Vraag 1
Bent u bekend met de Inter-Parlementaire Unie (IPU) en de doelstellingen van dit forum,
onder meer gericht op interparlementaire diplomatie en het creëren van een politieke
dialoog gericht op democratie, mensenrechten en de rule of law?
Vraag 2 en 3
Bent u ervan op de hoogte dat de IPU in 1999 voor het laatst een assemblee in de EU
heeft georganiseerd maar dat het sindsdien onmogelijk is gebleken ten gevolge van
de strenge visumregimes die in de EU gelden ten aanzien van parlementariërs van enkele
van de 166 deelnemende landen? Kunt u bevestigen dat er onder deze regimes mogelijkheden
bestaan om uitzonderingen te maken voor bijeenkomsten van internationale organisaties
en dat op dit moment reeds uitzonderingen gemaakt worden voor bijeenkomsten van onder
andere de OVSE en de Raad van Europa en hun parlementaire assemblees en ook voor bijeenkomsten
van de Verenigde Naties? Bent u ervan op de hoogte dat de IPU sinds 2002 door de VN
is erkend als «world organization of national parliaments», met een uniek interstatelijk
karakter en de status heeft van permanente waarnemer bij de Algemene Vergadering van
de VN? Deelt u de mening dat deze praktijk, zonder af te doen aan de rechtmatigheid
van de regels omtrent visumbeperkingen, er niet toe zou mogen leiden dat een internationale
politieke dialoog in de vorm van een IPU Assemblee op Europees grondgebied wordt belemmerd?
Klopt het dat Nederland eerder door de Secretaris-Generaal van de IPU is benaderd
met het verzoek reisbeperkingen van de EU niet toe te passen op IPU-assemblees? Heeft
u dit verzoek reeds in overweging genomen? Bent u bereid met uw Europese collega’s
in gesprek te treden om visumverstrekking voor leden van de IPU gezamenlijk te vergemakkelijken?
Antwoord 2 en 3
Nederland hecht belang aan interparlementaire dialoog. Wanneer IPU tijdig aan het
Ministerie van Buitenlandse Zaken meedeelt dat zij een dergelijke assemblee wil organiseren
in Nederland, informeert het ministerie de posten en RSO’s over de verwachte visumaanvragen.
De praktijk heeft geleerd dat de visa voor bonafide reizigers dan zonder problemen
kunnen worden verstrekt. Tegelijkertijd zal het moeilijk zijn een algehele ontheffing
van reisrestricties te realiseren voor IPU-assemblees, zoals de IPU bepleit. Daarvoor
zijn zowel politieke als juridische redenen.
De reisrestricties vloeien voort uit sancties die de EU heeft vastgesteld in het kader
van het Gemeenschappelijk Buitenlands en Veiligheidsbeleid. De EU heeft een klein
aantal parlementariërs uit een beperkt aantal landen op de sanctielijst geplaatst.
Het opleggen van reisbeperkingen aan deze parlementariërs geschiedt op individuele
basis en houdt verband met de negatieve rol die deze parlementariërs in hun land van
herkomst spelen. Uitzonderingen op de reisbeperkingen moeten daarom tot een minimum
beperkt worden.
Voor wat betreft het juridisch kader is het volgende van belang. De Europese sanctieregels
bevatten specifiek omschreven uitzonderingen op de reisbeperkingen. Deze uitzonderingen
zijn vrijwel altijd hetzelfde, aangezien er gewerkt wordt met een standaardartikel.
Voor elke persoon die op de Europese sanctielijsten staat, moet een individuele afweging
worden gemaakt op basis van de desbetreffende sanctiemaatregel.
Op grond van het standaardartikel gelden de reisverboden niet in situaties waarin
lidstaten uit hoofde van het internationale recht gebonden zijn, te weten: a) als
gastland van een internationale intergouvernementele organisatie; b) als gastland
van een internationale conferentie die is bijeengeroepen door, of plaatsvindt onder
auspiciën van de Verenigde Naties; c) krachtens een multilaterale overeenkomst die
voorrechten en immuniteiten verleent; of d) krachtens het Concordaat (Verdrag van
Lateranen) van 1929 dat werd gesloten tussen de Heilige Stoel (Vaticaanstad) en Italië.
Deze uitzondering is ook van toepassing in gevallen waarin een lidstaat optreedt als
gastland van de Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa (OVSE).
Daarnaast bestaat de mogelijkheid voor lidstaten om een vrijstelling te verlenen in
specifiek omschreven omstandigheden. Hierbij gaat het volgens het standaardartikel
om reizen die plaatsvinden op grond van dringende humanitaire noden, of om intergouvernementele
vergaderingen, door de Europese Unie geïnitieerde vergaderingen, vergaderingen waarvoor
de Unie als gastheer optreedt of vergaderingen waarvoor een lidstaat als fungerend
voorzitter van de OVSE als gastheer optreedt.
Er bestaat dus niet een mogelijkheid om vergaderingen van ongeacht welke internationale
organisatie te faciliteren. De Inter-Parlementaire Unie is een interparlementaire
organisatie met de status van permanente waarnemer van de VN. Geen van de bovenstaande
uitzonderingsgronden is van toepassing op de IPU.
De Directeur Externe Betrekkingen van de IPU heeft de Nederlandse Permanente Vertegenwoordiging
in Genève benaderd met het verzoek om in de Europese Unie ontheffing te bepleiten
van reisbeperkingen opgelegd in het kader van Europese sancties aan parlementariërs
van derde landen in het geval er een IPU bijeenkomst in de Europese Unie zou worden
georganiseerd. Ook is de huidige Voorzitter van de Raad van de Europese Unie, Letland,
door de Secretaris-Generaal van de IPU benaderd. Het kabinet acht het, in het licht
van bovenstaande argumenten, wenselijk noch haalbaar om een dergelijke ontheffing
te bepleiten.