Vragen van de leden DeRoon en DeDe Graaf (beiden PVV) aan de Minister van Defensie
over islamitische militairen die door loyaliteitsproblemen niet geschikt zijn voor
de Nederlandse krijgsmacht (ingezonden 7 april 2015).
Antwoord van Minister Hennis-Plasschaert (Defensie) (ontvangen 15 april 2015
Vraag 1
Bent u bekend met het artikel «Meer steun van imams in het leger»?1
Vraag 2
Wat verwachtte u eigenlijk toen u de onderzoeksopdracht gaf aan een GroenLinks-politicus
die in islamkritiek een grote bron van radicalisering ziet?2
Antwoord 2
Zoals beschreven in mijn brief over de formatie van de diensten Geestelijke Verzorging
van 25 februari jl.(Kamerstuk 34 000 X, nr. 69), heb ik in overleg met de zendende instanties een onderzoek laten uitvoeren naar
de omvang en verdeling van de geestelijke verzorgers en de daaraan gerelateerde ondersteuning.
Begin 2013 is daartoe een stuurgroep ingesteld met daarin vertegenwoordigers van Defensie
en de zendende instanties. De stuurgroep heeft het onderzoek laten uitvoeren door
een onderzoeksteam bestaande uit vier wetenschappers die hun sporen in dit veld hebben
verdiend. Hierbij is ook rekening gehouden met een afspiegeling van de verschillende
religieuze stromingen. Het rapport is bij de genoemde brief gevoegd. Op grond van
dit rapport heeft de stuurgroep een advies opgesteld over de omvang en denominatieve
verdeling van de geestelijke verzorging, de ondersteuning daarvan en de werklast van
de joodse, hindoe en islamitische geestelijke verzorging. Daarmee hebben de stuurgroep
en het onderzoek aan mijn verwachtingen voldaan.
Vraag 3
Klopt het dat er in de Nederlandse krijgsmacht maar liefst 3.000 militairen dienen
met een islamitische achtergrond? Kunt u een inschatting geven van het aantal «gewetensbezwaarden»?
Antwoord 3
Defensie registreert de geloofsovertuiging van haar medewerkers niet. Bij Defensie
staat niet je geloof, maar je gedrag centraal. In het eerdergenoemde onderzoeksrapport
wordt geconcludeerd (blz. 33) dat 61 procent van de militairen een katholieke of protestantse
achtergrond heeft en 4 procent een overige levensbeschouwelijke achtergrond (humanistisch,
joods, hindoestaans, islamitisch en andere). Uitgaande van een totaal van ruim 43.000
militairen (blz. 25, stand januari 2014) is het aantal militairen met een overige
levensbeschouwelijke achtergrond dus ongeveer 1.600. Het aantal militairen met een
islamitische achtergrond is een niet nader bepaald deel daarvan. Er zijn geen gewetensbezwaarden
in deze groep bekend.
Vraag 4
Deelt u de mening dat het onmogelijk is om islamitische militairen met en zonder loyaliteitsproblemen
van elkaar te onderscheiden?
Antwoord 4
Nee, die mening deel ik niet.
Vraag 5
Bent u op de hoogte van de zogenaamde «insider attacks» door islamitische militairen
in andere krijgsmachten?
Antwoord 5
Ja, in Afghanistan en in de VS zijn er «insider attacks» geweest. Het is een simplificatie
deze aanvallen alleen toe te schrijven aan het geloof van de daders.
Vraag 6 en 7
Waarom worden islamitische militairen met loyaliteitsproblemen «geholpen» door predikers
van een ideologie die haat en geweld voorschrijft en niet direct de laan en (zo mogelijk)
het land uit gestuurd?
Deelt u de mening dat niet «meer imams» maar «minder islamitische militairen» de oplossing
is voor loyaliteitsproblemen in de krijgsmacht? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 6 en 7
Nee, die mening deel ik niet.
Vraag 8
Wanneer gaat bij u het lichtje branden dat het verstandiger is geen militairen aan
te nemen met een dubbele nationaliteit, zodat een groot deel van de door loyaliteitsproblemen
bezwaarden geweerd kan worden uit de krijgsmacht?
Antwoord 8
Hierop ben ik tijdens de behandeling van de begrotingsstaten van het Ministerie van
Defensie voor het jaar 2015 op 12 en 13 november 2014 al ingegaan, zowel schriftelijk
(bijvoegsel bij Handelingen Tweede Kamer 2014–2015, nr. 24, item 7) als mondeling (Handelingen Tweede Kamer 2014–2015, nr. 24, item 7). Een motie van deze strekking (Kamerstuk 34 000 X, nr. 48) heb ik toen ontraden en die is vervolgens verworpen. Ik heb daaraan niets toe te
voegen.
Vraag 9
Wilt u nu eindelijk eens aangeven, net zoals de omringende landen doen, hoeveel ex-militairen
er inmiddels als jihadist zijn afgereisd naar Syrië en Irak? Zo nee, waarom kon u
hier eind 2013 wel opheldering over geven en nu niet?3
Antwoord 9
Ook hierop ben ik ingegaan in de schriftelijke beantwoording van vragen gesteld in
de eerste termijn van de behandeling van de begrotingsstaten van het Ministerie van
Defensie voor het jaar 2015 op 12 en 13 november 2014. Ik ben toen ook ingegaan op
mijn antwoorden in 2013. Ik heb daaraan niets toe te voegen.
Vraag 10
Wilt u in lijn met eerdere wervingscampagnes4 een campagne starten die eindigt met de tekst: islamitische militairen vanwege risico
loyaliteitsproblemen: geschikt ( ) ongeschikt (X)?
Antwoord 10
Nee, dat wil ik niet.
X Noot
1«Meer steun van imams in het leger» Telegraaf, 2 april 2015.
X Noot
3Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2013–2014, nr. 767