Vragen van de leden Smaling, Kooiman en Van Gerven (allen SP) aan de Minister-President,
de Minister van Veiligheid en Justitie en de Staatssecretaris van Infrastructuur en
Milieu over de publicatie «Verstand op veilig» (ingezonden 17 juli 2014).
Antwoord van Minister Opstelten (Veiligheid en Justitie), mede namens de Minister
president, de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en de staatssecretarissen
van Infrastructuur en Milieu en van Economische Zaken (ontvangen 22 september 2014).
Zie ook Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2013–2014, nr. 2662
Vraag 1
Heeft u kennisgenomen van de publicatie «Verstand op veilig» (2014) van het Rathenau
instituut, waarin wordt geconcludeerd dat de kerntaken van onze op nationale veiligheid
gerichte kennisinstellingen, zoals het Koninklijk Nederlands Meteorologisch Instituut
(KNMI), het Rijks- Kwaliteitsinstituut voor Land- en Tuinbouwproducten (RIKILT), het
Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM), Deltares, de afdeling Defensie
van de Nederlandse Organisatie voor toegepast-natuurwetenschappelijk onderzoek (TNO
Defensie), het Nederlands Forensisch Instituut (NFI) en het Nederlands Vaccin Instituut
(NVI) onder druk zijn komen te staan?
Antwoord 1
Ja. Hierbij zij opgemerkt dat het Rathenau instituut zich alleen heeft gericht op
KNMI, RIKILT, NFI en NVI en niet op de andere in uw vraag genoemde instituten.
Vraag 2
Deelt u de bezorgdheid van de auteurs dat de kerntaken van deze instellingen, vanwege
de intrede van marktwerking in de jaren-90 van de vorige eeuw, in meer of mindere
mate in het gedrang zijn gekomen? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 2
Nee, in tegendeel. Private financiering is van belang voor het in stand houden van
voldoende expertise en capaciteit om de (wettelijke) onderzoekstaken uit te voeren.
De betrokken departementen en instituten zijn gezamenlijk verantwoordelijk om goede
waarborgen te scheppen voor een onafhankelijke en transparante uitvoering van de onderzoekstaken.
Zo is er bijvoorbeeld voor de uitvoering van de wettelijke taken van het KNMI, o.a.
die op het gebied van de publieke veiligheid, een vaste financiering vanuit de begroting
van het departement van I&M beschikbaar. Vooruitlopend op de nieuwe Wet taken Meteorologie
en Seismologie, die binnenkort zal worden behandeld in de Tweede Kamer, is een heldere
scheiding aangebracht tussen wettelijke taken en andere aanvullende taken waarvoor
aparte maatwerkfinanciering noodzakelijk is.
De kerntaken van het NFI zijn vastgelegd in de Regeling Taken NFI. Naast het verrichten
van zaaksonderzoek behoort het ontwikkelen van nieuwe onderzoeksmethoden en technieken
ter bevordering van kennis op het gebied van forensisch onderzoek en het zijn van
(inter)nationaal kennis- en expertisecentrum op het gebied van het forensisch onderzoek
tot de kerntaken. Tevens verwijs ik u ten aanzien van de positionering van het NFI
naar mijn brief van november 2013 (Kamerstuk 33 750 VI, nr. 28) waarin ik heb aangegeven dat het NFI zich niet mag begeven op de commerciële civiele
markt, maar uitsluitend diensten of producten mag aanbieden aan afnemers die worden
genoemd in de Regeling Taken NFI.
De publieke veiligheidstaken van RIKILT op het gebied van voedselveiligheid worden
als wettelijke taken benoemd in de Subsidieregeling DLO. De kerntaken die daarbij
horen en de uitvoering daarvan zijn vastgelegd in een Uitvoeringsovereenkomst met
DLO. De onafhankelijkheid is geborgd met een statuut.
Vraag 3
Bent u bereid op grond van de in het rapport geschetste analyse met betrokken instellingen
en andere relevante partijen om de tafel te gaan zitten om te bezien in hoeverre aan
de gesignaleerde zorgen tegemoet kan worden gekomen?
Antwoord 3
Het kabinet ziet in het rapport geen aanleiding om met de betrokken instellingen en
andere relevante partijen om tafel te zitten buiten verbanden waarin dat al gebeurt.
Binnen de bestaande verbanden kunnen relevante zorgen uiteraard worden gedeeld.
Vraag 4
Acht u het zinvol te bezien in hoeverre de in het rapport genoemde instituten naast
verantwoordelijkheid naar het moederministerie ook via onderlinge horizontale dwarsverbanden
effectiever zouden kunnen opereren? Bent u bereid dit te onderzoeken?
Antwoord 4
Er is geen directe aanleiding nieuwe horizontale dwarsverbanden op te zetten, maar
dit punt kan worden meegenomen in bestaande overleggen en evaluaties van structuren.
Vraag 5
Acht u het zinvol te bekijken in hoeverre Inspecties en andere op toezicht en handhaving
toegesneden organisaties, die voor hun kennis leunen op de instituten beschreven in
het rapport van het Rathenau instituut (zoals de Inspectie voor de Gezondheidszorg,
Inspectie Leefbaarheid en Transport, de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit),
ook gebaat zouden zijn bij sterkere horizontale dwarsverbanden? Bent u bereid dit
te onderzoeken?
Antwoord 5
De inzet van de overheid is in het algemeen gericht op het versterken van de samenwerking
tussen de inspectiediensten en andere op toezicht en handhaving toegesneden organisaties.
Zo zijn de rijksinspecties verenigd in de Inspectieraad. Het kabinet ziet, gelet op
wat er is en gelet op het risico van bureaucratisering, geen reden te onderzoeken
of nog sterkere horizontale dwarsverbanden (tussen de inspectiediensten en andere
op toezicht en handhaving toegesneden organisaties danwel de kennisinstellingen onderling)
meerwaarde zouden opleveren.