Vragen van het lid Bosma (PVV) aan Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap over een nauwelijks bezocht showtje van een gesubsidieerde Zwarte-Piethater (ingezonden 22 september 2014).

Antwoord van Minister Bussemaker (Onderwijs, Cultuur en Wetenschap) (ontvangen 28 oktober 2014).

Vraag 1

Heeft u kennisgenomen van het bericht «Cultuur snuiven»?1

Antwoord 1

Ja.

Vraag 2, 3 en 4

Waren er inderdaad slechts 38 betalende bezoekers bij het showtje van cultuurbestrijder Gario?

Wat is de schade, uitgedrukt in euro's, voor de Nederlandse belastingbetaler van de show van de heer Gario?

Kan de heer Gario zijn kunstdingetjes, zoals het vouwen van vliegtuigjes en touwtjespringen, niet gewoon zelf betalen?

Antwoord 2, 3 en 4

De schrijver/kunstenaar Quincy Gario heeft op uitnodiging van het Stedelijk Museum in Amsterdam op 18 september 2014 een performance uitgevoerd ter gelegenheid van de opening van de tentoonstelling «How Far How Near: de Wereld in het Stedelijk». De performance was eerder te zien in Kunsthal Nicolaj, Kopenhagen en het MACBA, Barcelona.

Het Stedelijk Museum wordt door de gemeente Amsterdam gefinancierd. Het museum is per 1 januari 2006 verzelfstandigd en is zelf verantwoordelijk voor de programmering van tentoonstellingen en performances.

Vraag 5

Waarom luistert u als Minister meer naar deze gesubsidieerde touwtjespringer dan naar het Nederlandse volk dat massaal achter zijn traditionele Zwarte Piet staat?

Antwoord 5

In mijn beleidsbrief Cultuur beweegt. De betekenis van cultuur in een veranderende samenleving heb ik de maatschappelijke waarde van kunst benadrukt. Het bestaansrecht van kunst en kunstenaars ligt in de verbinding met de samenleving. Het is een belangrijke functie van kunst om de samenleving een spiegel voor te houden en een belangrijke functie van musea om kunstenaars en bezoekers een platform te bieden voor reflectie en dialoog. Hoe een individuele kunstenaar dat doet, daar treed ik niet in. Zie verder mijn antwoord op de vragen 2, 3 en 4.

Naar boven