Vragen van het lid Klever (PVV) aan de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport
over de hoge zorgkosten van allochtonen (ingezonden 21 augustus 2015)
Antwoord van Minister Schippers (Volksgezondheid, Welzijn en Sport) (ontvangen 7 september
2015)
Vraag 1 en 2
Wat is uw reactie op het bericht «Allochtonen maken meeste zorgkosten»?1
Hoe verklaart u het bovenmatige gebruik van zorg door allochtonen?
Antwoord 1 en 2
Uit cijfers van het CBS blijkt dat achtergrondkenmerken van groot belang zijn als
het gaat om het beeld van zorggebruik en beslag op zorgkosten. Uit het CBS artikel
«Zorgkosten niet-westerse allochtonen verschillen van autochtonen» van 11 maart 2013
blijkt dat bij autochtonen (€ 2.135) de gemiddelde zorgkosten hoger liggen dan bij
personen met een niet-westerse herkomst (€ 1.790), en dat na correctie voor leeftijdsopbouw
de gemiddelde zorgkosten onder niet-westerse migranten (€ 1.890) hoger liggen dan
bij autochtonen (€ 1.612).
Bij de verklaring van het verschil tussen de zorgkosten van autochtonen en niet-westerse
allochtonen spelen ook andere achtergrondkenmerken een rol: zo verklaart bijvoorbeeld
de gemiddeld lage sociaaleconomische situatie van migranten een deel van het verschil
in gezondheid en daarmee aan zorgkosten.
Daarnaast spelen fysiologische verklaringen een rol: diabetes komt bijvoorbeeld vaker
voor bij migranten dan autochtonen, óók als gecorrigeerd wordt voor andere factoren
die ook tot een hogere kans op diabetes leiden, zoals de oververtegenwoordiging van
migranten in de lagere inkomensgroepen (CBS, Gezondheid en zorg in cijfers, 2014).
Naast deze generieke verklaringen spelen volgens onderzoek (bijvoorbeeld SCP, Jaarrapport
Integratie 2009) ook culturele verklaringen een rol, zoals bijvoorbeeld een verschil
in de perceptie van de eigen gezondheid.
Vraag 3
Hoe gaat u deze bovenmatige zorgconsumptie van allochtonen terugdringen, in uw streven
de zorg betaalbaar te houden?
Antwoord 3
Uit de cijfers kan de conclusie worden getrokken dat allochtonen relatief meer zorgkosten
maken, maar niet dat deze zorgkosten bovenmatig zouden zijn. VWS zet breed in op het
betaalbaar houden van de zorg. Om die doelstelling te realiseren zijn de afgelopen
jaren in verschillende sectoren hoofdlijnakkoorden gesloten, met afspraken over een
houdbaar groeipad en de wijze waarop dit gerealiseerd kan worden. Zo zijn er bijvoorbeeld
in het Hoofdlijnakkoord Medisch Specialistische Zorg 2014–2017 afspraken gemaakt over
het terugdringen van ongewenste praktijkvariatie, over doelmatige zorg, over spreiding
en specialisatie, en over gewenste substitutie naar de eerste lijn. Daarnaast is er
(veelal lokaal) preventiebeleid voor groepen met een lage sociaaleconomische status.
Daar zitten vaak allochtone groepen bij. De ervaring leert dat de aanpak heel specifiek
moet zijn en van wijk tot wijk kan verschillen. In die wijkgerichte benadering is
in het preventiebeleid veel aandacht voor de samenstelling van de wijk (welke allochtone
en autochtone groepen) om het beleid op af te stemmen en specifiek maatregelen te
nemen. Zo is er bijvoorbeeld in Den Haag in bepaalde wijken veel aandacht voor diabetes
bij mensen van Hindoestaanse afkomst, omdat de prevalentie daar veel hoger ligt.
Vraag 4 en 5
Is er een relatie tussen het hoge aantal allochtone wanbetalers en de hoge zorgconsumptie
van allochtonen?2 Bent u bereid dit te onderzoeken?
Is het zo dat mensen die hun zorgpremie toch niet betalen, bovenmatig gratis zorg
consumeren? Zo ja, hoe gaat u een einde maken aan deze wanpraktijken?
Antwoord 4 en 5
Uit de door het CBS geleverde achtergrondgegevens van wanbetalers blijkt dat er per
eind december 2014 ruim 141.000 allochtone wanbetalers waren en ruim 156.000 autochtone
wanbetalers. Dit is respectievelijk 5% van de allochtone premiebetalende bevolking
en 1,5% van de autochtone premiebetalende bevolking. Achtergrondgegevens zijn niet
voor alle wanbetalers beschikbaar.
In het antwoord op vraag 1 en 2 is vermeld waarom deze mensen meer zorg gebruiken.
Anders dan gesuggereerd is zorg voor niemand gratis. Mensen zijn verplicht zich te
verzekeren en premie te betalen. Als iemand niet betaalt treft de zorgverzekeraar
incassomaatregelen. Dit geldt ook voor wanbetalers in het bestuursrechtelijk premieregime,
waar de premie wordt geïnd door bronheffing door het Zorginstituut of incassoactiviteiten
door het Centraal justitieel Incassobureau (CJIB). Indien een wanbetaler in het bestuursrechtelijk
premieregime recht heeft op zorgtoeslag, maakt de Belastingdienst dit aan het CJIB
over.
Ik zie voorts geen toegevoegde waarde voor onderzoek dat een relatie legt tussen de
mate waarin mensen wanbetalen en de hoeveelheid zorg die zij gebruiken. Zoals ik al
eerder heb aangegeven tijdens het debat over het wetsvoorstel verbetering wanbetalersmaatregelen3 vind ik het ongewenst om wanbetalende verzekerden (een deel van de) zorg te onthouden.
Uiteindelijk is dit duurder dan zorg te verlenen.
Vraag 6
Kunt u deze vragen voor 1 september 2015 beantwoorden?
Antwoord 6
Helaas is dit niet gelukt.
X Noot
1De Telegraaf, 20 augustus 2015
X Noot
3Plenaire verslagen, Tweede Kamer, 33 683, 59e vergadering, 5 maart 2014, pag. 15 t/m 17