Vragen van de leden Ziengs (VVD), AgnesMulder (CDA) en Wolbert (PvdA) aan de Ministers
van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en van Economische Zaken en de Staatssecretaris
van Economische Zaken over de dreigende sluiting van attractiepark De Sprookjeshof
in Zuidlaren (ingezonden 28 augustus 2014).
Antwoord van Minister Schippers (Volksgezondheid, Welzijn en Sport) mede namens de
Minister van Economische Zaken (ontvangen 19 september 2014).
Vraag 1
Bent u op de hoogte van de dreigende sluiting van attractiepark De Sprookjeshof in
Zuidlaren en de mogelijke vernietiging van 40 banen?1
Vraag 2
Hoeveel Nederlandse keuringsinstanties zijn bevoegd om attractie- en speeltoestellen
technisch te keuren op veiligheid en daarover certificaten van goedkeuring af te geven
aan de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA)? Klopt het dat de NVWA ook certificaten
van goedkeuring accepteert van enkele keuringsinstanties van attractie- en speeltoestellen
elders in Europa, waaronder TÜV SÜD Product Service GmbH uit München? Hoe is gewaarborgd
dat de verschillende keuringsinstanties niet verschillend kunnen oordelen over identieke
toestellen?
Antwoord 2
Voor het op grond van het Warenwetbesluit attractie- en speeltoestellen (WAS) keuren
van attractie- en speeltoestellen zijn vier instellingen aangewezen, waarvan drie
Nederlandse en één buitenlandse.
Daarnaast zijn ook nog twee buitenlandse instellingen aangewezen voor het keuren van
alleen attractietoestellen en vier instellingen voor het keuren van alleen speeltoestellen.
Van de laatste vier is er één Nederlands en drie buitenlands.
TÜV SÜD Product Service GmbH in München is een instelling waarvan het Ministerie van
VWS heeft bepaald dat de door die instelling afgegeven certificaten gelijkgesteld
zijn aan certificaten afgegeven door een aangewezen keuringsinstellingen door het
Ministerie van VWS. Deze certificaten worden dan ook door de toezichthouder NVWA geaccepteerd.
Alle aangewezen keuringsinstellingen belast met keuringen van attractie- en/of speeltoestellen
nemen deel aan het zogenoemde AKI-overleg. Dat overleg vindt twee maal per jaar plaats
en dient onder meer voor het maken van afspraken over onder andere technische onderwerpen,
zoals de interpretatie van technische normen.
Vraag 3
Klopt het dat in het geval van De Sprookjeshof er toestellen geen certificaat van
goedkeuring hebben gekregen, terwijl identieke toestellen elders in Nederland wel
middels een certificaat zijn goedgekeurd? Is hier volgens u sprake van inconsequente
toepassing van regelgeving? Zo ja, in hoeverre speelt dit volgens u mee bij deze sluiting?
Zo ja, hoe is het mogelijk dat verschillende door de NVWA bevoegde keuringsinstanties
verschillende veiligheidsoordelen vellen over identieke attractie- en speeltoestellen?
Antwoord 3
Nee, dat klopt niet. De manier waarop de bedoelde speeltoestellen ter plaatse zijn
opgebouwd maakt ieder toestel uniek. Voor de bewuste grote glijbaan is er daarom geen
certificaat van typegoedkeuring (een algemeen certificaat voor een «groep»glijbanen)
verleend, zodat elk individueel toestel moet worden gekeurd.
Er is geen aanleiding te veronderstellen dat er sprake is van inconsequente toepassing
van de Nederlandse regelgeving.
Vraag 4
Klopt het dat in het Warenwetbesluit attractie- en speeltoestellen is opgenomen dat
ieder attractie- of speeltoestel dat overeenkomstig het goedgekeurde, het type kenmerkende
monster is vervaardigd, niet technisch hoeft te worden gekeurd, behalve dan op de
montage van het toestel? Gaat het in de casus van de afgekeurde toestellen van De
Sprookjeshof om toestellen die volgens deze regel uit het Warenwetbesluit attractie-
en speeltoestellen helemaal geen technische keuring behoeven, omdat het eerste exemplaar
al technisch is goed bevonden door een van de door de NVWA aangewezen keuringsinstituten?
Antwoord 4
Speeltoestellen waarvoor een certificaat van goedkeuring is afgegeven voor een typekenmerkend
monster hoeven inderdaad niet opnieuw te worden gekeurd. Bij de onderhavige speeltoestellen
van Sprookjeshof was evenwel geen sprake van speeltoestellen waarvoor een in Nederland
geldig certificaat van typegoedkeuring was verkregen van een aangewezen keuringsinstelling.
Vraag 5
Deelt u de mening dat de rijksoverheid verantwoordelijk is voor de consequente toepassing
van regelgeving en dat ondernemers, medewerkers en regio niet de dupe mogen worden
van inconsistenties hierin?
Antwoord 5
Ondernemers zijn te allen tijde verantwoordelijk voor de naleving van regelgeving.
Vervolgens is de overheid verantwoordelijk voor logische en werkbare regels en het
consequent toezien op de naleving en handhaving van de regelgeving. De regelgeving
heeft tot doel de gebruikers van de toestellen te beschermen. Uit de rapportage van
de aangewezen keuringsinstelling die beide speeltoestellen heeft gekeurd, blijkt dat
sprake is van meer gevaargerelateerde tekortkomingen, waaronder gevaar voor beknelling
van lichaamsdelen.
Op 12 september heeft de NVWA met de CdK Drenthe overleg gevoerd waarbij is afgesproken
dat de keuringsinstelling en de eigenaar van De Sprookjeshof opnieuw in overleg gaan
over de maatregelen die de veiligheid waarborgen.
Vraag 6
Bent u bereid deze vragen vóór 9 september te beantwoorden, gezien het dreigende banenverlies?
Antwoord 6
Nee. I.v.m. de noodzakelijke interdepartementale afstemming is het niet gelukt de
antwoorden voor 9 september aan uw kamer te sturen.
X Noot
1«Sprookjeshof ten onder aan regeldrift», Dagblad van het Noorden, 27 augustus 2014