Vragen van het lid Rog (CDA) aan de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
over de berichten «Rijk in de fout met licentie voor Wijnbergschool» en «Patstelling
op De Berg» (ingezonden 20 juli 2015).
Antwoord van Staatssecretaris Dekker (Onderwijs, Cultuur en Wetenschap) (ontvangen
2 september 2015).
Vraag 1
Bent u bekend met de artikelen «Rijk in de fout met licentie voor Wijnbergschool»
en «Patstelling op De Berg»?1
Antwoord 1
Ja, deze artikelen zijn mij bekend.
Vraag 2
Waarom heeft u op 5 juli 2012 een VSO-licentie verstrekt aan Onderwijsstichting De
Wijnberg, terwijl er reeds een VSO-school in de nabijheid aanwezig was en er geen
onderbouwing daarvoor in het spreidingsplan van het toenmalige REC was?2
Antwoord 2
Onderwijsstichting De Wijnberg heeft in het voorjaar van 2012 een verzoek tot uitbreiding
gedaan van de school voor speciaal onderwijs met voortgezet speciaal onderwijs. De
WEC, artikel 75, tweede lid, onder h, biedt hiertoe de mogelijkheid. Voorwaarden die
worden gesteld aan de uitbreiding staan in de Wet op de expertisecentra (WEC), artikel
83, eerste, tweede en derde lid. Indien uit prognoses blijkt dat er behoefte is aan
extra capaciteit voortgezet speciaal onderwijs, dan biedt de wet geen ruimte een dergelijke
aanvraag af te wijzen. Dat er een andere vso school in de regio is, speelt dan geen
rol. Dat er geen onderbouwing was in het spreidingsplan van het toenmalige REC, zoals
u in de vraag stelt, speelt ook geen rol bij de toekenning, op basis van deze wettelijke
bepalingen.
Vraag 3
Herkent u het beeld dat als gevolg van de verstrekking van de VSO-licentie aan De
Wijnberg er in de regio Noord-Limburg een situatie van concurrentie tussen (voortgezet)
speciaal onderwijsinstellingen lijkt te zijn ontstaan, omdat twee onderwijsinstellingen
een vergelijkbaar aanbod in dezelfde regio aan dezelfde (type) leerlingen aanbieden?
Vindt u concurrentie in het speciaal onderwijs wenselijk? Zo niet, waarom wordt concurrentie
door het verstrekken van de VSO-licentie impliciet door uw ministerie gefaciliteerd?
Antwoord 3
In de vragen wordt gesteld dat met het toekennen van de licentie, het Ministerie van
OCW de concurrentie faciliteert. De WEC biedt echter geen ruimte om op beleidsmatige
gronden af te wijzen. Aanvragen die voldoen aan de eisen, moeten worden toegekend.
Met de uitbreiding van de school voor speciaal onderwijs De Wijnberg met voortgezet
speciaal, is er een partij bijgekomen die voortgezet speciaal onderwijs biedt in de
regio. In veel regio’s zijn meer besturen voor (voortgezet) speciaal onderwijs actief,
ook voor cluster 4. Voor de invoering van passend onderwijs werden binnen de regionale
expertisecentra afspraken gemaakt tussen de scholen voor (voortgezet) speciaal onderwijs.
Sinds de invoering van passend onderwijs worden binnen de samenwerkingsverbanden afspraken
gemaakt tussen de scholen om ervoor te zorgen dat voor alle leerlingen een passende
plek kan worden geboden. Op basis van de schoolprofielen kunnen bijvoorbeeld ook afspraken
worden gemaakt over welke (speciale) school welk type leerlingen op welke locatie
onderwijs en begeleiding kan bieden. Dat vraagt dat partijen in de regio samenwerken.
De situatie in Noord Limburg verhindert op dit moment dat goede afspraken gemaakt
kunnen worden.
Vraag 4
Herkent u het beeld dat de ontstane concurrentie in de regio Noord-Limburg leidt tot
een toename van het aantal VSO-leerlingen? Voelt u zich aangesproken door de zorgen
die het samenwerkingsverband voor passend voortgezet onderwijs Noord-Limburg hierover
heeft uitgesproken? Hoe gaat u reageren op de vraag om de financiële tekorten als
gevolg van de verstrekking van de VSO-licentie voor uw rekening te nemen?
Antwoord 4
Het uitgangspunt van passend onderwijs is dat alle leerlingen een passende onderwijsplek
krijgen, bij voorkeur op een reguliere school in de buurt. Binnen het samenwerkingsverband
worden afspraken gemaakt over welke leerlingen een plek kunnen krijgen in het voortgezet
speciaal onderwijs. Vanuit dat oogpunt leidt een extra aanbieder niet tot een toename
van het aantal leerlingen in het voortgezet speciaal onderwijs. Dat neemt niet weg
dat ik het met u eens ben dat indien er geen goede afspraken zijn, het risico is dat
het aantal leerlingen toeneemt. Overigens is dat risico er ook als er één aanbieder
is. Het toekennen van de uitbreiding van de school voor speciaal onderwijs De Wijnberg
met voortgezet speciaal onderwijs is dan ook geen reden om extra middelen toe te kennen
aan het samenwerkingsverband.
Vraag 5
Welke opdracht en welk mandaat heeft de landelijk projectleider voor speciaal onderwijs
om de impasse te doorbreken?
Antwoord 5
De PO-Raad, de VO-raad, LECSO (branchevereniging (voortgezet) speciaal onderwijs)
en OCW hebben vorige jaar een landelijk projectleider voor speciaal onderwijs aangesteld.
Aanleiding hiervoor was het grote aantal veranderingen waarmee de (v)so sector te
maken heeft: de invoering van passend onderwijs, de invoering van de Jeugdwet, de
Wet langdurige zorg, de wijzigingen in de Zorgverzekeringswet en de invoering van
de Participatiewet. Dit in combinatie met de wens om te ontvlechten, of wel het invlechten
van het speciaal onderwijs in de wetgeving voor primair onderwijs en het voortgezet
speciaal onderwijs in het voortgezet onderwijs. De projectleider voert gesprekken
in het land, stimuleert en ondersteunt, op verzoek, en waar nodig partijen in de regio.
In dat kader voert hij ook gesprekken in Noord Limburg. Doel is dat er een oplossing
wordt gevonden om weer tot werkbare verhoudingen te komen. Begin september staat een
overleg gepland waarbij ook de gemeente is betrokken.
X Noot
1Dagblad De Limburger, 16 juli 2015
X Noot
2VSO: voortgezet speciaal onderwijs; REC: regionaal opleidingscentrum