Vragen van de leden Van Dekken en Dikkers (beiden PvdA) aan de Staatssecretaris van Economische Zaken over het rapport met adviezen voor de aanpak van vogelgriep van de dierenbescherming (ingezonden 13 februari 2015).

Antwoord van Staatssecretaris Dijksma (Economische Zaken) (ontvangen 29 april 2015). Zie ook Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2014–2015, nr. 1569.

Vraag 1

Bent u bekend met het rapport van de Dierenbescherming «Diervriendelijker aanpak vogelgriep – Geef ze een griepprik en een betere uitloop» met adviezen voor de aanpak van vogelgriep?1

Antwoord 1

Ja.

Vraag 2

Wat is uw reactie op het oordeel dat de Dierenbescherming geeft over de huidige aanpak van de vogelgriep?

Antwoord 2

Er is het afgelopen decennium veel vooruitgang geboekt met betrekking tot een maatschappelijk verantwoorde dierziektebestrijding, waaronder vogelgriep:

  • De internationale acceptatie van vaccinatie in het kader van de bestrijding is toegenomen. Dit proces is nog niet ten einde. In geval van vogelgriep zijn goed werkend vaccins en vaccins die geschikt zijn voor toepassing op grote schaal nog niet beschikbaar. Dit beperkt de mogelijkheden van het gebruik van vaccins in de preventie en bestrijding van vogelgriep in Nederland.

  • In de beleidsdraaiboeken voor de verschillende belangrijke dierziekten, zoals vogelgriep, is invulling gegeven aan een verantwoorde dierziekte bestrijding door het leveren van maatwerk, bijvoorbeeld door onderscheid in maatregelen voor commercieel gehouden dieren en hobbydieren.

  • In de dierziektebestrijding wordt voortdurend rekening gehouden met het dierenwelzijn, ook bij het doden van dieren. In geval van een ernstige situatie, zoals bij de H5N8 uitbraken eind vorig jaar, stel ik een Welzijnscommissie in, om het dierenwelzijn bij de ruimen van bedrijven te monitoren.

Op dit moment loopt een evaluatie van de bestrijding van de vogelgriepuitbraken van eind 2014, uitgevoerd door organisatie adviesbureau Berenschot. Voor de zomer zal ik u dit evaluatierapport met daarbij mijn reactie daarop toesturen.

Vraag 3

Deelt u de mening van de Dierenbescherming dat er nog belangrijke stappen te zetten zijn op het gebied van dierenwelzijn bij de aanpak van de vogelgriep?

Antwoord 3

Ik blijf streven naar verbeteringen op het gebied van dierenwelzijn tijdens een uitbraak van een dierziekte. Ik laat bijvoorbeeld onderzoek uitvoeren naar vogelgriepvaccins die niet per injectie maar met verstuivers kunnen worden toegediend. Met deze methode zou het op termijn mogelijk kunnen worden om grote aantallen dieren in korte tijd te vaccineren. Ook staat de acceptatie van vaccinatie in het internationale handel hoog op mijn agenda. Maar voor beide onderwerpen geldt dat er slechts langzaam vooruitgang wordt geboekt.

Vraag 4

Bent u bereid de adviezen van de Dierenbescherming mee te nemen in een nieuw plan van aanpak van de vogelgriep? Zo ja, welke adviezen? Zo nee, waarom niet?

Antwoord 4

Samengevat zijn de voorstellen van de Dierenbescherming sympathiek, maar niet allemaal uitvoerbaar, zeker niet binnen de voorgestelde tijdslijn. Zo kan dit najaar niet worden gestart met vaccinatie van commercieel pluimvee omdat er geen goed werkend vaccins beschikbaar is. Daarbij zal het grootschalig preventief vaccineren van Nederlands pluimvee tegen vogelgriep leiden tot veel en langdurige exportbeperkingen.

Aan een aantal onderwerpen waar de Dierenbescherming over adviseert werk ik al:

  • Zoals al genoemd werk ik aan de ontwikkeling van betere vaccins en een betere acceptatie van vaccinatie in de internationale handel.

  • Ik trek samen met de pluimveesector op om de hygiëne op pluimveebedrijven verder te verbeteren. Zo wordt er dit voorjaar gestart met een hygiënescan waarmee pluimveebedrijven een score krijgen voor hygiëne. Deze uitslag zal worden gebruikt voor het verbeteren van de bedrijfshygiëne.

  • Vervoersverboden kunnen leiden tot welzijnsproblemen op broederijen. Ik ga met de broederijen in overleg over een aanpak hoe zij hier verbetering in aan kunnen brengen.

Ten slotte stelt de Dierenbescherming voor om de structuur van de pluimveesector te wijzigen en uitloopbedrijven te weren uit waterrijke gebieden. In mijn Kamerbrief van 13 april 2015 over onderzoek vrije uitloop en laagpathogene vogelgriep heb ik u geïnformeerd over de relatie tussen het risico van vogelgriep en waterrijke gebieden. Ik zal hierover met de pluimveesector in gesprek gaan.

Naar boven