Antwoord 1
Op basis van de gegevens zoals de Vereniging Eigen Huis deze heeft gepresenteerd lijkt
dat het geval. Er is echter afgesproken met de koepels en belangenorganisaties om
bij de beoordeling van de ontwikkeling van de lokale lasten te kijken naar de cijfers
die worden gepresenteerd door onderzoeksinstituut COELO in de Atlas van de lokale
lasten. Deze cijfers worden eind maart bekend gemaakt.
Antwoord 2
In het rapport evaluatie systematiek macronorm onroerende zaakbelasting dat ik op
15 september 2014 naar uw Kamer zond is reeds medegedeeld hoe vaak de macronorm is
overschreden en wat hiervan de gevolgen zijn geweest.2
Rapport evaluatie systematiek macronorm onroerende zaakbelasting, blz 6:
«In 2008, 2012 en 2013 is de macronorm overschreden. Naar aanleiding de overschrijding
in 2008 is, na het Bofv, besloten geen correctie door te voeren op het Gemeentefonds.
Daarentegen is besloten om de overschrijding van 2008 mee te tellen bij het bestuurlijk
oordeel over de opbrengstontwikkeling van 2009. In 2009 werd de macronorm niet overschreden.
Naar aanleiding van de overschrijding in 2012 is er door het Rijk besloten tot het
in mindering brengen van de overschrijding op de ruimte voor 2013. Op grond van deze
bestuurlijke afspraak en de macronorm van 3,0% mocht de totale OZB-opbrengst in 2013
niet hoger mogen zijn dan € 3,3264 miljard.
De macronorm werd in 2013 overschreden. Dit zou ook het geval zijn geweest als er
geen correctie op het maximale stijgingspercentage was toegepast voor de eerdere overschrijding
in 2012. Op het Bofv van voorjaar 2013 is besloten dat het bedrag van de overschrijding
in mindering wordt gebracht op wat in 2014 aan maximale stijging gerealiseerd mag
worden. Daarnaast is afgesproken de systematiek van de macronorm te evalueren.»
In 2014 is de macronorm ook overschreden. In de begeleidende brief bij het rapport
evaluatie systematiek macronorm onroerende zaakbelasting is daarover geschreven: «Vooral
met het oog op de omvangrijke decentralisaties per 2015 heeft het kabinet besloten
om dat jaar met een schone lei te beginnen. Dat betekent dat de overschrijding van
de macronorm OZB in 2014 met € 11 miljoen niet in mindering wordt gebracht op de macronorm
voor 2015.»
In totaal hebben gemeenten dus in de afgelopen 7 jaren 4 maal niet voldaan aan de
bestuurlijke afspraak om de opbrengst van de OZB maximaal te laten stijgen met het
vooraf vastgestelde percentage. Daarvoor zijn diverse redenen aan te wijzen die zijn
gewogen tijdens het bestuurlijk overleg financiële verhoudingen (Bofv) en hebben geleid
tot de uitkomsten zoals hiervoor in de citaten weergegeven. In de overige 3 jaren
van het bestaan van de macronorm was er sprake van onderschrijding van de norm; gemeenten
lieten in die jaren een lagere OZB-opbrengst stijging zien dan het maximum dat was
afgesproken. Deze ruimte onder de norm is niet verdisconteerd in de norm voor de jaren
daarna.
Daarbij is het cumulatieve saldo van onder- en overschrijdingen in de jaren 2008–2014
zeer beperkt geweest. Op macroniveau ging in die 7 jaren het per saldo om een overschrijding
van zo’n 10 miljoen euro op een bedrag van nagenoeg 22,5 miljard euro aan onroerende
zaakbelasting.
Antwoord 3
Het al of niet overschrijden van de macronorm is een verantwoordelijkheid van de gemeenten
tezamen. U noemt terecht hun autonomie, daar is dit zeker onderdeel van. Zoals reeds
eerder gesteld wordt de ontwikkeling van de lokale lasten in verhouding tot de macroverantwoordelijk
van het Rijk op dit terrein besproken tijdens het Bofv dat jaarlijks in het voorjaar
en vlak voor Prinsjesdag wordt georganiseerd.
Antwoord 4
Zoals gezegd wordt de ontwikkeling van de lokale lasten besproken tijdens het Bofv.
Daarbij zal, conform de spelregels die we daarover met de VNG hebben afgesproken,
eerst geanalyseerd worden wat de oorzaak of oorzaken zijn van de mogelijke overschrijding.
Die analyse vormt de basis voor de bestuurlijke weging van de overschrijding. Op de
uitkomsten daarvan wil ik niet vooruitlopen.