Vragen van de leden Bergkamp en PiaDijkstra (beiden D66) aan de Staatssecretaris van
Volksgezondheid, Welzijn en Sport over het taboe op seks in de ouderenzorg (ingezonden
1 april 2015).
Antwoord van Staatssecretaris Van Rijn (Volksgezondheid, Welzijn en Sport) (ontvangen
30 april 2015).
Vraag 1
Kent u het artikel «Meer aandacht voor seks en intimiteit in het verzorgingshuis»?1
Vraag 2
Deelt u de mening dat seksualiteit in de ouderenzorg nog een te groot taboe is? Zo
nee, waarom niet? Zo ja, bent u voornemens iets aan dit taboe te doen? Zo ja, hoe
bent u van plan dit taboe te doorbreken?
Antwoord 2
Ik ben van mening dat aandacht voor intimiteit en seksualiteit in de ouderenzorg belangrijk
is. Mijn indruk is dat het veld hier zeker ook al aandacht aan besteedt, zoals bij
vraag 3 aan de orde komt, maar dat het zeker nog niet voor iedereen vanzelfsprekend
is. In het Algemeen Overleg Kwaliteitsbeleid verpleeghuiszorg van 18 maart 2015 heb
ik aangegeven dat ik voornemens ben dit onderwerp te bespreken met het werkveld en
de beroepsorganisaties. Ik vind het belangrijk dat er in de ouderenzorg aandacht is
voor de kwaliteit van leven. De wensen van de cliënt dienen centraal te staan. Het
is zaak om de zorg met oog voor deze wensen in te richten en de zorg zo goed mogelijk
op deze wensen aan te laten sluiten.
Vraag 3
Deelt u de mening van Actiz (de organisatie van zorgondernemers) en kenniscentrum
Rutgers WPF dat fysieke intimiteit een basisbehoefte is gedurende het hele leven?
Zo nee, waarom niet? Zo ja, wat betekent dit concreet voor de gezondheidszorg, en
wat kan daarbij verbeterd worden?
Antwoord 3
Intimiteit en seksualiteit blijven gedurende het hele leven basisbehoeftes van mensen
en vormen een onlosmakelijk onderdeel van menswaardige zorg. Ik ben blij dat Actiz
en het kenniscentrum Rutgers WPF een manifest hebben ondertekend om het onderwerp
op de zorgagenda te krijgen zowel binnen zorgorganisaties als binnen zorgopleidingen.
Het is goed dat dit soort initiatieven vanuit de sector zelf komen. Het zorgvuldig
bespreekbaar maken van deze thema’s is het belangrijkste. Dat moet er bij voorkeur
ook toe leiden dat er een vorm wordt gevonden waar betrokkenen zich in kunnen vinden.
Ik vind het dan
ook belangrijk dat bij de bespreking van het zorgleefplan ook wordt gesproken over
vraagstukken zoals privacy, seksualiteit en intimiteit.
Vraag 4
Hoe gaat u invulling geven aan uw toezegging dat u «aandacht voor intimiteit en seksualiteit»
zal inbrengen in de gesprekken die u voert met het werkveld en de beroepsorganisaties
over de inhoud van de opleidingen? Op welke termijn zullen deze gesprekken plaatsvinden?
Antwoord 4
Opleidingsinstituten zijn samen met het werkveld en de beroepsorganisaties verantwoordelijk
voor de inhoud van de opleiding en het actueel houden ervan. Ik ben in gesprek met
V&VN of zij de regierol willen nemen in het actualiseren van de beroepsprofielen voor
de mbo-verpleegkundigen en verzorgenden, waar de opleidingsinstellingen en het werkveld
bij betrokken worden. De nieuwe competenties, zoals meer aandacht voor de kwaliteit
van leven, krijgen hier een belangrijke plek in. Ik kan mij voorstellen dat «aandacht
voor intimiteit en seksualiteit» onderdeel hiervan is. In het vervolgtraject over
de beroepsprofielen zal ik dit onderwerp bespreken.
Vraag 5
Deelt u de mening dat het taboe op seks in de ouderenzorg ook geldt voor de gehandicaptenzorg?
Zo nee, waarom niet? Zo ja, bent u bereid de gesprekken die u gaat voeren over seksualiteit
in de ouderenzorg te verbreden naar de gehandicaptenzorg? Zo nee, waarom niet? Zo
ja, hoe zal daar dan invulling aan worden gegeven?
Antwoord 5
Binnen de gehandicaptenzorg is «seksualiteitsbeleving» al langere tijd uit de taboesfeer,
hoewel er wel ouders zijn die moeite hebben met de seksuele gevoelens (en wensen)
van hun gehandicapte kind. Tijdens zorgplanbesprekingen wordt het onderwerp «seksualiteit»
aan de orde gesteld. Veel instellingen organiseren deskundigheidsbevordering voor
zorgprofessionals op het terrein van seksualiteit (en preventie van seksueel misbruik)
zodat zij dit onderwerp goed met hun cliënten kunnen bespreken. Ook is er veel voorlichtingsmateriaal
beschikbaar en is er aandacht voor het onderwerp in opleidingen. Ik zie dan ook geen
aanleiding de te voeren gesprekken in de ouderenzorg te verbreden naar de gehandicaptenzorg.
Vraag 6
Bent u voornemens het bestaande taboe om een seksuele dienstverlener in te zetten
voor cliënten in de ouderen- en gehandicaptensector te doorbreken? Zo nee, waarom
niet? Zo ja, op welke wijze?
Antwoord 6
Het is belangrijk dat de zorg zo wordt ingericht dat de cliënt zo veel mogelijk zoals
thuis kan leven. Daarbij moeten intimiteit en seksualiteit bespreekbaar zijn tussen
cliënt en zorgverlener. Het is het niet aan mij om te beoordelen wat seksualiteit
inhoudt. Dit is bij uitstek een onderwerp waarover afspraken moeten worden gemaakt
tussen cliënt en zorgverlener. Ik vind het van belang dat het onderwerp er mag zijn
en bespreekbaar wordt gemaakt.