Vragen van de leden Kuiken en Recourt (beiden PvdA) aan de Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie over langdurige vreemdelingenbewaring zonder bijstand van een advocaat (ingezonden 5 november 2014).

Antwoord van Staatssecretaris Teeven (Veiligheid en Justitie) (ontvangen 24 november 2014)

Vraag 1

Heeft u kennisgenomen van het bericht over een bewaringszaak waarbij een vreemdeling 182 dagen in vreemdelingenbewaring verbleef zonder in contact te kunnen komen met een advocaat?1

Antwoord 1

Ja.

Vraag 2 en 3

Wat is uw reactie op dit bericht, zonder in detail in te gaan op de individuele casus?

Deelt u de mening dat het onacceptabel is dat een vreemdeling een half jaar in vreemdelingenbewaring verblijft zonder dat hij juridische bijstand krijgt?

Antwoord 2 en 3

Ik deel uw mening dat een vreemdeling wiens vrijheid is ontnomen altijd rechtsbijstand moet krijgen van een advocaat. Een vreemdeling die in bewaring wordt gesteld krijgt binnen 24 uur een piketadvocaat toegewezen die door de Staat wordt betaald. De vreemdeling kan ook aangeven dat hij een voorkeursadvocaat heeft. De advocaat stelt doorgaans kort daarna beroep tegen de maatregel in en brengt de zaak voor de rechter. Ook als de advocaat van de vreemdeling geen beroep tegen de inbewaringstelling instelt, wordt van overheidswege binnen 28 dagen na aanvang van de bewaring de zaak voorgelegd aan de rechter, en – indien zijn advocaat geen vervolgberoep instelt – opnieuw na zes maanden. Dit is conform de Europese Terugkeerrichtlijn vastgelegd in de Vreemdelingenwet.

Uit de uitspraak van de raad van discipline waaraan wordt gerefereerd, leid ik het volgende af.2 De raad beschrijft kort dat de vreemdeling na de inbewaringstelling met de advocaat contact heeft gehad over zijn zaak en vervolgens gedurende bijna zes maanden geen enkel contact meer heeft gehad. Uit de mij bekende gegevens volgt dat de advocaat de zitting over de eerste inbewaringstelling heeft gedaan en dat een andere advocaat de zitting na zes maanden heeft gedaan.

De raad van discipline heeft geoordeeld dat de stilte van de advocaat onaanvaardbaar lang is.

Overigens kan uit de uitspraak van de raad van discipline niet worden opgemaakt wat de reden was dat er gedurende bijna een half jaar geen contact was.

Het is van belang dat een advocaat de belangen van zijn cliënt behartigt. Daar hoort ook bij dat hij de cliënt op de hoogte stelt van de voortgang van een zaak. Binnen welke termijn contact met de cliënt moet worden opgenomen hangt af van de omstandigheden van het geval. Het is aan de tuchtrechter om te bepalen welke handelwijze acceptabel is. In de onderhavige zaak heeft de raad geoordeeld dat de feiten aanleiding gaven tot een berisping van de advocaat. Ik verwijs ook naar het antwoord op de vragen 7 en 8.

Vraag 4

Op welke wijze worden advocaten aangepakt die in deze ernstige mate hun cliënt in de steek laten?

Antwoord 4

Een advocaat die zijn beroep niet goed uitoefent, kan tuchtrechtelijk worden aangepakt. Dat is in het onderhavige geval ook gebeurd. Er is een klacht ingediend die de deken heeft onderzocht. Van zijn kant heeft de deken een dekenbezwaar bij de raad van discipline ingesteld. De raad van discipline heeft de maatregel berisping aan de advocaat opgelegd.

Vraag 5

Welke signalen heeft u dat vreemdelingen die in bewaring zitten vaker problemen hebben juridische bijstand van een advocaat te krijgen en dat er meerdere advocaten zijn die de belangen van hun cliënt op deze wijze niet behartigen?

Antwoord 5

Bij mij zijn dergelijke signalen over vreemdelingenbewaring niet bekend. De Immigratie en Naturalisatie Dienst heeft met de Orde van Advocaten een convenant gesloten met als doel signalen over niet goed functionerende advocaten uit te wisselen met het oog op het kunnen uitoefenen van toezicht. Op het terrein van de vreemdelingenbewaring zijn in 2014 geen signalen binnengekomen. Ten gevolge van dit convenant kunnen sneller dan voorheen niet goed functionerende advocaten door de deken worden aangesproken.

Vraag 6

Op welke wijze kan het nieuwe tuchtrechtregime voor de advocatuur bijdragen aan verbeteringen van de aanpak van slechte juridische bijstand voor vreemdelingen die in bewaring zitten en waardoor ernstige inbreuken op hun vrijheid kunnen ontstaan?

Antwoord 6

Op 1 januari a.s. wordt het toezicht op de advocatuur versterkt. De lokale deken wordt toezichthouder in de zin van artikel 5:11 van de Algemene wet bestuursrecht. Hij krijgt daarmee ook de bevoegdheden die daarbij horen zoals daar zijn het recht om gegevens te vorderen. De deken mag in het kader van de uitoefening van zijn toezichthoudende taak in bepaalde gevallen ook bestuursrechtelijk handhaven door bijvoorbeeld een boete op te leggen. De werking van het toezicht door de deken wordt gecontroleerd door het College van toezicht. Daarnaast blijft het tuchtrecht bestaan met dien verstande dat het mogelijk wordt om als sanctie ook een geldboete op te leggen.

Vraag 7

Op welke wijze kan een vreemdeling in de bewaringslocatie of via uw diensten aankaarten dat hij geen juridische bijstand krijgt en ondersteuning zoeken? Op welke wijze kan hij door uw diensten of door hulporganisaties in zo’n situatie proactief worden geholpen om tijdig een nieuwe advocaat te vinden?

Antwoord 7

Bij de inbewaringstelling wordt de vreemdeling gevraagd of hij een voorkeursadvocaat heeft of dat hij een piketadvocaat wil.

De advocaat van de vreemdeling wordt geïnformeerd over de bewaring.

Daarnaast wordt bij de intake van de vreemdeling in de instelling voor bewaring gevraagd of hij een advocaat heeft en of er reeds contact is geweest. De vreemdeling wordt uitgelegd dat altijd een gesprek aangevraagd kan worden met een medewerker van het juridisch loket. In iedere locatie voor vreemdelingenbewaring is het juridisch loket actief. Zij houden in beginsel wekelijks spreekuur.

De vreemdeling kan als hij niet tevreden is over zijn advocaat of meer informatie wil daar via het juridisch loket aan komen. Het juridisch loket is een extra hulp mogelijkheid voor de vreemdeling.

Uiteraard kan de vreemdeling ook aan zijn regievoerder van de Dienst Terugkeer en Vertrek kenbaar maken dat hij ontevreden is over zijn advocaat. Ervaring leert dat dit echter niet gebruikelijk is.

Vraag 8

Deelt u de mening dat het vreemdelingensysteem een zekere bescherming voor asielzoekers en andere vreemdelingen moet bieden tegen niet/slecht functionerende advocaten, nu de gevolgen daarvan voor bijvoorbeeld toelating of bewaring zeer ingrijpend of toekomstbepalend voor het betreffende individu kunnen zijn? Zo nee, waarom niet? Zo ja, welke waarborgen zijn er?

Antwoord 8

Onderdeel van het rechtssysteem is dat de vreemdeling een advocaat heeft die op de hoogte is van de procedures en in zijn belang kan optreden. Nederland kenmerkt zich internationaal gezien door goed geïnformeerde advocaten die vreemdelingen bijstaan.

Advocaten die vreemdelingen bijstaan bij bewaring zijn gehouden om jaarlijks bijscholing te doorlopen en op de hoogte te blijven van de laatste ontwikkelingen.

Advocaten die niet naar behoren functioneren kunnen tuchtrechtelijk worden aangepakt. De tuchtrechter kan zo nodig passende maatregelen treffen.

Zoals hierboven aangegeven zijn er bij vreemdelingenbewaring extra waarborgen ingebouwd waarbij de rechter de inbewaringstelling op verzoek van de overheid toetst. Dat gebeurt uiterlijk binnen 28 dagen na de inbewaringstelling en bij voortduring van de bewaring na zes maanden.


X Noot
2

Beslissing van 21 oktober 2014, zaken 14–190A en 14–191A)

Naar boven