Vragen van het lid Jasper vanDijk (SP) aan de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap over omstreden subsidies (ingezonden 10 oktober 2014).

Mededeling van Minister Bussemaker (Onderwijs, Cultuur en Wetenschap) (ontvangen 28 oktober 2014).

Vraag 1

Wat is uw oordeel over het bericht «Vriendjespolitiek op ministerie OCW»?1

Vraag 2

Herkent u de geruchten over een «ons-kent-ons-cultuur» op uw ministerie «bij het gevecht om belastinggeld»? Zo nee, hoe verklaart u de aantijgingen?

Vraag 3

Is het waar dat de Stichting Lezen & Schrijven circa acht miljoen euro per jaar ontvangt? Op welke post van de begroting staat dit? Hoe heeft dit budget zich sinds de oprichting ontwikkeld?

Vraag 4

Kunt u uiteenzetten waar de subsidie voor de stichting aan wordt besteed?

Vraag 5

Hoeveel communicatie-, pr-medewerkers of voorlichters werken er bij de Stichting Lezen en Schrijven? Hoeveel geld kost dat?

Vraag 6

Wat houdt de kritiek in van «experts die de effectiviteit van de club die strijdt tegen ongeletterdheid in twijfel trekken»? Wat is daarover uw oordeel?

Vraag 7

Hoeveel ontvangt de stichting aan private bijdragen?

Vraag 8

Deelt u de mening dat het geld voor feesten van de stichting altijd ten koste gaat van het budget voor laaggeletterden, aangezien het om budget van de stichting gaat?

Vraag 9

Bent u tevreden met de werkwijze van de Stichting Lezen & Schrijven?

Vraag 10

Hoeveel nieuwe deelnemers, die nog niet aan een cursus/traject meedoen, bereikt de Stichting Lezen en Schrijven met het programma Taal voor het Leven? Hoe kunt u dit onderscheiden van al bestaande deelnemers bij organisaties waarmee de Stichting Lezen en Schrijven samenwerkt?

Vraag 11

Welk percentage van de deelnemers aan het programma Taal voor het Leven zijn mensen die Nederlands als moedertaal spreken (nt1)?

Vraag 12

Wat bedoelt Stichting Lezen en Schrijven met de «nieuwe aanpak om laaggeletterden in beeld te brengen» en zijn er bewijzen dat deze aanpak mensen «op een hoger taalniveau brengt»? Hoe verhoudt deze nieuwe aanpak zich tot de «traditionele aanpak»? Is er een onafhankelijk wetenschappelijk oordeel, die deze bewering van de stichting onderschrijft?2

Vraag 13

Kunt u aangeven wat concreet de opbrengsten zijn van de Stichting Lezen en Schrijven met het programma Taal voor het Leven? Kunt u dat aangeven voor elke regio waar dit programma wordt uitgevoerd?

Vraag 14

Staat u open voor een andere verdeling van het budget voor laaggeletterdheid? Kunt u uw antwoord toelichten?

Vraag 15

Is het waar dat u twee ton terugvordert van de Stichting Vrienden van de Gaykrant, terwijl de stichting drieëneenhalve ton heeft ontvangen? Waarom bent u gestopt met het onderzoek naar de Stichting Vrienden van de Gaykrant?

Mededeling

Op 7 oktober 2014 heeft het lid Van Klaveren (Groep Bontes/Van Klaveren) mij vragen gesteld over het bericht «vermeende vriendjespolitiek op het Ministerie van OCW» (2014Z17437).

Op 10 oktober 2014 heeft het lid Van Dijk (SP) mij vragen gesteld over omstreden subsidies (2014Z17785).

Omdat de zorgvuldige beantwoording van deze vragen nog enige tijd zal vergen, ben ik niet in staat de vragen binnen de gebruikelijke termijn te beantwoorden. Naar verwachting ontvangt u in de tweede week van november mijn antwoord.

Naar boven