Vragen van de leden VanKlaveren en Bontes (Groep Bontes/Van Klaveren) aan de Staatssecretaris
van Veiligheid en Justitie over de bedreiging en intimidatie in asielzoekerscentra
(AZC) door islamitische asielzoekers (ingezonden 14 juli 2015).
Antwoord van Staatssecretaris Dijkhoff (Veiligheid en Justitie) (ontvangen 22 juli
2015)
Vraag 1
Bent u bekend met het bericht «Christenen uit asiel weggepest»?1
Vraag 2 en 3
Kunt u aangeven waarom het zogenaamde verbetertraject uit 2011 blijkbaar niet heeft
geholpen bij het voorkomen dat islamitische asielzoekers christelijke asielzoekers
bedreigen, intimideren en discrimineren?
Hoe duidt u het gegeven dat christelijke asielzoekers in AZC blijkbaar moeten vrezen
voor hun veiligheid en hun welzijn omdat zij zich niet voldoende beschermd weten tegen
bedreiging en intimidatie door islamitische asielzoekers?
Antwoord 2 en 3
Dit beeld klopt niet met de feiten, wat niet wegneemt dat er wel degelijk spanningen
tussen bewoners voorkomen. Het wonen op een beperkt oppervlak van mensen met diverse
achtergronden kan spanningen met zich meebrengen. De meeste spanningen ontstaan tussen
twee of meerdere individuen. Hoewel niet uitgesloten is dat verschil in etnische of
religieuze oorsprong tot conflicten tussen bewoners kan leiden, is dit doorgaans niet
de oorzaak van de conflicten die in asielzoekerscentra ontstaan.
Het COA benadrukt in haar voorlichting aan alle bewoners dat discriminatie en intimidatie,
op basis van artikel 1 van de Grondwet, verboden is. Het COA tolereert geen beledigende
en discriminerende uitingen over religie, sekse, seksuele geaardheid, leeftijd, etniciteit
of nationaliteit. Op een asielzoekerscentrum geldt vrijheid van godsdienst. Dit betekent
dat bewoners elkaar in hun waarde dienen te laten ongeacht religie, politieke overtuiging
of seksuele geaardheid. Binnen de grenzen van de COA-locatie dient het beoefenen van
het geloof plaats te vinden in de privéruimte in afstemming met andere bewoners van
diezelfde privéruimte. Het is niet toegestaan om gemeenschappelijke ruimtes te gebruiken
als gebedsruimte. Dergelijke ruimtes moeten voor iedereen vrij toegankelijk zijn.
De inspanningen van het COA zijn erop gericht om intimidatie en discriminatie zo veel
als mogelijk te voorkomen. In antwoord op de aanbevelingen op het rapport van Deloitte
heeft het COA een werkgroep samengesteld die aanbevelingen heeft vertaald in concrete
maatregelen. Dit is gedaan in nauwe samenwerking met het COC en stichting Gave. Er
wordt voorlichting gegeven aan medewerkers en bewoners om het bewustzijn te vergroten.
Binnen de voorlichting wordt aandacht besteed aan artikel 1 van de Grondwet waarin
het gelijkheidsbeginsel en het discriminatieverbod staat geformuleerd. Werkprocessen
zijn ingericht om de meldingen van incidenten te stroomlijnen. Profilering en stellingname
van het COA tegen religieuze en gender gerelateerde discriminatie heeft geresulteerd
in zichtbare posters met anti-discriminatie boodschap, voorlichtingsmateriaal, themabijeenkomsten
met medewerkers, een sociale kaart met doorverwijsmogelijkheden en lokale afspraken
met belangenverengingen en kerken. De werkgroep is in afgeslankte vorm nog steeds
actief om de genomen maatregelen te toetsen en signalen uit het werkveld te bespreken
en met verbeter- of verandervoorstellen te komen. Recent heeft de werkgroep met stichting
Gave afgesproken om in de komende maanden aandacht te besteden aan het uniform hanteren
van eerder gemaakte landelijke afspraken. Dit vanwege de snelle groei van het aantal
locaties en de instroom van nieuw personeel en het adequaat informeren hiervan.
Vraag 4
Bent u bereid ervoor te zorgen dat niet de slachtoffers van bedreiging, intimidatie
en discriminatie worden overgeplaatst maar de daders?
Antwoord 4
Bij een incident wordt altijd gekeken naar de meest passende maatregel/oplossing waarbij
zowel oog is voor de diverse persoonlijke belangen als ook de bijdrage aan de beheersbaarheid/leefbaarheid
op de locatie. Het belangrijkste is dat bewoners die een kamer delen, goed met elkaar
overweg kunnen. Wie een andere kamer krijgt is geen zaak van principe; de leefbaarheid
en veiligheid van bewoners staat voorop.
Vraag 5
Deelt u de visie dat asielzoekers die zich in AZC schuldig maken aan bedreiging, intimidatie
en discriminatie hun recht op verblijf verspelen?
Antwoord 5
COA schakelt altijd de politie in voor zaken die de openbare orde raken. Asielzoekers
kunnen en zullen net als andere burgers bij delicten worden bestraft en eventueel
gedetineerd. In alle gevallen geldt dat misdragingen consequenties kunnen hebben voor
de asielprocedure. Of een en ander gevolgen heeft, zal afhankelijk zijn van welk wangedrag
en van de strafmaat die daarop is gesteld.
Vraag 6
Ziet u in dat het huidige asielsysteem door de enorme toestroom en vele problemen
in en om de AZC totaal onhoudbaar is geworden? Zo ja, in hoeverre ziet u de meerwaarde
van het Australische model, dat enkel gericht is op opvang in de regio?
Antwoord 6
Opvang in de regio is voor het kabinet een belangrijk uitgangspunt. Dat is ook waarom
het kabinet in grote mate (financieel) bijdraagt aan de opvang van vluchtelingen in
de regio’s van herkomst. Dat neemt niet weg dat Nederland op grond van internationale
verplichtingen gehouden is om bescherming te bieden aan die asielzoekers die bescherming
tegen vervolging of onmenselijke behandeling behoeven. Dat is een uitgangspunt waar
het kabinet voor staat.