Aanhangsel van de Handelingen

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarNummerDatum ontvangst
Tweede Kamer der Staten-Generaal2014-2015520

Vragen van lid Bosma (PVV) aan de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties over het bericht «Ophef om uitspraak Broertjes» (ingezonden 24 oktober 2014).

Antwoord van Minister Plassterk (Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties) (ontvangen 11 november 2014).

Vraag 1

Heeft u kennisgenomen van het bericht «Ophef om uitspraak Broertjes»?1

Antwoord 1

Ja

Vraag 2

Deelt u de mening dat de staat Israël één van de grootste wonderen uit de menselijke geschiedenis vormt, alsmede een moderne democratie die op onwaarschijnlijke wijze succesvol is op het gebied van high-tech en landbouw en dat het land een bron van trots is voor iedere westerling die de zaak van de vrijheid een warm hart toedraagt?

Antwoord 2

Bezien in het licht van onderhavige kwestie en de (openbare) brief die de burgemeester aan de gemeenteraad van Hilversum heeft gezonden omtrent zijn uitlating, staat de positie van de staat Israël niet ter discussie.

Vraag 3

Vindt u dat een vergelijking tussen Israël en het middeleeuwse ISIS totaal ziek is? Zo nee, waarom niet?

Vraag 4

Deelt u de mening dat nu Nederlandse soldaten oorlogshandelingen verrichten tegen ISIS en daarmee hun levens wagen voor de bestrijding van deze demonische organisatie, het geen pas geeft dat een burgemeester de zijde van de vijand kiest?

Antwoord 3 en 4

Uit de brief die burgemeester Broertjes naar de gemeenteraad van Hilversum heeft gezonden, blijkt de door de burgemeester beoogde strekking van de opmerking: het benadrukken dat er voldoende juridische grond moet zijn om paspoorten van Nederlanders in te trekken en dat mensen niet alleen vanwege door de gemeente veronderstelde kwade bedoelingen hun paspoort mag worden afgenomen.

Vraag 5

Bent u bereid deze cultuur-relativistische PvdA’er onmiddellijk op non-actief te zetten?

Antwoord 5

Het is in de eerste plaats aan de gemeenteraad van Hilversum om de handelwijze van burgemeester Broertjes te beoordelen. Indien de raad daartoe aanleiding ziet, kan zij de burgemeester ter verantwoording roepen. De burgemeester heeft inmiddels door middel van de brief, genoemd bij de beantwoording van vraag 2, uitleg aan de raad gegeven over de bewuste uitlating. Bovendien heeft een delegatie van de gemeenteraad met de burgemeester gesproken over diens wijze van communiceren.