Vragen van het lid Marcouch (PvdA) aan de Minister van Veiligheid en Justitie over het bericht «Spoorloos verdwenen na jaren van gedwongen isolement» (ingezonden 9 februari 2015).

Antwoord van Minister Blok (Veiligheid en Justitie) (ontvangen 18 maart 2015). Zie ook Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2014–2015, nr. 1440

Vraag 1

Kent u het bericht «Spoorloos verdwenen na jaren van gedwongen isolement»?1

Antwoord 1

Ja.

Vraag 2

Waren nog voor het nu lopende politieonderzoek bij instanties signalen bekend dat de situatie waarin de in het bericht genoemde vrouw zich bevond op zijn minst problematisch was? Zo ja, bij welke instanties, wat waren die signalen en wat is daarmee gedaan?

Antwoord 2

Hierover kan ik geen mededelingen doen vanwege de belangen van opsporing en vervolging die verbonden zijn aan het in mijn antwoord op vraag 4 genoemde strafrechtelijk onderzoek naar deze zaak.

Vraag 3

Is het waar dat er in de gemeenschap waartoe deze vrouw behoort sprake is van een doofpotcultuur? Zo ja, waar blijkt dat uit?

Antwoord 3

Het is bekend dat in gemeenschappen zoals een deel van de Pakistaanse gemeenschap het collectief belangrijker wordt gevonden dan het individu. Een op het collectief gerichte cultuur heeft positieve waarden en kanten. Mensen steunen elkaar en het grote sociale netwerk biedt bescherming en veiligheid. De gevoelde en daadwerkelijke druk van een collectieve gemeenschap kan echter groot zijn. De schaduwkanten zijn groot als het betekent dat een individu in de knel komt. Er is soms sprake van isolatie, beperking van bewegingsvrijheid en ontplooiingsmogelijkheden: een extreme mate van sociale controle. Religie, cultuur of traditie mogen nooit als excuus worden gebruikt voor het gebruiken van geweld tegen mensen, of voor het anderszins treden in de rechten en vrijheden van mensen.

Vraag 4

Wordt de opsporing van de genoemde vrouw belemmerd door het feit dat betrokkenen niet mee willen werken aan het onderzoek? Zo ja, over welke mogelijkheden beschikken politie en justitie om medewerking aan het onderzoek af te dwingen?

Antwoord 4

Het Openbaar Ministerie heeft mij meegedeeld dat op 12 februari jongstleden het levenloze lichaam van de vrouw is aangetroffen. Haar echtgenoot is diezelfde dag aangehouden op verdenking van moord c.q. doodslag. Op 16 februari 2015 heeft de rechter-commissaris de bewaring van de verdachte bevolen voor de duur van veertien dagen.

Over het strafrechtelijk onderzoek kunnen vanwege de belangen van opsporing en vervolging geen mededelingen worden gedaan. De politie en het Openbaar Ministerie staan de gebruikelijke strafvorderlijke middelen ten dienste bij dit onderzoek.

Vraag 5

Is de zorg voor de jonge kinderen van de vermiste vrouw op dit moment in goede handen? Zo ja, hoe weet u dat? Zo nee, wat kunnen en gaan de bevoegde autoriteiten zoals de kinderbescherming daar aan doen?

Antwoord 5

Ik kan geen mededelingen doen over voor individuele kinderen genomen beschermingsmaatregelen.

Naar boven