreffende
zorginstelling niet heeft verlaten, maar als interim-mer een topfunctie blijft bekleden?
Zo nee, waarom niet?
Antwoord 5
Blijkens de jaarstukken heeft betrokkene zijn taken als bestuursvoorzitter per 1 februari
2013 neergelegd en is hij daarna tot en met 31 december 2014 in dienst gebleven als
adviseur. Ik verwijs u verder naar het antwoord op vraag 2.
Vraag 6
Deelt u de mening dat een zorginstelling die al een topman heeft niet ook nog daarnaast
een ex-topman voor een dito salaris moet inhuren? Zo ja, waarom? Zo nee, waarom niet
en hoe verhoudt zich dat tot de verliezen die Reinier van Arkel maakt?
Antwoord 6
De WNT normeert alleen de bezoldiging van topfunctionarissen.
Vraag 7
Deelt u de mening dat de door Reinier van Arkel gebruikte constructie met de ex-topman/adviseur,
onder andere bij het personeel van die instelling, de indruk kan wekken dat er iets
verzonnen moest worden om een topfunctionaris vorstelijk door te kunnen betalen? Zo
ja, waarom, en bent ook u dan van mening dat organisaties er verstandig aan doen die
indruk te vermijden? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 7
Van een schijnconstructie is sprake als een topfunctionaris formeel zijn taken neerlegt,
maar feitelijk belast blijft met de leiding van de organisatie met als doel de WNT
te omzeilen of indien deze voortzetting van het dienstverband in een functie als adviseur
onderdeel uitmaakt van de afspraken die met het oog op de beëindiging van het dienstverband
als topfunctionaris zijn gemaakt. Dit soort constructies zijn niet toegestaan. Er
staat hier niet vast dat sprake is van een schijnconstructie. Verder verwijs ik u
naar mijn antwoord op vraag 3.
X Noot
2Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2014–2015, nr. 3142