Vragen van het lid Schouw (D66) aan de Ministers van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelatie
en van Sociale Zaken en Werkgelegenheid over de noodkreet van Artikel 1 Overijssel
(ingezonden 21 mei 2015).
Antwoord van Minister Plasterk (Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties) mede namens
de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (ontvangen 12 juni 2015)
Vraag 1
Kent u de aan u gerichte brief van Artikel 1 Overijssel waarin de noodkreet ten aanzien
van het voortbestaan van de antidiscriminatievoorzieningen (adv) wordt gedaan?
Vraag 2
Zijn er andere adv’s die door bezuinigingen dreigen om te vallen? Zo ja, welke? Zo
nee, uit welke inventarisatie blijkt dat?
Antwoord 2
Uit contacten met antidiscriminatievoorzieningen (ADV’s) en enkele mediaberichten
blijkt dat bepaalde ADV’s minder subsidie ontvangen vanuit gemeenten dan voorheen.
In sommige gevallen lijkt dit het gevolg van een keuze van een gemeentebestuur om
zich te beperken tot alleen de financiering van de wettelijke taken (het geven van
bijstand aan burgers en het registreren van klachten) of om de wettelijk taak elders
te beleggen dan bij een gespecialiseerde organisatie. Er zijn mij geen andere berichten
bekend over antidiscriminatievoorzieningen die dreigen om te vallen.
De verantwoordelijkheid om ingezetenen te voorzien van toegang tot een antidiscriminatievoorziening
ligt bij het gemeentebestuur. In 2012 is de uitvoering van de Wet gemeentelijke antidiscriminatievoorzieningen
(Wga) geëvalueerd. Uit die evaluatie bleek dat 98% van de gemeenten een voorziening
had gerealiseerd voor de uitvoering van de twee wettelijke taken (registratie en bijstand)
in de directe leefomgeving van burgers. Ik beschik nog niet over een recentere inventarisatie
van de gemeentelijke uitvoering van de Wga. In de Voortgangsbrief discriminatie van
11 februari 2015 (Kamerstukken II 2014/15, 30 950, nr. 76) heb ik aangekondigd dat in 2015 onder meer nader zal worden onderzocht hoe de ADV’s
functioneren. Dit onderzoek zal onder andere een actueel overzicht geven van de invulling
van de ADV-taken op gemeentelijk niveau.
Vraag 3 en 5
Bent u bereid zeker te stellen dat alle 393 gemeenten in Nederland er zorg voor dragen
dat de gemeentelijke antidiscriminatievoorziening niet alleen op papier bestaat, maar
ook werkelijk de middelen, menskracht en professionaliteit tot de beschikking heeft
om de wettelijke taak goed uit te voeren?
Ziet u reden om gebruik te maken van uw bevoegdheid op grond van artikel 2 derde lid
van de Wet gemeentelijke antidiscriminatievoorzieningen om bij AMvB eisen te stellen
aan de inrichting van de antidiscriminatievoorziening, en de uitvoering van de taak
door die voorziening?
Antwoord 3 en 5
Sinds de inwerkingtreding van de Wga in 2009 hebben gemeenten een wettelijke taak
op het gebied van het bestrijden van discriminatie. Uitgangspunt, conform de Regiegroep
Toekomst Antidiscriminatiebureaus (rapport «Perspectief op gelijke behandeling» uit
2006, onder voorzitterschap van dr. E. Borst-Eilers), was onder meer dat de bijstand
van burgers die geraakt zijn door discriminatie laagdrempelig en op lokaal niveau
zou worden georganiseerd. Een centrale rol en verantwoordelijkheid voor het gemeentebestuur
sluit daar goed bij aan. Sinds 2009 zijn er door middel van het Besluit gemeentelijke
antidiscriminatievoorzieningen (op basis van artikel 2, derde lid en artikel 3, tweede
lid, van de Wga) onder meer eisen gesteld aan de inrichting en uitvoering van de wettelijke
taken. In de financiering van deze gemeentelijke taken is voorzien door financiële
middelen toe te voegen aan het Gemeentefonds.
De daadwerkelijke uitvoering van de taken op grond van de Wga is de verantwoordelijkheid
van het desbetreffende gemeentebestuur en de betrokken gemeenteraad ziet daarop toe.
Gemeenten beslissen, binnen de wettelijke kaders, voor hun eigen ingezetenen over
omvang en invulling van de middelen, menskracht en professionaliteit van de lokale
ADV’s. Dit stelsel laat dan ook ruimte voor lokale diversiteit, mits aan de wettelijke
eisen van de Wga en het Besluit wordt voldaan. In mijn antwoord op vraag 2 heb ik
aangegeven dat mij ook enkele signalen hebben bereikt dat er vraagtekens worden gezet
bij de wijze waarop sommige gemeenten de Wga uitvoeren. Met het onderzoek waar ik
in mijn antwoord op vraag 2 naar verwees, wil ik nader bezien in hoeverre de doelstellingen
uit de Wga worden bereikt door de werking van het huidige stelsel.
Vraag 4
Wat vindt u, in het kader van de toegankelijkheid van de adv’s, ervan dat wie «discriminatie
melden» intypt in het zoekformulier van een gemeentelijke website lang niet altijd
uitkomt bij de gemeentelijke adv?
Antwoord 4
Rond de zomer zal er een landelijke campagne tegen discriminatie starten waarbij aandacht
wordt besteed aan de toegankelijkheid van alle betrokken instanties (zoals alle ADV’s)
waar burgers met hun vragen, klachten en meldingen terecht kunnen, via de website
www.discriminatie.nl. Daarnaast zal in de periodieke contacten met gemeenten en de VNG over discriminatiebestrijding
het belang van de vindbaarheid van lokale ADV’s, ook via de websites van de gemeente,
naar voren worden gebracht.
Vraag 5
Ziet u reden om gebruik te maken van uw bevoegdheid op grond van artikel 2 derde lid
van de Wet gemeentelijke antidiscriminatievoorzieningen om bij AMvB eisen te stellen
aan de inrichting van de antidiscriminatievoorziening, en de uitvoering van de taak
door die voorziening?
Antwoord 5
Zie het antwoord op vraag 3.