Vragen van het lid Dik-Faber (ChristenUnie) aan de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport over zorgen om het voortbestaan van GGz voor mensen met gehoorproblemen (ingezonden 25 september 2014).

Antwoord van Minister Schippers (Volksgezondheid, Welzijn en Sport) (ontvangen 20 oktober 2014).

Vraag 1

Kent u het bericht «Belangenorganisaties bezorgd om voortbestaan GGZ voor mensen met gehoorproblemen»?1

Antwoord 1

Ja, ik ken het bericht.

Vraag 2

Bent u ermee bekend dat in de jaren 80 de bekostiging van specialistische GGz voor doven en slechthorenden met uw medewerking tot stand is gebracht? Hoe beoordeelt u de inspanningen van destijds?

Antwoord 2

Inderdaad was VWS in de jaren tachtig en negentig nauw betrokken bij de totstandkoming van de specialistische ggz voor doven en slechthorenden, en bij het realiseren van een passende bekostiging voor deze zorg. De inspanningen van die periode zijn mijns inziens zeer waardevol geweest. Waar tot in het begin van de jaren tachtig er niet of nauwelijks expertise of specifiek aanbod voor doven en slechthorenden met psychische problemen aanwezig was, hebben de inspanningen van die jaren geleid tot een netwerk van (afdelingen van) instellingen die zich specifiek op deze doelgroep richten. De huidige gespecialiseerde afdelingen en instellingen bouwen op de inspanningen uit die periode voort en hebben veel expertise opgebouwd op dit gebied.

Vraag 3

Deelt u de mening dat het belangrijk is de specialistische GGz voor mensen met gehoorproblemen te behouden? Zo nee, waarom niet?

Antwoord 3

Ik ben van mening dat ook doven en slechthorenden toegang moeten hebben tot goede geestelijke gezondheidszorg. Zorgverzekeraars en zorgaanbieders hebben de verantwoordelijkheid om de geestelijke gezondheidszorg zo in te richten dat deze ook is toegerust op de hulpvragen van doven en slechthorenden, en dat kennis en expertise op dat gebied behouden blijft.

Vraag 4

Bent u van mening dat de specialistische GGz voldoende geborgd is in het bestaande aanbod binnen de GGz?

Antwoord 4

Mij hebben geen berichten bereikt dat het bestaande aanbod ontoereikend is.

Vraag 5

Bent u bereid de overgangsregeling te continueren zolang deze zorg niet structureel ingebed is in het totale GGz-aanbod? Zo nee, waarom niet?

Antwoord 5

Zoals ik in de voorhangbrief (Kamerstuk 30 597, nr. 466) heb aangegeven ben ik voornemens de NZa een aanwijzing te geven om met ingang van 2015 de overgangsregeling voor zover deze kan worden toegeschreven aan de bekostiging van (doventolk-) zorg door instellingen met een bovengemiddeld aantal cliënten met een auditieve beperking te continueren. Ik zal met de NZa, het Zorginstituut en de VNG verkennen wat een toekomstbestendige oplossing voor de bekostiging is. Zodra duidelijk is hoe de toekomstige bekostiging van deze zorg wordt geregeld zal de overgangsregeling worden beëindigd.

Vraag 6

Hoe wilt u GGz voor mensen met gehoorproblemen borgen? Verwacht u dat de vraag naar GGz onder slechthorenden nu zodanig gewijzigd is dat het aanbod binnen de reguliere GGz geborgd kan worden?

Antwoord 6

Zoals ik hierboven aangaf ga ik ten aanzien van de bekostiging verkennen wat een toekomstbestendige oplossing is. Van belang is wel dat zorgverzekeraars een zorgplicht hebben tegenover hun verzekerden. Die zorgplicht geldt ook voor doven en slechthorenden die een hulpvraag hebben op het gebied van de ggz. Op welke wijze de zorg aan deze doelgroep wordt ingericht is aan zorgaanbieders en zorgverzekeraars. Het is daarbij wel van belang dat de kennis en expertise voor deze doelgroep behouden blijft.

Vraag 7

Hoe beoordeelt u het advies van de Nederlandse Zorgautoriteit om de overgangsregeling te beëindigen?

Antwoord 7

De NZa heeft mij om aandacht gevraagd voor een toekomstbestendige oplossing voor de bekostiging van de (doventolk)zorg. Dit advies neem ik ter harte. Deze toekomstbestendige oplossing kan per 1 januari 2015 nog niet gerealiseerd worden. Daarom ben ik voornemens om in afwijking van haar advies de NZa een aanwijzing te geven de overgangsregeling in 2015 te continueren, voor zover deze kan worden toegeschreven aan de bekostiging van (doventolk-) zorg door instellingen met een bovengemiddeld aantal cliënten met een auditieve beperking.

Naar boven