Vragen van het lid Ouwehand (PvdD) aan de Staatssecretaris van Economische Zaken over
het bestrijdingsmiddel azadirachtin dat hommels bedreigt (ingezonden 19 juni 2015).
Antwoord van Staatssecretaris Dijksma (Economische Zaken) (ontvangen 13 juli 2015).
Vraag 1
Heeft u kennisgenomen van het onderzoek van de Europese Commissie waaruit blijkt dat
het bestrijdingsmiddel azadirachtin de overlevingskansen en voortplanting van hommels
in gevaar brengt, zelfs als het wordt toegepast in de maximale hoeveelheden die worden
voorgeschreven in de gebruiksvoorschriften?1
Antwoord 1
Ja. (Het betreft hier een publicatie in het tijdschrift «Ecotoxicology»; het betreft
geen EU-studie.)
Vraag 2
Hoe beoordeelt u het gegeven dat bij de toelating van dit landbouwgif, dat is gericht
op het bestrijden van insecten, kennelijk niet is gekeken naar de effecten ervan op
hommels?
Antwoord 2
Azadirachtin is een werkzame stof van natuurlijk oorsprong, die wordt verkregen door
extractie uit de zaden van de neem-boom. Ook voor dit type middelen worden de risico's
beoordeeld alvorens het middel toe te laten.
Binnen het huidig geldende Europese toetsingskader wordt de honingbij veelal gebruikt
als indicatorsoort voor alle bestuivers. De intrinsieke gevoeligheid van de honingbij
kan echter verschillen van andere soorten bestuivers en de blootstelling aan gewasbeschermingsmiddelen
kan op andere manieren plaatsvinden. Tot op heden wordt dit ondervangen met toepassen
van veiligheidsfactoren.
Binnen de EU is echter een vernieuwd beoordelingsrichtsnoer ontwikkeld door EFSA,
waarbinnen de risico’s voor verschillende soorten bijen worden beoordeeld.
Binnen dit vernieuwde «guidance document on bees» is ook een specifieke beoordelingseis
voor hommels opgenomen. Hiermee is het toetsingskader aangepast aan de laatste stand
der wetenschap.
Nederland heeft samen met de Europese Commissie (EC) een workshop georganiseerd die
een «Roadmap to Implementation» heeft opgeleverd om te komen tot alle noodzakelijke
methodologie voor beoordeling en daardoor de geharmoniseerde invoering van het beoordelingsrichtsnoer
in de EU faciliteert. Het College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen
en biociden (Ctgb) is daarbij nauw betrokken. Zo leveren Nederlandse wetenschappers
een bijdrage aan de ontwikkeling van de methodologie. Het Ctgb hanteert in de beoordeling
het vigerende toetsingskader. Het is van groot belang dat het ontwikkelde beoordelingsrichtsnoer
snel geharmoniseerd kan worden gebruikt in de EU. Hiervoor blijf ik me inzetten.
Vraag 3
In Nederland is dit middel toegelaten onder de merknaam NeemAzal-T/S (toelatingsnummer
12455N) voor professioneel gebruik in de teelt van aardappelen, bloemisterijgewassen
en vaste planten, appelen en in openbaar groen; kunt u aangeven hoeveel van dit middel
jaarlijks wordt gebruikt?
Antwoord 3
De toelatingshouder die NeemAzal-T/S in Nederland op de markt brengt, rapporteert
de jaarlijkse omzetgegevens aan de overheid, zoals alle toelatingshouders. Toelatingshouder
gaat echter niet akkoord met het openbaar maken van de afzetgegevens. De omzetgegevens
moeten worden beschouwd als vertrouwelijke bedrijfs-en fabricagegegevens, zoals bedoeld
in artikel 10 lid 1 sub c van de Wet Openbaarheid van Bestuur.
NeemAzal-T/S wordt voor het overgrote deel gebruikt in de bloemisterij onder glas.
Daarnaast is het product belangrijk voor de biologische appelteelt om de roze appelluis
te bestrijden.
Vraag 4
De Nederlandse toelating van dit middel zou vervallen op 31 mei 2015; echter, doordat
het College voor de Toelating van Gewasbeschermingsmiddelen en Biociden (Ctgb) niet
tijdig heeft kunnen beslissen over de aanvraag tot herregistratie van dit middel is
het vervallen van de toelating opgeschort tot 1 december 2016; kunt u garanderen dat
deze nieuwe wetenschappelijke informatie over de -ook sublethale- schadelijkheid van
dit «natuurlijke» middel voor hommels zal worden meegenomen door het Ctgb bij zijn
beslissing over de aanvraag voor herregistratie van dit middel? Zo ja, op welke wijze?
Zo nee, vindt u dit verantwoord?
Antwoord 4
Het Ctgb heeft aangegeven dat de aangehaalde publicatie zal worden meegenomen binnen
de herbeoordeling van het genoemde middel. Wanneer op grond van de inhoudelijke beoordeling
van de publicatie blijkt dat onaanvaardbare risico’s voor hommels bestaan bij het
aangevraagde gebruik van het middel, zal het Ctgb hierop handelen.
Dit kan zijn door het opleggen van aanvullende risico-reducerende maatregelen of door
het (deels) afwijzen van het verzoek tot herregistratie.
Vraag 5
Bent u bereid om op grond van deze nieuwe wetenschappelijke informatie per direct
een moratorium in te stellen op het gebruik van azadirachtin in Nederland, en ditzelfde
te bepleiten op Europees niveau? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 5
Voor het ingrijpen in de toelating is in Nederland het Ctgb de bevoegde instantie.
Ingrijpen is mogelijk mits er substantiële aanwijzingen zijn, dat niet langer wordt
voldaan aan de goedkeurings- of toelatingscriteria. Als ernstige risico’s in een toelating
tot een spoedeisende maatregel noodzaken kan een tijdelijk verbod aan de orde zijn.
Het Ctgb heeft aangegeven dat de aangehaalde publicatie zal worden meegenomen binnen
het herbeoordelingtraject van Neemazal-T/S en inhoudelijk zal worden beoordeeld. Wanneer
vanuit deze inhoudelijke beoordeling blijkt dat er onaanvaardbare risico’s bestaan
bij het toegelaten gebruik van Neemazal-T/S, dan zal het Ctgb hierop volgend besluiten
over de aanvraag voor herregistratie.