Vragen van het lid Agema (PVV) aan de Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn
en Sport over de uitzending van Radar «ouderen rustig gehouden met medicatie» (ingezonden
2 juni 2014).
Antwoord van Staatssecretaris Van Rijn (Volksgezondheid, Welzijn en Sport) (ontvangen
31 oktober 2014) Zie ook Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2013–2014, nr. 2604
Vraag 1
Kent u de tv-uitzending «Ouderen rustig gehouden met medicatie»?1
Vraag 2
Is er een verband tussen het gebruik van drogerende middelen en hoge werkdruk? Wat
is anders de reden dat 1 op de 3 ouderen drogerende middelen toegediend krijgt? Klopt
dit aantal? Zo nee, om hoeveel ouderen gaat het dan?
Antwoord 2
Het in de tv-uitzending genoemde cijfer sluit aan bij uit onderzoek bekende gegevens;
bijna één op de drie ouderen in verpleeghuizen krijgt neuroleptica of antipsychotica
(bron: monitor woonvormen dementie van het Trimbos-instituut). Antipsychotica zijn
oorspronkelijk bedoeld voor het behandelen van psychoses, maar worden in het verpleeghuis
vaak voorgeschreven om onrustig gedrag te dempen.
Belangrijk bij het gebruik van deze medicatie lijkt de binnen de instelling heersende
cultuur rond het voorschrijven en toepassen van deze middelen. Het gebruik van «onrustmedicatie»
zonder eerst op zoek te gaan naar onderliggende oorzaken voor de onrust is helaas
nog heel gebruikelijk in de zorg voor demente bejaarden. Mede daarom acht ik de ook
in de tv-uitzending genoemde cultuuromslag bij bestuurders en hulpverleners zeer noodzakelijk.
Het door mijn ambtsvoorganger gestarte actieprogramma onvrijwillige zorg is bedoeld
om de beroepsgroep te ondersteunen bij deze omslag. Een onderdeel van dat programma
is bijvoorbeeld onderzoek naar de beleving van demente ouderen, zodat hulpverleners
straks beter in staat zijn om gedrag en signalen van demente bejaarden te begrijpen.
Betere herkenning van onderliggende problematiek zal hopelijk op zijn beurt weer bijdragen
aan het terugdringen van het gebruik van onrustmedicatie.
Vraag 3
Waarom zijn er zulke grote verschillen in het gebruik van psychofarmaca in instellingen?
Klopt het dat instellingen met een lage overhead ook een lager gebruik van psychofarmaca
hebben dan instellingen met een hogere overhead? Bent u bereid hier onderzoek naar
te doen?
Antwoord 3
De verschillen in het gebruik van psychofarmaca tussen instellingen zijn voor een
deel het gevolg van verschillen tussen de bewonersgroepen. Maar ook bij vergelijkbare
bewonersgroepen zijn er verschillen tussen instellingen in het gebruik van psychofarmaca.
De instellingscultuur en het daaruit voortvloeiende medicatiebeleid spelen daarbij,
zoals gezegd, een belangrijke rol.
Of instellingen met een lage overhead ook een lager gebruik van psychofarmaca hebben
is mij niet bekend. Ik zal deze vraag voorleggen aan veldpartijen en wetenschappers
en relevante conclusies meenemen in mijn beleid en bij het actieprogramma. Overigens
is mij bekend dat er een universitair onderzoek loopt naar het gebruik van psychofarmaca.
Er zijn uit dit onderzoek, voor zover ik weet, nog geen resultaten bekend.
Vraag 4
Wat zijn de extra kosten als gevolg van het gebruik van drogerende middelen, zoals
ondervoeding, hartfalen, beroerte, te weinig beweging etc.? Wegen deze kosten op tegen
het extra inzetten van personeel?
Antwoord 4
Er zijn mij geen gegevens bekend over de kosten van de negatieve bijwerkingen van
psychofarmaca. Maar ook al weten we niet precies hoe hoog deze kosten zijn, het is
duidelijk dat het voorschrijven van psychofarmaca aanzienlijke risico's oplevert voor
deze ouderen. Dat is mijns inziens slechts dan acceptabel als er echt geen alternatief
is voor deze middelen. De tv-uitzending laat heel duidelijk zien dat er in veel gevallen
wel degelijk een alternatief is en dat het vooral nodig is om te werken aan een cultuuromslag
in de ouderenzorg. Het actieprogramma onvrijwillige zorg is gericht op zo'n cultuuromslag
bij alle betrokkenen.
Vraag 5 en 6
Deelt u de mening dat het van de zotte is dat het slaapmiddel Dormicum overdag gebruikt
wordt om ouderen rustig te houden? Zo nee, waarom niet? Zo ja, hoe gaat hij ervoor
zorgen dat instellingen hier per direct mee stoppen?
Bent u bereid sancties te treffen tegen zowel de instellingen als ook hun bestuurders,
bij onvrijwillige toediening van drogerende middelen?
Antwoord 5 en 6
Zoals bij 3 al aangegeven, worden bij demente bejaarden middelen tegen onrust voorgeschreven
die oorspronkelijk ontwikkeld zijn voor andere doelen, bijvoorbeeld als slaapmiddel
of als behandeling tegen psychoses. Het voorschrijven van deze middelen mag zeker
geen gewoonte zijn en is alleen acceptabel als er echt geen beter alternatief voorhanden
is. Daarom heb ik hierover ook strikte regels gesteld in het wetsvoorstel Zorg en
Dwang. Dit wetsvoorstel wacht nu op behandeling in de Eerste Kamer.
De inspectie ziet toe op deze zorg en kan zo nodig ook maatregelen nemen tegen instellingen.
De Inspectie baseert zich daarbij uiteraard op de nu geldende wetgeving, de wet bopz,
maar neemt daarbij wel al de uitgangspunten van het wetsvoorstel Zorg en Dwang mee.
Dit betekent bijvoorbeeld dat de «Nee, tenzij» benadering essentieel is bij het beoordelen
van de zorg; alleen als er geen enkel vrijwillig alternatief is en onvrijwillige zorg
echt onvermijdelijk is, kan en mag onvrijwillige zorg, bijvoorbeeld onvrijwillige
medicatie, worden toegepast.
X Noot
1Radar, 26 mei 2014