Vragen van het lid Bergkamp (D66) aan de Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn
en Sport over de inzet van casemanagers binnen de zorg (ingezonden 13 april 2015).
Antwoord van Staatssecretaris Van Rijn (Volksgezondheid, Welzijn en Sport) (ontvangen
10 juni 2015) Zie ook Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2014–2015, nr. 2165
Vraag 1
Kent u het bericht «3D-casus: verdwaald in nieuwe zorgregels»?1 Zo ja, herkent u het beeld dat daarin wordt geschetst?
Antwoord 1
Ik herken het beeld dat een aantal cliënten moet worden ondersteund bij het vinden
van het juiste loket. Dit komt mede doordat in deze beginfase de verantwoordelijkheidsverdeling
op de grenzen tussen Wlz, Zvw en Wmo nog niet altijd voldoende duidelijk doorvertaald
is in de praktijk. Ik neem de signalen van de cliëntenorganisaties die ik hierover
ontvang serieus. Ik ben dan ook zeer verheugd dat Iederin en Per Saldo zich inzetten
om deze cliënten te ondersteunen. Via het meldpunt «Het juiste loket» bij Iederin
en Per Saldo, worden mensen die zich van het «kastje naar de muur» gestuurd voelen
in de zorg, ondersteund.
Daarnaast is de gratis beschikbare, levensbrede (onafhankelijke) cliëntondersteuning
een belangrijke waarborg voor cliënten die hun weg tussen de verschillende partijen
niet goed kunnen vinden.
Vraag 2
Herinnert u zich de motie-Bergkamp (Kamerstuk 33 891, nr. 103), waarin de regering wordt verzocht in overleg met patiëntenorganisaties, organisaties
gericht op onafhankelijke cliëntondersteuning en Zorgverzekeraars Nederland te onderzoeken
hoe de functie van een casemanager kan worden vormgegeven?
Vraag 3
Op welke wijze heeft u gevolg gegeven aan deze motie? Heeft het bedoelde overleg al
plaatsgevonden? Zo ja, wat was hiervan de uitkomst? Zo nee, waarom niet? Wanneer zal
dit overleg plaatsvinden?
Antwoord 3
In de Wlz is geregeld dat cliënten het recht hebben op onafhankelijke cliëntondersteuning.
Zodra een cliënt wordt toegelaten tot de Wlz, gaat de verantwoordelijkheid voor zijn
zorg en ondersteuning over van de gemeente en/of de zorgverzekeraar naar het zorgkantoor.
Het heeft daarbij de voorkeur dat, na de overgang naar de Wlz, de cliënt een beroep
kan blijven doen op dezelfde cliëntondersteuner. Ik teken daar wel bij aan dat dit
niet altijd mogelijk of wenselijk is. Cliënten in de Wlz hebben namelijk een heel
andere zorgvraag dan cliënten in de Wmo of de Zvw. Het recht op cliëntondersteuning
betekent niet dat de Wlz-uitvoerders respectievelijk zorgkantoren moeten stoppen met
het zelf geven van informatie, advies, algemene ondersteuning en zorgbemiddeling aan
cliënten. De onafhankelijke ondersteuning is aanvullend op de ondersteuning door zorgaanbieders
en Wlz-uitvoerders (respectievelijk zorgkantoren). Voor 2015 is bij twee organisaties
onafhankelijke cliëntondersteuning ingekocht te weten bij MEE Nederland en Zorgbelang.
Cliëntondersteuning is een manier om zelfredzaamheid van kwetsbare burgers te bevorderen.
Dit dient te worden onderscheiden van casemanagement. Een casemanager voert namelijk
de regie en coördineert zorg als iemand daartoe niet zelf in staat is. Veelal is de
casemanager een hulpverlener die in dienst is van de van de organisatie die de meeste
zorg aan de desbetreffende cliënt levert. Zo zal dat bij iemand met beginnende dementie
die nog thuis woont de wijkverpleegkundige zijn.
Ik ben op dit moment bezig met een plan over de structurele financiering van mentorschap.
Hierbij wil ik het mentorschap bezien in een wat bredere context van cliëntondersteuning,
bewindvoering en casemanagement. Ik zal dit plan met betrokken organisaties bespreken.
Ik zal u dit najaar over de resultaten hiervan informeren.
Vraag 4 en 5
Deelt u de mening dat de introductie van een casemanager ervoor kan zorgen dat de
transitie soepel verloopt, en niemand de weg kwijt raakt in het complexe stelsel van
de langdurige zorg?
Wat is er volgens u nog meer nodig om ervoor te zorgen dat niemand de weg kwijt raakt
in het complexe stelsel van de langdurige zorg?
Antwoord 4 en 5
Zoals ik in mijn antwoord op vraag 3 heb aangegeven, is de cliëntondersteuning in
de Wlz zorgvuldig geregeld, dit geldt voor mensen met een Wlz-indicatie. In de Wmo
is de levensbrede onafhankelijke cliëntondersteuning geregeld voor mensen zonder Wlz-indicatie.
Cliëntondersteuning in de Wmo is niet beperkt tot de voorzieningen waar gemeenten
zelf geheel of gedeeltelijk voor verantwoordelijk voor zijn, maar bestrijkt ook relevante
aanpalende domeinen, zoals participatie, wonen, onderwijs en zorg gefinancierd door
de zorgverzekeraar vanuit de Zvw.
Uit recent onderzoek van RADAR bij 120 gemeenten blijkt dat nagenoeg al die gemeenten
de cliënt tijdens het onderzoek wijzen op de mogelijkheid om een beroep te doen op
onafhankelijke cliëntondersteuning. De Wmo-cliëntondersteuning geldt tot en met de
indicatiestelling door het CIZ voor de Wlz. Zodra een cliënt een Wlz-indicatie heeft,
wordt de cliëntondersteuning zoals bij vraag 3 beschreven vanuit de Wlz geleverd.
Cliëntondersteuning is een van de vele manieren om cliënten wegwijs te maken op het
terrein van zorg en ondersteuning. In de voortgangsrapportage transitie HLZ die ik
op 14 april naar uw kamer heb gestuurd2, is uitgebreid ingegaan op de informatie voor cliënten over de transities, waaronder
het meldpunt «het juiste loket» van Ieder(in) en Per Saldo, voor mensen die zich van
«kastje naar de muur» gestuurd voelen in de zorg.