Vragen van het lid Wolbert (PvdA) aan de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport over het bericht «Iedereen kiest opeens voor dure beugel; orthodontist krikt omzet op ondanks lagere tarieven» (ingezonden 27 maart 2015).

Antwoord van Minister Schippers (Volksgezondheid, Welzijn en Sport) (ontvangen 15 april 2015)

Vraag 1

Heeft u kennisgenomen van het bericht «Iedereen kiest opeens voor dure beugel; orthodontist krikt omzet op ondanks lagere tarieven» en de bijbehorende NZa-monitor Orthodontie?1 2

Antwoord 1

Ja.

Vraag 2 en 3

Hoe komt het dat orthodontisten hun omzet zagen stijgen, terwijl de maximumtarieven in 2011 en 2013 beide jaren met zestien procent verlaagd zijn? Dragen orthodontisten naar uw mening bij aan het betaalbaar houden van goede zorg?

In hoeverre kan de lichte (2,6%) toename van het aantal patiënten een verklaring zijn voor de groeiende omzet, ondanks de sterke tariefdaling?

Antwoord 2 en 3

De NZa-monitor Orthodontie laat zien dat de omzet van de orthodontisten in 2013 licht stijgt t.o.v. 2011 terwijl de tarieven zijn verlaagd. In de NZa-monitor worden hiervoor drie redenen genoemd. De eerste reden is dat de variatie in de materialen die worden gebruikt is toegenomen en dit heeft ertoe geleid dat de kosten van materiaal en techniek zijn toegenomen. Daarnaast is er sprake van een volumegroei die kan worden verklaard door de toename van het aantal patiënten (2,6%). De derde reden is dat sprake is van volumegroei doordat behandelingen vaker worden opgeknipt. De NZa geeft aan dat het aantal volledig vaste beugelbehandelingen (het plaatsen van een beugel op het boven en ondergebit in één behandeling) is gedaald en het aantal partieel vaste beugelbehandelingen (het plaatsen van een beugel op het boven of ondergebit) is gestegen.

Deze drie redenen tezamen maken dat de omzet van orthodontisten licht is gestegen.

Vraag 4

Hoe kan verklaard worden dat patiënten sinds de daling van de maximumtarieven voor meer innovatie, mooiere en duurdere beugels kiezen? In hoeverre heeft innovatie in het aanbod van beugels sinds 2011 een enorme vlucht genomen?

Antwoord 4

Sinds 2013 zijn de materiaal- en techniekkosten losgekoppeld van de behandelprestaties. Voor de materiaal- en techniekkosten geldt geen maximum tarief. Feitelijk gold er in 2012 ook geen maximum tarief voor de materiaal en techniekkosten omdat in dat jaar de vrije tarieven in de mondzorg van toepassing waren.

Deze verandering maakt dat een orthodontist meerdere typen beugels kan aanbieden met verschillende prijzen. De patiënt heeft hierdoor meer keuzevrijheid en kan dus ook kiezen voor mooiere en duurdere beugels.

Een voorbeeld is dat de patiënt kan kiezen voor een slotjesbeugel bevestigd op de voorkant of aan de achterkant van je tanden. Deze laatste optie is een stuk duurder dan wanneer de slotjesbeugel op de voorkant van de tanden wordt bevestigd. Maar sommige patiënten kiezen toch voor deze optie omdat dit «mooier» wordt gevonden.

Vraag 5

Kwam de sterk stijgende vraag naar duurdere beugels dusdanig onverwacht dat orthodontisten voor de tarief- daling vreesden hun praktijk te moeten sluiten?

Antwoord 5

Uit eerder onderzoek van de NZa naar de kosten en opbrengsten van orthodontisten3 is gebleken dat door taakdelegatie naar onder andere mondhygiënisten en tandartsassistenten en doordat er meer stoelen in een praktijk staan, meer patiënten geholpen kunnen worden. De opbrengsten waren hierdoor aanzienlijk hoger en stonden niet meer in verhouding tot de kosten. In het belang van de betaalbaarheid van de mondzorg heeft de NZa de tarieven daarom verlaagd.

De NZa-monitor orthodontie was erop gericht om te onderzoeken of de zorgen van orthodontisten, dat na deze tariefsdaling de toegankelijkheid van de zorg in het geding zou komen, terecht waren. De conclusie van de monitor is dat de zorgen van de orthodontisten ongegrond zijn. Het gaat goed met de toegankelijk van orthodontiepraktijken. De NZa constateert dat er geen signalen zijn dat wachtlijsten zijn toegenomen. Ook de (potentiële) reistijd is niet toegenomen. Deze conclusie wordt ook onderschreven door de beroepsorganisaties voor tandartsen de ANT en KNMT.

Vraag 6 en 7

In hoeverre verwacht u dat de meldactie van de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) en de Consumentenbond eenduidig inzicht gaat geven in de mate waarin consumenten sinds 2011 bewust zijn gaan kiezen voor innovatie, en voor mooiere en duurdere beugels?

In hoeverre komt er met de meldactie ook inzicht in de praktijkvariatie, en de geboden behandeling voor soortgelijke gevallen over de afgelopen vijf jaar? Kan straks uit de meldactie geconcludeerd worden of orthodontisten het aantal verrichtingen per behandelingen omhoog geschroefd hebben?

Indien de NZa uit de meldactie concludeert dat er maatregelen nodig zijn, welke maatregelen kan zij orthodontisten dan opleggen?

Indien de NZa concludeert dat maatregelen noodzakelijk zijn, had zij dit naar uw mening eerder kunnen en moeten concluderen?

Antwoord 6 en 7

De Consumentenbond en de NZa hebben een meldpunt opgericht om te inventariseren of consumenten inderdaad bewust kiezen voor een duurdere beugel omdat die beter of mooier is. Consumenten worden gevraagd om hun ervaringen, offertes en rekeningen over beugels (bij hun kinderen) via het meldpunt te delen.

Door deze patiëntenervaringen te verzamelen kan worden bekeken of orthodontisten transparant zijn en of zij de verschillende keuzeopties aan de patiënt hebben voorgelegd.

Met deze meldactie wordt geen inzicht gegeven in de praktijkvariatie. Het gaat erom dat patiënten een bewuste keuze kunnen maken voor een behandeling of materiaal. Het ontstaan van variatie is inherent hieraan omdat patiënten verschillende keuzemogelijkheden hebben.

Het meldpunt zal eind april sluiten. De NZa beziet of op grond van de uitkomsten aanvullende maatregelen noodzakelijk zijn. De NZa en Consumentenbond informeren mij over de uitkomsten van het meldpunt.


X Noot
1

Iedereen kiest opeens voor dure beugel; orthodontist krikt omzet op ondanks lagere tarieven, Telegraaf, 20 maart 2015

X Noot
2

NZa-monitor Orthodontie, 20 maart 2015

X Noot
3

Uitgebracht aan de Nederlandse Zorgautoriteit, Praktijkkosten, -opbrengsten en productie van orthodontisten in 2006 en 2008, april 2010

Naar boven