Vragen van het lid Van Klaveren (Groep Bontes/Van Klaveren) aan de Ministers van Veiligheid
en Justitie en van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties over een verbod op het
doorgeven van nog geldige parkeerkaarten (ingezonden 26 maart 2015).
Antwoord van Minister Plasterk (Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties) (ontvangen
22 april 2015)
Vraag 1
Kent u het bericht «Doorgeven parkeerkaartje ongeldig»?1
Vraag 2
Deelt u de visie dat het belachelijk is dat het doorgeven van een betaald en reeds
belast parkeerkaartje dat nog geldig is, niet mag?
Antwoord 2
Ik stel voorop dat de rechter tot de conclusie is gekomen dat de geldende wet hier
correct is toegepast. Het past mij niet hier een verdere kwalificatie aan te geven.
Wel licht ik graag de juridische context toe. Parkeerbelasting wordt op grond van
artikel 234 Gemeentewet geheven bij wege van voldoening op aangifte dan wel op andere
wijze. In dit zelfde artikel in de Gemeentewet valt te lezen dat voldoening op aangifte
uitsluitend is: het bij aanvang van het parkeren in werking stellen van een parkeermeter
of parkeerautomaat op de daartoe bestemde wijze en met inachtneming van de door het
college gestelde voorschriften. Het parkeren van ieder voertuig op een plaats waar
parkeerbelasting verschuldigd is voor dat parkeren van het voertuig, leidt op zichzelf
tot een belastingplicht voor degene die de auto daar heeft geparkeerd, dan wel de
houder van het kenteken. Dit leidt er toe dat het overnemen van een parkeerkaartje
niet mogelijk is. De belanghebbende in kwestie had zelf parkeerbelasting moeten voldoen,
het overnemen van een kaartje is niet hetzelfde als het voldoen van parkeerbelasting.
Het papieren kaartje is slechts het betaalbewijs van de andere parkeerder.
Overigens blijkt na bestudering van deze uitspraak dat hier ging om een parkeerkaartje
dat alleen geldig is in combinatie met een bezoekersvergunning, vanwege het verlaagde
tarief. Dat stond ook vermeld op het desbetreffende parkeerkaartje. De belanghebbende
die in bezwaar was gegaan was niet in het bezit van een dergelijke bezoekersvergunning
en had dus een hoger tarief moeten betalen.
Vraag 3
Deelt u de mening dat het primair aan de eigenaar van een legaal verkregen goed is,
en niet aan de overheid, of hij dit weg wil geven, zeker ook als het gaat om een betaald
parkeerkaartje dat nog langer geldig is dan de periode dat de eigenaar er gebruik
van zou willen maken?
Antwoord 3
Zoals ik in mijn antwoord op vraag 2 heb aangegeven is het papieren kaartje dat uit
de parkeerautomaat komt slechts een betaalbewijs. Het is geen goed dat kan worden
overgedragen om de parkeerbelasting mee te voldoen.
Vraag 4
Deelt u de visie dat, als er al belasting betaald moet worden over een product, dit
eenmalig dient te gebeuren? Zo neen, waarom niet?
Antwoord 4
Het gaat hier om twee afzonderlijke belastbare feiten, op grond van artikel 225 lid
1 sub a Gemeentewet, te weten een belasting ter zake van het parkeren van een voertuig
op een bij de belastingverordening dan wel krachtens de belastingverordening in de
daarin aangewezen gevallen door het college te bepalen plaats, tijdstip en wijze.
Zoals hiervoor reeds in antwoord op vragen 2 en 3 is aangegeven, is het overnemen
van een papieren parkeerkaartje niet hetzelfde als het voldoen van de verschuldigde
belasting.
Vraag 5
Welke maatregelen bent u voornemens te treffen om dit absurde verbod teniet te doen?
Antwoord 5
Dit is het gevolg van het feit dat parkeerbelasting en de naheffingsaanslag onder
de fiscale wetgeving vallen.
Vraag 6
Bent u bereid de exorbitante stijging van parkeertarieven in gemeenten tegen te gaan
door een maximum in te stellen, net als bij de onroerendezaakbelasting? Zo neen, waarom
niet?
Antwoord 6
Allereerst is de vaststelling van de tarieven aan de gemeenten. Het door u aangehaalde
artikel uit De Telegraaf noemt een stijgingspercentage van gemiddeld 6% voor een parkeerkaartje
in 2015 en een totale opbrengst van 829 miljoen euro. Op basis van de cijfers van
het onderzoeksinstituut Coelo uit Groningen, zoals gepubliceerd in de Atlas van de
lokale lasten 20152
blijkt dat gemeenten in 2015 verwachten 666 miljoen euro aan parkeerbelasting op te
halen. Dit is een stijging van 0,9% ten opzichte van 2014. Dat vind ik een hele redelijke
ontwikkeling. Natuurlijk zijn er gemeenteraden die tarieven, hebben vastgesteld die
harder stijgen dan het macrobeeld. Dit zijn autonome keuzes van die afzonderlijke
gemeenten.
Het bedrag dat in het artikel in De Telegraaf wordt genoemd (€ 829 miljoen) is afkomstig
van de financiële functie Verkeer, vervoer en waterstaat in de gemeentelijke begrotingen.
Deze functie in de begrotingen van gemeenten bevat echter meer opbrengsten dan alleen
de parkeerbelasting, waardoor het beeld van de parkeeropbrengsten niet zuiver is.
De cijfers van het Coelo zijn voor het kabinet leidend bij de beoordeling van de ontwikkeling
van de lokale heffingen. Ik acht het gezien het bovenstaande niet nodig om een maximum
in te stellen voor de parkeerbelastingen, te meer daar gemeenten ook beleid voeren
inzake het reguleren van parkeerstromen met de hoogte van de parkeerbelasting.