Vragen van het lid Karabulut (SP) aan de Ministers van Sociale Zaken en Werkgelegenheid
en van Veiligheid en Justitie over de bouw van een moskee in Gouda (ingezonden 11 februari
2015).
Antwoord van Minister Van derSteur (Veiligheid en Justitie) mede namens de Minister
van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (ontvangen 13 april 2015)
Vraag 1 en 2
Wat vindt u van het bericht dat buitenlandse financiers meebetalen aan de bouw van
een nieuwe moskee in Gouda?1
Vanuit welke landen is er (financiële) steun voor de bouw van de nieuwe moskee in
Gouda toegezegd? Om welke financiers gaat het? Bent u op de hoogte van de inhoud van
het onderzoek naar de financiering van de nieuwe moskee dat in opdracht van de gemeente
Gouda is uitgevoerd? Zo ja, bent u bereid om de conclusies hiervan met de Tweede Kamer
te delen?
Antwoord 1 en 2
In de brief van 11 februari 2015 (Kamerstuk 34000-VI, nr. 65) heb ik laten weten dat de gemeente Gouda forensisch accountant PWC onderzoek heeft
laten doen naar de herkomst van de financiële middelen voor de bouw van de moskee.
Het onderzoek laat zien dat 0,05% van het totaal opgebrachte bedrag niet uit Nederland
afkomstig is. Het bedrag dat niet uit Nederland afkomstig is, is afkomstig uit twee
andere Schengenlanden. De gemeente Gouda heeft dit onderzoek laten uitvoeren voor
de bestuurlijke afweging van deze lokale aangelegenheid.
Vraag 3
Op welke wijze is Tarik ibn Ali betrokken bij het werven van fondsen voor de nieuw
te bouwen moskee? Bent u het met de gemeente Gouda eens dat hij «op dit moment niet
beschouwd moet worden als radicale prediker»? Vindt u het wenselijk dat een imam die
in verband wordt gebracht met radicalisering en jihadisme mede verantwoordelijk is
voor de financiering van de bouw van een Nederlandse moskee?2
Antwoord 3
Tarik ibn Ali heeft deelgenomen aan een benefietbijeenkomst waarbij geld door de Goudse
moslimgemeenschap is ingezameld voor de realisatie van een nieuw islamitisch centrum.
In algemene zin geldt dat personen het recht hebben zich in te zetten voor de werving
van fondsen voor de bouw van een Nederlandse moskee, zolang zij zich aan de Nederlandse
wet houden. Met het Actieprogramma Integrale Aanpak Jihadisme heeft dit kabinet ook
duidelijk aangegeven dat het voorkomen van radicalisering en het indammen van jihadisme
wenselijk is. Daaruit volgt dat de overheid kan ingrijpen wanneer er concrete aanwijzingen
zijn van betrokkenheid van individuen of instellingen bij jihadisme.
Vraag 4
Heeft u aanwijzingen dat salafistische krachten betrokken zijn bij de financiering
van de nieuwe moskee? Zo ja welke?
Antwoord 4
In de genoemde brief van 11 februari jongstleden over deze specifieke casus is aangegeven
dat de gemeente Gouda forensisch accountant PWC onderzoek uit heeft laten voeren naar
de herkomst van de financiële middelen voor de bouw van de nieuwe moskee. Uit dit
onderzoek zijn geen belemmeringen naar voren gekomen die de (door)verkoop van een
gedeelte van het PWA-complex in de weg zouden staan. Daarnaast heeft de gemeente aan
het Landelijk Bureau Bibob (LBB), onderdeel van de dienst Justis van het Ministerie
van Veiligheid en Justitie, een advies in het kader van de Wet Bibob gevraagd. Dit
onderzoek is nog niet afgerond. Over individuele (lopende) onderzoeken kan ik geen
uitspraken doen.
Voor meer informatie over de buitenlandse financiering van islamitische instellingen
in algemene zin verwijs ik naar zijn beleidsreactie over dit onderwerp van 25 maart
jongstleden (Kamerstuk 29 614, nr. 37).
Vraag 5
Vindt u dat er sprake is van een scheiding van kerk en staat nu de gemeente Gouda
mee wil werken aan de wens van een moskeebestuur om vrouwen in de openbare ruimte
buiten het zicht van mannen te houden? Wat is uw oordeel hierover?3
Antwoord 5
Volgens de informatie van de gemeente Gouda is in het schetsplan van de drie initiatiefnemers
een erfscheiding voorzien bij de hoofdentrees. Dit op verzoek van de school voor speciaal
onderwijs en het medisch kinderdagverblijf, die vanwege hun leerlingen behoefte hebben
aan een rustige en overzichtelijke eigen entree.
Vraag 6
Bent u van mening dat de opzet, de financiering en de bouw van de moskee een bijdrage
leveren aan het bestrijden van segregatie en radicalisering? Zo ja, waarom? Zo nee,
welke mogelijkheden heeft u om de plannen tegen te houden?
Antwoord 6
Het moskeebestuur heeft recent (half maart) het aanbod gedaan om de moskee qua omvang
substantieel te verkleinen. Een onafhankelijke procesbegeleider gaat nu een nieuw
proces in met buurtbewoners, om te kijken onder welke voorwaarden de gezamenlijke
huisvesting van de drie partijen op het complex op meer draagvlak kan rekenen. Dit
is en blijft een lokale verantwoordelijkheid.
Toelichting:
Deze vragen dienen ter aanvulling op eerdere vragen terzake van de leden Oskam, Omtzigt
en Knops (allen CDA), ingezonden 3 februari 2015 (Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar
2014–2015, nr. 1336), en de leden Van Klaveren en Bontes (beiden Groep Bontes/Van Klaveren), ingezonden
4 februari 2015 (vraagnummer 2015Z01895) en Van Dijkhoff (VVD), ingezonden 6 februari 2015 (Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar
2014–2015, nr. 1337).
X Noot
3Verslag overleg PWA-Kazerne 8 mei 2014 (stond op website gemeente Gouda, inmiddels
verwijderd)