Vragen van het lid Van Gerven (SP) aan de Staatssecretaris van Economische Zaken over
de NVWA (ingezonden 4 juni 2015).
Antwoord van Staatssecretaris Dijksma (Economische Zaken) (ontvangen 18 juni 2015)
Vraag 1
Wilt u kennisnemen van bijgevoegde brief?1
Vraag 2
Wat is de noodzaak van de procedure zoals deze gevolgd wordt door de Nederlandse Voedsel-
en Warenautoriteit (NVWA), waarbij elk paardentransport naar Duitsland een NVWA transport
document behoeft à € 138,59 per paard?
Antwoord 2
Als paarden in het intraverkeer gebracht worden, moeten ze aan de EU-regelgeving (RL2009/156)
voldoen. Dat betekent dat bij elk grensoverschrijdend verkeer de dieren, behalve paspoorten
en identificatie, ook voorzien moeten zijn van een Gezondheidscertificaat of een gezondheidsattest.
De NVWA-tarieven voor het afgeven van certificaten zijn niet gebaseerd op het aantal
te certificeren dieren, maar op de tijdseenheden die gepaard gaan met de certificering.
Vraag 3 en 4
Ziet u mogelijkheden om een NVWA transportdocument voor bijvoorbeeld drie maanden
in te stellen voor hobby paardenhouders of ziet u andere mogelijkheden teneinde de
bureaucratie te verminderen?
Bent u bereid met Duitsland te praten om te komen tot een praktische oplossing waarbij
paarden niet elke keer afzonderlijk een NVWA transportdocument hoeven te krijgen?
Antwoord 3 en 4
De Europese regelgeving biedt geen mogelijkheden certificaten af te geven die drie
maanden geldig zijn. De richtlijn geeft lidstaten echter wel de mogelijkheid toe te
staan dat verkeer van paarden voor sport- en recreatieve doeleinden onder afwijkende
voorwaarden kan geschieden, mits de Europese Commissie hiervan op de hoogte wordt
gesteld. In de Benelux is hiervoor een Memorandum tot stand gekomen. Daardoor kunnen
paarden uit deze categorie reizen tussen de Benelux-landen met alleen een geldig paspoort
en identificatie. Met Duitsland is het tot op heden niet gelukt om zo'n overeenkomst
te sluiten, wat betekent dat alle paarden die de grens overgaan naar Duitsland gecertificeerd
moeten worden. Voor een belangrijk deel is er nog geen Memorandum met Duitsland omdat
Duitsland bestaat uit verschillende Bundesländer. Een dergelijk Memorandum zou dus
in principe met meerdere Bundesländer moeten worden afgesloten. Kortgeleden is echter
overleg gestart met de Deutsche Reiterliche Vereinigung omdat deze heeft aangegeven
te willen onderzoeken of een Memorandum niet in één keer voor heel Duitsland geregeld
kan worden. Ook zij zien de voordelen van een dergelijk Memorandum voor het grensoverschrijdend
verkeer van sportpaarden tussen Nederland en Duitsland. De komende maanden wordt dit
verder uitgewerkt.
Vraag 5
Bent u bereid in Brussel te praten om te komen tot een meer praktische EU-procedure?
Antwoord 5
Uitgangspunt van de procedures rond het transport van paarden tussen de
EU-lidstaten is dat alleen gezonde paarden mogen worden getransporteerd. Daarvoor
is een verklaring van de bevoegde autoriteit vereist. Voordat een dergelijke verklaring
wordt afgegeven dient een lichamelijk onderzoek bij het betreffende dier te worden
uitgevoerd en dat kost geld. Het is met name van belang voor die transporten die van
langere duur zijn, dat op grond van zowel veterinaire als welzijnscriteria wordt onderzocht
of de paarden «fit for travel» zijn. Een meer praktische procedure waarbij een lichamelijk
onderzoek achterwege blijft lijkt, gelet op de risico’s die dat met zich mee kan brengen,
problematisch en zal bij de Europese Commissie en bij andere lidstaten op weinig steun
kunnen rekenen.
Vraag 6
Kent u het bericht «Patémakers weigeren poes in te ruilen voor muizengif» en kunt
u hier een praktische oplossing voor te verzinnen?2
Antwoord 6
Ja.
Het betreffende bedrijf houdt een kat in de bakkerij om muizen te bestrijden.
Het bedrijf is door de NVWA erop gewezen dat de aanwezigheid van een kat in een bakkerij
verboden is. De Europese Hygiëneverordening schrijft voor dat schadelijke organismen,
zoals bijvoorbeeld ongedierte als muizen, afwezig moeten zijn en dat daarvoor maatregelen
getroffen moeten worden. Tevens mogen er geen huisdieren voorkomen op plaatsen waar
levensmiddelen worden bewerkt, gehanteerd of opgeslagen (EG Vo 852/2004, artikel 4
uit hoofdstuk IX van bijlage II).
Het bestrijden van de overlast van de muizen is geen eenvoudige opgave, maar blijkt
in de praktijk wel mogelijk. Vooral van belang is het systematisch dichten van toegangsmogelijkheden
voor de muizen en het elimineren van beschikbaar nestmateriaal en eten. Daarbij is
wel een gerichte aanpak vereist, met verstrekking van de juiste middelen op de juiste
manier. Het raadzaam om de hulp van een professionele bestrijder in te roepen.
Het bedrijf heeft inmiddels een antwoord van de NVWA ontvangen op de aanwezigheid
van de kat, de rol van de kat en de mogelijkheden dan wel onmogelijkheden om ongedierte
te bestrijden. Informatie over de bestrijding van plaagdieren, zoals muizen, is opgenomen
op de website van de NVWA.
X Noot
1Onderhands meegezonden aan het departement