Vragen van het lid Aukje deVries (VVD) aan de Minister van Financiën over het bericht
«OM hoeft Rabobank niet te vervolgen om Libor-fraude» (ingezonden 26 mei 2015).
Antwoord van Minister Dijsselbloem (Financiën), mede namens de Minister van Veiligheid
en Justitie (ontvangen 14 juli 2015). Zie ook Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar
2014–2015, nr. 2600
Vraag 1 en 4
Kent u het bericht «OM hoeft Rabobank niet te vervolgen om Libor-fraude»?1 Wat vindt u van dit bericht?
Klopt het dat voor de betrokkenen die nog wel bij de bank werken, strafrechtelijke
vervolging niet mogelijk is, omdat er in de samenwerking met verschillende autoriteiten
en toezichthouders niet altijd is voldaan «aan de eisen van het strafprocesrecht met
betrekking tot de vergaring van bewijsmateriaal»? Om welke autoriteiten en toezichthouders
gaat het hier? Wat is er misgegaan c.q. hoe heeft dit kunnen gebeuren? Hoe kan dit
in de toekomst worden voorkomen?
Antwoord 1 en 4
Ja, ik heb kennisgenomen van het bericht. Het kabinet kan niet treden in het oordeel
van een rechter in een individuele zaak. Daardoor kan alleen het volgende worden toegelicht
over de van het OM, de FIOD en DNB ontvangen mededelingen over de context en wijze
van uitvoering van het onderzoek in de LIBOR/EURIBOR-zaak.
De FIOD en het OM hebben met hun strafrechtelijk optreden gereageerd op de internationale
actuele situatie. Er liepen al onderzoeken in andere landen. Parallelle onderzoeken
door toezichthouders en strafrechtelijk autoriteiten in een internationale context
hebben een eigen dynamiek. Iedere partij – nationaal en internationaal – doet onderzoek
volgens zijn eigen regels en met zijn eigen waarborgen. Ieder onderzoek heeft ook
zijn eigen te respecteren belang, of dat nu een toezichtsbelang is, het belang van
de bank zelf om de zaken intern op orde te krijgen, of een strafrechtelijk belang.
Al die onderzoeken leveren informatie waarop privacy-, toezichtrechtelijke of strafrechtelijke
waarborgen van toepassing zijn. Daar hadden en hebben het OM en de FIOD rekening mee
te houden en zij hebben mij meegedeeld dat in deze zaak ook te hebben gedaan.
Ten aanzien van de natuurlijke personen die bij de Rabobank in dienst bleven heeft
het OM geoordeeld dat vervolging achterwege kon blijven. In de brief van 8 november
2013 is toegelicht op welke gronden het OM tot deze beslissing is gekomen. Het eindoordeel
van het Hof in de artikel 12 Wetboek van Strafvordering procedure houdt in dat een
bevel tot nader onderzoek ten aanzien van natuurlijke personen die bij de Rabobank
in dienst bleven geen redelijk doel dient.
Verder vindt in het buitenland vervolging plaats van voormalig medewerkers van de
Rabobank die betrokken waren bij de manipulaties. Ten aanzien van andere oud-medewerkers
van de Rabobank zal het Nederlandse OM nog een vervolgingsbeslissing nemen.
Verder is DNB in de Wet op het financieel toezicht (Wft) aangewezen als toezichthouder
op de soliditeit van financiële ondernemingen en de stabiliteit van het financiële
stelsel. De taken en verantwoordelijkheden van DNB op dat gebied zijn bestuursrechtelijk
van aard. Het onderzoek dat DNB heeft uitgevoerd bij Rabobank is daarom ook in een
bestuursrechtelijk kader uitgevoerd met inachtneming van de waarborgen die daaraan
zijn verbonden.
Vraag 2
Eerder is toegezegd dat het manipuleren van rentetarieven, zoals Libor, strafbaar
zou worden gesteld in Nederland, zodat frauderende bankiers op dit specifieke punt
ook strafrechtelijk zouden kunnen worden vervolgd; wat is de stand van zaken van de
wetgeving op dit punt?
Antwoord 2
Per 1 januari 2015 is artikel 5:58a van de Wet op het financieel toezicht (Wft) in
werking getreden. Op basis van dit artikel is manipulatie van benchmarks verboden
voor zover de manipulatie in of vanuit Nederland plaatsvindt, of er in Nederland financiële
instrumenten op de benchmark gebaseerd zijn. De Autoriteit Financiële Markten kan
bestuursrechtelijk optreden tegen overtreding van dit verbod. Ook kan het OM overtreding
van het verbod op manipulatie van benchmarks op grond van de Wet op de economische
delicten strafrechtelijk vervolgen. Nederland loopt hiermee vooruit op de nieuwe Europese
verordening marktmisbruik die per 3 juli 2016 van toepassing zal zijn.2
Vraag 3
In hoeverre hadden de bankiers eventueel wel strafrechtelijk vervolgd kunnen worden
als wettelijk al wel was geregeld dat manipulatie van rentetarieven strafbaar zou
zijn gesteld? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 3
Bestaande strafbaarstellingen hebben ten grondslag gelegen aan het door het OM aan
de rechtspersoon Rabobank kunnen toerekenen van door natuurlijke personen gepleegde
strafbare feiten. Het destijds ontbreken van een specifieke strafbaarstelling van
manipulatie van benchmarks speelde geen rol bij de wijze van afdoen in deze zaak.
Vraag 5
Welke invloed heeft het feit dat niet is voldaan aan de eisen van het strafprocesrecht
voor vergaring van bewijsmateriaal door de verschillende autoriteiten en toezichthouders
op het al dan niet strafrechtelijk kunnen vervolgen van frauderende bankiers in Nederland?
Antwoord 5
De uitspraak van het Hof in deze zaak ziet op de voorgelegde casus. Ik verwijs naar
mijn antwoord op vraag 4. De mogelijkheden om in eventuele toekomstige zaken al dan
niet te kunnen vervolgen, worden door het OM per geval beoordeeld.
X Noot
1Nu.nl, d.d. 19 mei 2015
X Noot
2Verordening (EU) nr. 596/2014 van het Europees parlement en de Raad van de Europese
Unie van 16 april 2014 betreffende marktmisbruik (PbEU 2014, L 173).