Vragen van het lid Helder (PVV) aan de Minister van Veiligheid en Justitie over jihadverdachten die op verzoek van het OM zijn vrijgelaten (ingezonden 24 september 2014).

Antwoord van Minister Opstelten (Veiligheid en Justitie) (ontvangen 6 november 2014) Zie ook Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2014–2015, nr. 259

Vraag 1

Kent u het bericht «Verdachten uit Huizen onder strenge voorwaarden vrij»?1

Antwoord 1

Ja.

Vraag 2, 3, 4 en 5

Waarom stelt het Openbaar Ministerie (OM) zelf (dus niet eens de rechter) voor om de voorlopige hechtenis te schorsen en de verdachten weer los te laten in onze samenleving terwijl het OM eerder vond dat ze in voorlopige hechtenis moesten worden genomen?

Waarom geeft het OM de verdachten, die op het punt stonden naar Syrië af te reizen om zich aan te sluiten bij IS, een tekstbestand over een zelfmoordaanslag in huis hadden en een beschrijving van wapens, ontstekingsmechanismen en explosieven, de kans om hun plannen alsnog uit te voeren?

Bent u het met deze werkwijze van het OM eens? Zo nee, waarom niet?

Bent u bereid deze verdachten alsnog in voorlopige hechtenis te laten nemen? Zo nee, waarom niet?

Antwoord 2, 3, 4 en 5

Het gaat in deze zaak om twee verdachten. Zij zijn aangehouden op 30 augustus 2014. Op 2 september 2014 heeft de rechter-commissaris de inverzekeringstelling rechtmatig bevonden. Op 4 september 2014 wees de rechter-commissaris vervolgens de vordering tot bewaring van één van de twee verdachten af. De andere verdachte werd aanvankelijk wel in bewaring gesteld, waarna deze bewaring op 11 september 2014 ambtshalve door de rechter-commissaris werd opgeheven wegens het ontbreken van ernstige bezwaren tegen deze verdachte.

Tegen beide beslissingen, de weigering van de bewaring van de eerstgenoemde verdachte op 4 september 2014 en opheffing van de inbewaringstelling van de andere verdachte op 11 september 2014, heeft het Openbaar Ministerie beroep aangetekend.

Bij de behandeling daarvan in de raadkamer heeft het Openbaar Ministerie, kort gezegd, gevraagd verdachten alsnog, respectievelijk opnieuw, in bewaring te stellen. Reden hiervoor was dat het Openbaar Ministerie van mening was dat er wel degelijk ernstige bezwaren tegen de verdachten bestaan in verband met de bestaande verdenking. Het Openbaar Ministerie is door de rechtbank op 17 september jl. in beide gevallen in het gelijk gesteld en beiden verdachten zijn hierop in bewaring gesteld.

Schorsing van de bewaring onder voorwaarden is dan nog steeds een mogelijkheid, ondanks het bestaan van ernstige bezwaren, namelijk als de rechter vervolgens de persoonlijke belangen van de verdachte zwaarder laat wegen dan het belang van het voortduren van de bewaring. Deze laatstgenoemde afweging kwam vervolgens in deze zaak aan de orde. Bij deze behandeling heeft het Openbaar Ministerie in de raadkamer laten weten dat het zich, als de raadkamer van mening zou zijn dat de persoonlijke belangen van verdachte prevaleren boven het voorduren van de bewaring, niet zou verzetten tegen schorsing van de bewaring. Er dienden dan naar het oordeel van het Openbaar Ministerie wel strenge eisen aan de schorsing te worden verbonden. Zoals bekend heeft de raadkamer (en dus niet het Openbaar Ministerie), vervolgens op 17 september 2014 tot de schorsing van de bewaring, onder strenge voorwaarden, besloten.

Vraag 6

Is het vrijlaten en vervolgens opleggen van een enkelband aan jihadverdachten een onderdeel van de krachtige en offensieve aanpak in het «Actieprogramma Integrale Aanpak Jihadisme»?

Antwoord 6

Ik treed niet in het oordeel van de onafhankelijke rechter in een individuele strafzaak. Voor het overige verwijs ik naar de landelijke aanpak van jihadisme waarover het kabinet uw Kamer onlangs een robuust actieprogramma heeft toegestuurd.

Vraag 7

Mogen deze jihadisten voor hun enkelbandje achteraan aanschuiven in de rij bij de Reclassering gezien daar een enorme wachtlijst is?

Antwoord 7

Nee. Er is sprake van een toenemende vraag naar reclasseringsproducten. Daar waar het gaat om de inzet van elektronische controlemiddelen, is er echter geen sprake van een lange wachtlijst. Bovendien krijgen hoog recidivezaken, en zaken waarin sprake is van schorsing van voorlopige hechtenis, gelet op de aard van de zaak, voorrang conform beleidsafspraken.

Vraag 8

Deelt u de mening dat de zogenaamde strenge voorwaarden waar het OM van spreekt helemaal niet zo streng zijn en bovendien gemakkelijk zijn te omzeilen, omdat deze verdachten in de eerste plaats zelf hun enkelband moeten opladen? Zo nee, waarom niet?

Antwoord 8

Nee, deze mening deel ik niet. Het klopt dat de verdachten zelf verantwoordelijk zijn voor het opladen van de enkelband. Dit wordt echter nauwlettend gemonitord. In het huidige systeem worden namelijk ook meldingen gegenereerd wanneer er geen contact met de satellieten gemaakt kan worden (bijvoorbeeld wanneer de accu niet is opgeladen). Deze meldingen worden geregistreerd door de centrale meldkamer van de leverancier en vervolgens doorgegeven aan de desbetreffende reclasseringsorganisatie zodat direct passende maatregelen kunnen worden genomen.

Vraag 9

Deelt u de mening dat die zogenaamde strenge voorwaarden niks voorstellen, omdat deze verdachten eenvoudig stiekem contact met elkaar kunnen hebben? Zo nee, waarom niet?

Antwoord 9

Nee, deze mening deel ik niet. Alhoewel contact niet uit te sluiten is, is wel een aantal maatregelen genomen om het risico dat een verdachte zich schuldig maakt aan strafbare feiten, of anderszins de in het vonnis opgenomen voorwaarden niet naleeft, zoveel mogelijk uit te sluiten. Zo wordt door de reclassering in het kader van het houden van toezicht de samenwerking gezocht met relevante organisaties en personen. Bij deze specifieke doelgroep is dit bijvoorbeeld de NCTV. Op deze manier beschikt de reclassering over kennis en hulpbronnen bij het goed uitvoeren van toezicht.

Daarnaast wordt ook door middel van zowel elektronische controle als overige contacten met de reclassering dan wel politie gecontroleerd of de verdachte zich houdt aan de voorwaarden.

Naar boven