Vragen van het lid Baay-Timmerman (50PLUS/Baay-Timmerman) aan de Staatssecretaris
van Volksgezondheid, Welzijn en Sport over onveilige sleutelkluisjes bij ouderen (ingezonden
1 augustus 2014).
Antwoord van Staatssecretaris Van Rijn (Volksgezondheid, Welzijn en Sport) (ontvangen
23 september 2014) Zie ook Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2013–2014, nr. 2668.
Vraag 1
Bent u bekend met het NOS-journaalitem «Oplossing voor onveilige sleutelkluisjes bij
ouderen», d.d. 30 juli 20141 en het artikel «Unie KBO op NOS Journaal en Radio 1 n.a.v. rechtszaak «sleutelkluisjesbende»,
gepubliceerd op de website van Unie KBO?2
Vraag 2
Hoe beoordeelt u het bericht dat er ca. 150.000 ouderen een onveilig sleutelkastje
naast hun voordeur hebben hangen en dat er in het afgelopen jaar ruim 200 inbraken
hebben plaatsgevonden door middel van een onveilig sleutelkastje?
Antwoord 2
Deze situatie vind ik zeer onwenselijk.
Vraag 3
Hoe beoordeelt u het bericht dat onveilige sleutelkluisjes veel goedkoper zijn dan
kluisjes met een politiekeurmerk?
Vraag 4
Bent u het ermee eens dat in de keuze voor een sleutelkastje prijs geen belangrijker
criterium mag zijn dan veiligheid? Kunt u uw antwoord toelichten?
Antwoord 3 en 4
Ik vind dat er geen afweging zou moeten plaatsvinden tussen prijs en veiligheid. De
dienstverlenende organisatie is verantwoordelijk voor de kwaliteit van de aangeboden
sleuteloplossing en zou alleen veilige kluisjes moeten aanbieden.
Vraag 5
Bent u bereid thuiszorgorganisaties een dwingende richtlijn op te leggen om alleen
sleutelkluisjes met een PolitieKeurmerk Veilig Wonen te accepteren?
Vraag 6
Welke andere acties gaat u ondernemen om ouderen én zorgorganisaties bewust te maken
van de risico’s van onveilige sleutelkluisjes?
Antwoord 5 en 6
De sleutelkastjes worden ingezet bij personenalarmering en thuiszorg. Ik vind het
vanzelfsprekend dat de aanbieders van deze diensten afzonderlijk en als branches in
hun beleid en bij het maken van afspraken met de cliënt over het leveren van de dienst
rekening moeten houden met het inbraakrisico van de woning van de cliënt. Deze aanbieders
dragen zelf een verantwoordelijkheid, ik vind het dan ook te ver gaan om dit in wet-
en regelgeving vast te leggen.
Vraag 7
Hoe beoordeelt u de inzet van de Unie KBO om ouderen persoonlijk voor te lichten over
veilig thuiswonen?
Antwoord 7
Ik heb grote waardering voor dit initiatief.
Vraag 8
Herinnert u zich de motie Baay-Timmerman inzake een veiligheidsadviseur voor ouderen,
ingediend tijdens de behandeling van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015?3
Vraag 9
Bent u het ermee eens dat het van belang is dat de veiligheid van thuiswonende ouderen
zo goed mogelijk wordt geborgd, zeker nu steeds meer ouderen met een zorgvraag langer
thuis (moeten) blijven wonen? Kunt u uw antwoord toelichten?
Vraag 10
Bent u het ermee eens dat een veiligheidsadviseur voor ouderen in hoge mate kan bijdragen
aan de veiligheid van ouderen thuis, en daarmee aan de maatschappelijke veiligheid?
Kunt u uw antwoord toelichten?
Vraag 11
Bent u het ermee eens dat een dergelijke veiligheidsadviseur een belangrijke coördinerende
rol kan spelen hierin? Kunt u uw antwoord toelichten?
Vraag 12
Bent u in het licht van dit nieuwsbericht inmiddels wel bereid om gemeenten expliciet
te wijzen op instrumenten die de veiligheid en weerbaarheid van thuiswonende ouderen
vergroten, bijvoorbeeld een veiligheidsadviseur voor ouderen, zoals in genoemde motie
werd voorgesteld? Kunt u uw antwoord toelichten?
Antwoord 9, 10, 11 en 12
Zoals ik in verschillende overleggen met uw Kamer heb aangegeven, gaat de veiligheid
van ouderen mij zeer ter harte. Daarom zet ik in op de aanpak van ouderenmishandeling
door het Actieplan «Ouderen in veilige handen» dat ik samen met de Minister van Veiligheid
en Justitie (VenJ) uitvoer. Dit plan richt zich op mishandeling in huiselijke kring
of in de professionele setting.
Waar het gaat om misbruik of mishandeling door onbekenden (zoals babbeltrucs of woningovervallen)
– de situaties die in de (verworpen) motie Baay-Timmerman worden genoemd – heeft de
Minister van VenJ het voortouw. Het Ministerie van VenJ heeft diverse acties op touw
gezet om ouderen in hun eigen omgeving voor te lichten over de risico’s met betrekking
tot een babbeltruc, overval of inbraak. Daarvoor wordt onder andere samengewerkt met
de Unie KBO. Ook wordt samengewerkt met een groot aantal gemeentes en het Centrum
voor Criminaliteitspreventie en Veiligheid. Er worden dus verschillende instrumenten
ingezet om de veiligheid van ouderen te bevorderen. Daarbij spelen, onder regie van
de gemeente, verschillende partijen een rol, zoals de sociale wijkteams, de wijkverpleegkundige,
de wijkagent en de ouderenbonden. Het gaat dan om een integrale aanpak, met expliciet
aandacht voor veiligheid. Het biedt geen meerwaarde om daar bovenop een aparte functionaris
voor veiligheid te benoemen.