Vragen van het lid Otwin vanDijk (PvdA) aan de Staatssecretaris van Volksgezondheid,
Welzijn en Sport over PGB’s onder de Zorgverzekeringswet (ingezonden 19 juni 2015).
Antwoord van Staatssecretaris VanRijn (Volksgezondheid, Welzijn en Sport) (ontvangen
18 augustus 2015)
Vraag 1
Bent u op de hoogte van de wijze waarop zorgverzekeraar Univé Zorgzaam het persoonsgebonden
budget (PGB) vergoedt aan verzekerden?1
Vraag 2, 3 en 4
Klopt het dat Univé Zorgzaam 10% van het PGB in mindering brengt voor administratieve
kosten? Wat vindt u hiervan?
Is het in rekening brengen van 10% administratieve kosten door verzekeraars een normale
gang van zaken? Welke zorgverzekeraars doen dit nog meer? Wat is uw oordeel hierover?
Welk bedrag dat beschikbaar is voor het PGB bij zorgverzekeraars wordt niet aan zorg
uitgegeven?
Kunt u nader toelichten hoe de uurtarieven van het PGB onder zorgverzekeraars tot
stand komen voor verpleging en verzorging?
Antwoord 2, 3 en 4
Het is de verantwoordelijkheid van zorgverzekeraars om de hoogte van de tarieven voor
de vergoeding van niet-gecontracteerde zorg te bepalen. Uiteraard moeten ze hierbij
wel binnen de door de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) vastgestelde maximumtarieven
voor verpleging en verzorging blijven. De zorg die met een Zvw-pgb wordt ingekocht
valt daar ook onder.
Verzekeraars geven duidelijkheid over de hoogte van de tarieven in de polis. Verzekerden
worden hierover geïnformeerd met de zogenaamde deurmatbrief die in november wordt
verstuurd.
Toen de functies verpleging en verzorging vanuit de AWBZ zijn overgeheveld naar de
zorgverzekeringswet is dit gebeurd met een taakstelling van € 440 mln op het totale
kader wijkverpleging. Het is aan zorgverzekeraars hoe ze deze korting hebben ingevuld.
Dat kon zowel op verpleging, als verzorging.
Ik heb gesproken met de betreffende zorgverzekeraar en ik heb begrepen dat de verzekeraar
ervoor heeft gekozen om het AWBZ-pgb jaarbudget voor persoonlijke verzorging te verlagen
met 10% om invulling te geven aan de taakstelling. Er heeft geen korting plaatsgevonden
op de functie verpleging. Ook deze verzekeraar heeft zijn verzekerden hierover geïnformeerd
in november. De korting van 10% is dus niet in mindering gebracht vanwege administratieve
kosten.
Vraag 5
Is er sprake van een maximum tarief voor verpleging en verzorging? Hoe moeten budgethouders
met langlopende contracten met zorgverleners voor een hoger tarief dan de zorgverzekeraar
wenst te vergoeden, hun zorgverleners betalen? Worden zij geacht deze bedragen zelf
bij te betalen?
Antwoord 5
De zorg die geleverd wordt door zorgverleners die deze zorg beroeps- of bedrijfsmatig
verlenen, vallen onder de Wet marktordening gezondheidszorg (Wmg). Hiervoor gelden
de beleidsregel en prestaties en (maximum)tarieven zoals vastgesteld door de NZa.
Deze maximumtarieven zijn zowel een verplichting voor de zorgverzekeraar, als voor
de zorgverlener. Zorgverleners mogen dan ook niet meer in rekening brengen dan het
door de NZa vastgestelde tarief.
Het is aan verzekeraars zelf om, op basis van de door de NZa vastgestelde maximumtarieven,
te bepalen welke tarieven zij hanteren voor de vaststelling van de hoogte van het
PGB. Zij nemen dit op in hun pgb-reglement dat aan de polis is gekoppeld. Dit betekent
dat de verzekerde van te voren is geïnformeerd over de tarieven die zijn verzekeraar
hanteert bij de vaststelling van de hoogte van het Zvw-pgb, namelijk als hij in november
de polisvoorwaarden voor het komende jaar ontvangt.
Ook de tarieven voor niet formele zorgaanbieders, die niet gebonden zijn aan de Wmg,
staan opgenomen in het reglement.
Verzekerden die in 2014 al een pgb hadden, zijn in november 2014 door hun zorgverzekeraar
geïnformeerd over de wijzigingen waarmee zij te maken zouden krijgen in verband met
overheveling van hun zorg naar de Zorgverzekeringswet. Elke budgethouder heeft een
persoonlijke brief gehad met daarin de nieuwe hoogte van zijn budget. Ook is er schriftelijk
uitleg gegeven over de veranderingen in 2015.
In het geval waarin de nieuwe tarieven lager waren dan de tarieven in reeds lopende
contracten, hebben de budgethouders de contracten kunnen aanpassen. Budgethouders
hebben daarvoor vanaf november vorig jaar de tijd gehad om bestaande contracten met
zorgverleners aan te passen aan de nieuwe tarieven. Verzekerden hebben uiteraard ook
de gelegenheid gehad zich te oriënteren op de polisvoorwaarden van andere zorgverzekeraars
om eventueel over te stappen.
Vraag 6
Wat gebeurt er met het overgebleven budget van PGB-houders dat niet aan zorg besteed
hoeft te worden en dat teruggestort dient te worden naar de zorgverzekeraars? Wat
doen zorgverzekeraars met dit overgebleven budget?
Antwoord 6
Verzekerden kunnen tot een bepaald maximum bedrag aan nota’s indienen bij hun zorgverzekeraar.
Het maximum bedrag (ook wel pgb-budget) wordt bepaald aan de hand van de indicatiestelling
en de maximum tarieven. Er is geen sprake van overgebleven pgb-budget dat teruggestort
dient te worden naar verzekeraars. Het geld blijft bij de verzekeraars en blijft daarmee
beschikbaar voor het totale budget voor wijkverpleging.
X Noot
1Voorbeeld onderhands meegezonden