Vragen van de leden Marcouch en Oosenbrug (beiden PvdA) aan de Ministers van Veiligheid en Justitie en van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties over criminaliteit veroorzaakt door «spookburgers» (ingezonden 13 oktober 2014).

Antwoord van Minister Opstelten (Veiligheid en Justitie), mede namens de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (ontvangen 25 november 2014) Zie ook Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2014–2015, nr. 443

Vraag 1

Kent u het bericht «Overlast door criminelen in dure Amsterdamse appartementen»1 en kent u het Jaarverslag Regionaal Informatie- en Expertise Centrum en het Landelijk Informatie- en Expertise Centrum RIEC-LIEC 2013?2

Antwoord 1

Ja.

Vraag 2

In hoeverre worden woningen in Nederland gebruikt door burgers die zich niet laten inschrijven om van daaruit criminele activiteiten te ontplooien?

Antwoord 2

Het gegeven dat er burgers zijn die zich niet in de basisregistratie laten inschrijven, met als mogelijk doel zich aan het zicht van de overheid te onttrekken en criminele activiteiten te ontplooien, is ons bekend. Hierover is geen (overzichts-)informatie uit de bestaande registratiesystemen te halen.

Vraag 3

Bestaan de in het artikel genoemde overlast en diverse vormen van criminaliteit ook in andere gemeenten? Zijn er gemeenten die daar structureel mee te maken hebben? Zo ja, welke gemeenten betreft dit?

Antwoord 3

Ik ga er vanuit dat deze problematiek ook in andere gemeenten voorkomt. Het betreft hier vormen van ondermijnende criminaliteit, waartegen in heel Nederland door de overheid in gezamenlijkheid wordt opgetreden, zoals ook gerapporteerd in het Jaarverslag Regionaal Informatie- en Expertise Centrum en het Landelijk Informatie- en Expertise Centrum RIEC-LIEC 2013.

Vraag 4

Wat is de stand van zaken ten aanzien van het geschatte aantal «spookburgers» in Nederland en de aanpak daarvan?

Antwoord 4

Onder de term spookburgers wordt verstaan burgers die staan geregistreerd in de Basisregistratie personen (BRP) als Vertrokken Onbekend Waarheen (VOW; ambtshalve geregistreerd als geëmigreerd naar een onbekend adres buiten Nederland), maar waarvan signalen zijn dat ze toch feitelijk in Nederland wonen. Op basis van bestandsvergelijkingen is de schatting dat het gaat om maximaal 100.000 personen, van de in totaal 443.068 VOW’ers in Nederland (telling van 15 september 2014). Hierover is Uw Kamer door de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties in augustus jl in antwoord op Kamervragen reeds geïnformeerd3. Nadrukkelijk wijs ik erop dat het getal van 100.000 geen enkele indicatie geeft over het aantal personen binnen deze populatie die zich met criminele activiteiten bezighoudt. Zoals vermeld in antwoord op vraag 2 is dat aantal niet bekend.

In ruim een half jaar is het totaal aantal VOW-ers overigens gedaald met ruim 8.000, terwijl het de voorgaande jaren telkens steeg met zo'n 25.000 per jaar. Dit kan vooral toegeschreven worden aan feitelijke emigratie van personen.

Vraag 5

Over welke middelen beschikken gemeentebesturen, politie en anderen om tegen te gaan dat «spookburgers» onopgemerkt vanuit huurwoningen criminele activiteiten ontplooien?

Antwoord 5

Doel van de overheid is om criminele activiteiten tegen te gaan, ongeacht door wie ze gepleegd worden en of de daders al dan niet correct ingeschreven staan in de basisregistraties. Er zijn geen specifieke middelen om tegen te gaan dat spookburgers vanuit huurwoningen criminele activiteiten ontplooien. Iedereen die crimineel en dus strafbaar gedrag vertoont, maakt zich mogelijk onderwerp van opsporing en vervolging. Wel worden, om bewoning zonder inschrijving tegen te gaan, door gemeenten gerichte adrescontroles en huisbezoeken verricht.

Vraag 6

Zijn woningeigenaren die hun woning verhuren op enige wijze verplicht te controleren of de huurder zich in de gemeente heeft ingeschreven? Zo ja, op grond waarvan? Zo nee, waarom niet? Zo nee, zou u dit wenselijk achten?

Antwoord 6

Nee. De verhuurder sluit een privaatrechtelijke huurovereenkomst met de huurder waarop het huurrecht van toepassing is. Op basis van het huurrecht is er geen grond voor een dergelijke controleverplichting voor de verhuurder. Ook in specifieke wetgeving die geldt voor woningcorporaties zijn geen gronden te vinden voor een dergelijke controleplicht voor verhuurders.

Ik zie geen reden een dergelijke verplichting aan verhuurders op te leggen: het is aan de gemeenten om de inschrijvingsplicht te handhaven.

Vraag 7

In hoeverre kunnen ook niet-bestuursorganen zoals woningeigenaren aangezet worden om onjuiste of ontbrekende inschrijvingen aan gemeenten te melden? Over welke middelen daartoe beschikken gemeenten?

Antwoord 7

Vanaf 1 januari 2010 zijn bestuursorganen verplicht om terug te melden op authentieke gegevens in de BRP indien ze gerede twijfel hebben dat een gegeven in de BRP niet klopt. Voor niet-bestuursorganen gelden deze verplichtingen niet. Gemeenten kunnen wel nadere afspraken maken met bijvoorbeeld woningeigenaren, met inachtneming van regels omtrent privacy. Gemeenten doen dat ook en dit is zeker een goede ontwikkeling gezien de verantwoordelijkheid van gemeenten voor het bijhouden van de BRP.

Vraag 8

Kent u het project van het RIEC Amsterdam-Amstelland om criminelen uit hun anonimiteit te halen? Zo ja, hoe effectief is dat project? Zijn er naast de gemeente Amsterdam andere gemeenten waarbij door RIEC's projecten zijn opgezet met als doel criminelen uit hun anonimiteit te halen? Zo ja, welke gemeenten of RIEC's zijn dat? Zo nee, waarom niet?

Antwoord 8

Ja, ik ken het project van RIEC Amsterdam-Amstelland. Zowel in 2013 als in 2014 is dit project uitgevoerd door het cluster woonfraude. Hierin was sprake van een samenwerking tussen gemeenten, politie, belastingdienst en de inspectie SZW. Er zal nog een evaluatie van dit project volgen. Op dit moment zijn mij geen andere projecten bekend met als specifiek doel criminelen uit hun anonimiteit te halen. Wel is er in bredere zin een focus op fenomenen als woonfraude en fraude basisregistratie personen (BRP). Onderdeel hiervan is ook het fysiek controleren van adressen. Met dit thema worden bijvoorbeeld binnen het RIEC Noord Holland enkele projecten uitgevoerd. Uitgangspunt blijft dat ieder RIEC zijn eigen handhavingsknelpunten en (regionale) prioriteiten heeft en op basis hiervan acteert.


X Noot
3

Antwoorden op Kamevragen 2014Z13179 d.d. 19 augustus 2014, over het rapport «Spookjongeren. Quickscan naar uitgeschreven jongeren in Amsterdam Nieuw-West».

Naar boven