Vragen van het lid Van Klaveren (Groep Bontes/Van Klaveren) aan de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap over het bericht vermeende vriendjespolitiek op het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (ingezonden 7 oktober 2014).

Antwoord van Minister Bussemaker (Onderwijs, Cultuur en Wetenschap) (ontvangen 8 december 2014) Zie ook Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2014–2015, nr. 345.

Vraag 1

Bent u bekend met het bericht «Vriendjespolitiek op Ministerie van OCW»?1

Antwoord 1

Ja.

Vraag 2

Hoe vaak is de afgelopen vier jaar door het Ministerie van OCW subsidie verstrekt aan stichtingen en projecten, waarbij de aanvraag werd gedaan door een voormalig politicus, hoge ambtenaar of bewindspersoon?

Antwoord 2

Er wordt bij subsidieverleningen niet afzonderlijk geregistreerd of de aanvrager, namens de organisatie, een voormalig politicus, ambtenaar of bewindspersoon is. Evenmin gebeurt dit voor een (ander) bestuurslid of werknemer van de organisatie. Uw vraag kan dus niet beantwoord worden.

Vraag 3

Op welke wijze wordt gerapporteerd over de doeltreffendheid van projecten die subsidie ontvangen en hoe beïnvloeden deze rapportages volgende subsidieaanvragen?

Antwoord 3

Bij het verlenen van de subsidie worden het activiteitenplan en de begroting beoordeeld, en wordt getoetst of deze voldoende doeltreffend zijn. Bij de verantwoording van de subsidie na afloop van de subsidieperiode wordt getoetst of het activiteitenplan conform de toekenning is uitgevoerd. Hierbij wordt een accountantsverklaring voorgeschreven. In het geval van de Stichting Lezen & Schrijven is voor 2013 een goedkeurende verklaring afgegeven.

Bij de beoordeling van nieuwe subsidieaanvragen worden eerdere subsidietoekenningen betrokken, uiteraard voor zover deze voor de beoordeling relevant zijn. In het kader van het Actieplan Laaggeletterdheid is tevens voorzien in een onafhankelijke evaluatie van alle bij de uitvoering van het Actieplan betrokken partijen, inclusief de Stichting Lezen & Schrijven. Daarnaast heeft de Audit Dienst Rijk voor de jaren 2013/2014 enkele belangrijke aspecten van de subsidietoekenning en -besteding onderzocht. Uit de toets op de onderzochte facturen is niet gebleken dat bestedingen buiten de vooraf gestelde kaders (wet- en regelgeving) vielen.

Vraag 4

Hoe beoordeelt u het dat ambtenaren zich eerst een vorstelijk afscheid laten welgevallen, waarna ze zichzelf laten inhuren door hun voormalige werkgever voor een drievoudig uurloon? Deelt u de mening dat hier op z'n minst sprake is van de schijn van belangenverstrengeling? Zo neen, waarom niet?

Antwoord 4

De inzet van personeel en de organisatie van activiteiten valt onder de verantwoordelijkheid van de Stichting. Het Ministerie van OCW houdt er toezicht op dat de bezoldiging binnen de door de overheid geformuleerde norm blijft.

Vraag 5

Op welke manier gaat u de bezem halen door de augiasstal die de subsidieverstrekking van het Ministerie van OCW klaarblijkelijk is geworden?

Antwoord 5

De suggestie in deze vraagstelling wijs ik van de hand. Het proces van de subsidieverlening en -verantwoording door het Ministerie van OCW is gericht op effectiviteit, doelmatigheid en rechtmatigheid. De subsidieverstrekking van het Ministerie van OCW vindt plaats op basis van de «Aanwijzingen voor subsidieverstrekking» (Regeling van de Minister-President, Minister van Algemene Zaken, van 15 december 2009). Zoals ik in mijn antwoord op vraag 3 heb aangegeven, gaat een subsidieverstrekking met een zorgvuldig besluitvormings- en monitoringsproces gepaard, dat bovendien periodiek wordt geëvalueerd.

Naar boven