Vragen van het lid Hachchi (D66) aan de Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu
over het bericht dat Duitsland de veiligheid in de luchtvaart onderzoekt na de vliegramp
bij Germanwings (ingezonden 3 april 2015).
Antwoord van Staatssecretaris Mansveld (Infrastructuur en Milieu) (ontvangen 17 april
2015)
Vraag 1
Bent u bekend met het bericht dat Duitsland de veiligheid in de luchtvaart wil onderzoeken
na de vliegramp bij Germanwings?1
Vraag 2
Bent u bereid het voorbeeld van de Duitse regering te volgen, door een speciale werkgroep
op te richten die veiligheidskwesties in de luchtvaart gaat bestuderen, naar aanleiding
van de crash van vorige week in de Franse Alpen met het toestel van Germanwings? Zo
nee, waarom niet?
Antwoord 2
In Annex 13 van het ICAO-verdrag is vastgesteld op welke wijze een onderzoek wordt
ingesteld om de oorzaken van het ongeval of incident te achterhalen en om incidenten
en ongevallen in de toekomst te voorkomen. Conform Annex 13 is Frankrijk de leider
van het onderzoek. Duitsland is als land waar de luchtvaartmaatschappij geregistreerd
staat deelnemer aan het onderzoek. Aangezien het een airbus betrof is de EASA, als
certificeerde van het vliegtuig, ook betrokken.
Zaken als eisen die aan vliegtuigen en bemanning moeten worden gesteld, worden in
Europa door het Europese Agentschap voor de luchtvaartveiligheid (EASA) voorbereid
en als Europese regel vastgelegd. Op deze wijze wordt de expertise van alle lidstaten
benut en hebben de regels een brede doorwerking. De EASA heeft de dag nadat de acties
van de co-piloot bekend werden aanbevelingen gepubliceerd. Daarmee heeft het Agentschap
aangetoond de actuele problematiek prioriteit te geven.
Duitsland heeft aangegeven de informatie waar hun discussiegroep meekomt in te brengen
in internationaal verband.
Nederland zal er bij EASA op aandringen om de werkzaamheden te continueren en in internationale
samenwerking dit onderwerp op korte termijn te bespreken. Uiteraard zijn de uitkomsten
van het Franse ongevalsonderzoek hiervoor van belang.
Naast leren van het verleden is er ook op de toekomst gericht EU-onderzoeksprogramma
(Future Safety Sky) dat onder leiding van het Nederlandse Lucht- en Ruimtevaart Laboratorium
veiligheidskwesties in de luchtvaart bestudeert. Het programma bestrijkt een breed
terrein van veiligheidsonderwerpen en brengt 32 partners (instituten, landen en sectorpartijen)
samen om onderzoek af te stemmen en mogelijke gaten af te dekken.
Ik heb vertrouwen in de manier waarop in internationaal verband (ICAO, EASA en de
betrokken staten) wordt samengewerkt. Dit maakt het niet nodig om als Nederland een
eigen werkgroep in te stellen.
Vraag 3
Voelt u, net zoals uw Duitse collega(«s), de verantwoordelijkheid om als verantwoordelijk
bewindspersoon na te gaan of er nog verbeterslagen gemaakt kunnen worden ten aanzien
van de vliegveiligheid in Nederland? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 3
Er is geen sector in zijn aard en qua regelgeving zo internationaal als luchtvaart.
Mijn verantwoordelijkheid houdt in dat verbeteracties vergen dat er vanaf het begin
af aan wordt ingezet op internationale samenwerking om kennis te mobiliseren en draagvalk
te creëren. ICAO en EASA dragen hier in belangrijke mate aan bij en geven prioriteit
aan urgente vraagstukken.
Vraag 4
Deelt u de mening dat een dergelijke werkgroep alle aspecten van vliegveiligheid tegen
het licht moet houden, waaronder de techniek (bijvoorbeeld het mechanisme van de cockpitdeur),
de (frequentie van) medische en psychologische testen voor piloten en zaken als luchtkwaliteit
in de cockpit? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 4
De EASA is speciaal in het leven geroepen om al die aspecten die u noemt vorm te geven
en is daar actief mee bezig. Daarbij werkt EASA nauw samen met lidstaten en sector.
Zoals bij antwoord 2 aangegeven zal Nederland er bij EASA op aandringen de werkzaamheden
in relatie tot de Germanwings ramp te continueren en op korte termijn te agenderen.
Uiteraard zijn de uitkomsten van het Franse ongevalsonderzoek hiervoor van belang.
Er zijn in Europees verband vastgelegde verplichtingen om elk incident en ongeluk
te onderzoeken met slecht één doel: leren, zodat de veiligheid kan worden verbeterd.
Er is een Europese verplichting om alle ongevallen te melden en middels veiligheidsmanagement
na te gaan welke maatregelen geïntroduceerd moeten worden.
Ik heb er vertrouwen in dat de inzet van de mensen in dit systeem er toe zal leiden
dat passende maatregelen zullen worden voorgesteld en geïntroduceerd. Ik zie geen
toegevoegde waarde voor een door mij in te stellen werkgroep buiten het beschreven
systeem.
Vraag 5
Bent u bereid om in nader contact te treden met uw Duitse collega(’s) om ervaring
en kennis te delen, nu de Duitse regering besloten heeft een speciale werkgroep op
te richten? Ziet u mogelijkheden om bilateraal en in Europees verband gezamenlijk
op te trekken? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 5
Ik zal bij de Duitse collega informeren op welke wijze hij de Europese verbanden zal
benutten.
Vraag 6
Kunt u deze vragen beantwoorden voorafgaand aan het Algemeen overleg Luchtvaart voorzien
op 8 april 2015?
Antwoord 6
Het antwoord bereikt u voor het uitgestelde AO.