Aanhangsel van de Handelingen

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarNummerDatum ontvangst
Tweede Kamer der Staten-Generaal2014-20152381

Vragen van de leden Van der Staaij (SGP) en Voordewind (ChristenUnie) aan de Ministers van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en van Buitenlandse Zaken over het korten van het pensioen van een holocaustoverlevende, omdat zij woont op de West Bank (ingezonden 12 mei 2015).

Antwoord van Staatssecretaris Klijnsma (Sociale Zaken en Werkgelegenheid), mede namens de ministers van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en Buitenlandse Zaken (ontvangen 28 mei 2015).

Vraag 1, 2, 3

Heeft u kennisgenomen van het bericht dat een Joodse dame met de Nederlandse nationaliteit, een overlevende van de Holocaust, is gekort op haar pensioen, omdat zij is gaan wonen op de West Bank?1 Klopt dit bericht en zo ja, hoe beoordeelt u dit bericht?

Op welke rechtsgrond berust dit besluit ten aanzien van deze dame?

Wie is verantwoordelijk voor dit besluit en hoe is dit in procedureel opzicht verlopen?

Antwoord 1, 2, 3

Ja.

Op grond van de Wet beperking export uitkeringen (Wet BEU) bestaat buiten Nederland slechts recht op een socialeverzekeringsuitkering in een land waarmee Nederland een verdrag heeft gesloten. Dit verdrag dient afdoende waarborgen te bevatten inzake de controle op de rechtmatigheid van de uitkeringen. Een uitzondering geldt voor de AOW, die naar alle landen in de wereld wordt geëxporteerd ter hoogte van de zogenoemde gehuwdennorm (50% van het wettelijk minimum loon). Voor landen waarmee een verdrag is gesloten, kan de AOW voor alleenstaanden 70% van het wettelijk minimum loon bedragen.

Op basis van het internationaal recht heeft Israël als bezettende mogendheid geen soevereiniteit over de gebieden die het bezet.

Daarom heeft Israël geen bevoegdheid tot het aangaan van verdragsverplichtingen voor het bezette gebied. Israël kan dus voor Nederlandse staatsburgers die in de bezette gebieden wonen geen verdragsverplichtingen aangaan zoals zijn voorzien in het kader van de Wet BEU.

De Sociale verzekeringsbank (SVB) is de uitvoerder van o.a. de AOW. De SVB heeft een brief aan betrokkene gestuurd met een besluit over aanpassing van haar AOW. Geconstateerd is dat tot dusverre onvoldoende helder is geweest welke gevolgen wonen in door Israël bezet gebied heeft voor de AOW-uitkering van alleenstaande AOW-gerechtigden. Daarom is het oorspronkelijke besluit ten aanzien van betrokkene teruggedraaid en ontvangt zij een AOW-uitkering voor alleenstaanden gebaseerd op 70% van het wettelijk minimumloon.

Vraag 4

Is het vaker voorgekomen dat personen met de Nederlandse nationaliteit zijn gekort op hun pensioen in verband met hun verblijf op de West Bank?

Antwoord 4

Ja, en in alle gevallen is dat teruggedraaid omdat begrijpelijk is dat betrokkenen zich niet bewust konden zijn van de gevolgen van het wonen in of verhuizen naar door Israël bezet gebied.

Vraag 5, 6

Acht u het niet buitengewoon wrang en ongewenst dat een oude Joodse dame die de Holocaust heeft overleefd met een dergelijke pensioenmaatregel wordt geconfronteerd?

Bent u bereid om het besluit ten aanzien van deze dame zo spoedig mogelijk terug te laten draaien en tevens te voorkomen dat dergelijke besluitvorming in toekomst opnieuw aan de orde kan zijn?

Antwoord 5, 6

Het kabinet betreurt de gang van zaken. Voor betrokkene is de situatie nu aangepast en zij is daarover geïnformeerd. Zij krijgt nu haar AOW gebaseerd op 70% van het wettelijk minimumloon. Geconstateerd is dat tot dusverre onvoldoende helder is geweest welke gevolgen wonen in door Israël bezet gebied heeft voor de AOW-uitkering van alleenstaande AOW-gerechtigden. Daarom is het volgende besloten.

Iedereen die nu woont in door Israël bezet gebied en een AOW voor alleenstaanden ontvangt ter hoogte van maximaal 70% van het wettelijk minimumloon, mag deze houden. Vanaf 1 januari 2016 zal de AOW-uitkering van personen die voor het eerst als alleenstaanden in door Israël bezet gebied een AOW-uitkering krijgen, ter hoogte van de zogenoemde gehuwdennorm (50% van het wettelijk minimumloon) worden gesteld. Dit besluit zal zo spoedig mogelijk worden bekend gemaakt en gecommuniceerd. Het kabinet onderzoekt of voor de groep vervolgingsslachtoffers 1940 -1945 en burger-oorlogsslachtoffers 1940–1945 er voor toekomstige schrijnende gevallen specifieke maatregelen gewenst zijn.