Vragen van de leden Tellegen en Straus (beiden VVD) aan de Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en aan de Minister van Veiligheid en Justitie over het bericht «Schrik na drie steekpartijen op school in week» (ingezonden 30 januari 2015).

Antwoord van Staatssecretaris Dekker (Onderwijs, Cultuur en Wetenschap) mede namens de Minister van Veiligheid en Justitie (ontvangen 17 maart 2015)

Vraag 1

Bent u bekend met het artikel «Schrik na drie steekpartijen op school in week» in Trouw?1

Antwoord 1

Ja, ik heb kennisgenomen van deze berichtgeving.

Vraag 2

Kunt u bevestigen dat er naar aanleiding van de drie steekpartijen veel aandacht is voor de wijze waarop scholen wapenbezit kunnen terugdringen? Moet er – juist in het kader van preventie – niet veel meer werk worden gemaakt van de vraag hoe de scholieren aan hun wapens komen? Is er zicht op de motieven waarom scholieren wapens mee naar school nemen?

Antwoord 2

Het verbeteren van de (sociale) veiligheid op school is voor ons een prioriteit. Het terugdringen van wapenbezit moet onderdeel zijn van het totale veiligheidsbeleid op school. Daarbij hoort ook een goede ondersteuning van scholen om wapenbezit aan te pakken. Op de portal van de stichting School en Veiligheid (www.schoolenveiligheid.nl), die door OCW wordt gefinancierd, worden hiervoor lesmaterialen, protocollen en praktische tips aangeboden. Ook laat ik de «checklist invoering controle op wapenbezit scholen» actualiseren. Deze checklist is specifiek voor scholen ontwikkeld om de invoering van controle op wapenbezit op scholen soepel te laten verlopen. Het verankeren van de controles in het schoolveiligheidsbeleid en schoolreglement komt ook aan bod.

De vraag hoe scholieren aan hun wapens komen en wat voor soort wapens dit zijn is geen specifiek item in de Monitor sociale veiligheid in en rond scholen.2 Aan de onderzoekers is gevraagd of zij kunnen nagaan om wat voor soort wapens het gaat. Zij geven aan dat het vooral gaat om steekwapens, zoals messen en scharen. Scholieren kunnen deze wapens dus vrijwel overal verkrijgen. De onderzoekers hebben verder geen zicht op de motieven voor sommige scholieren om wapens mee te nemen naar school.

Vraag 3

Wat is de oorzaak achter de toename van de meldingen van wapenbezit door leidinggevenden?

Antwoord 3

De onderzoekers van de Monitor sociale veiligheid in en rond scholen geven aan dat zij, op basis van de monitor, niet met zekerheid kunnen zeggen of er daadwerkelijk sprake is van een objectieve toename van wapenbezit onder leerlingen.3 Zij geven aan dat het kan zijn dat de schoolleiding in de loop van de jaren een bredere definitie is gaan gebruiken voor wapenbezit, waardoor nu meer attributen onder de categorie wapens vallen dan in voorgaande jaren.

Op veel scholen hanteert de leiding inmiddels een strenger beleid («zero tolerance») en let als gevolg daarvan meer op wapenbezit. Door dit scherpere toezicht wordt er ook meer waargenomen, zelfs bij gelijkblijvend wapenbezit. In de monitor wordt geconstateerd dat het beleid strenger is geworden en het toezicht is toegenomen. Zo neemt de monitor een toename in expliciet veiligheidsbeleid en incidentenregistratie waar van 64 procent in 2012 naar 69 procent in 2014. Daarnaast zijn meer dan in de jaren hiervoor externe instanties betrokken bij het opstellen van regels. In 2014 maakte 23 procent van de scholen gebruik van externe instanties bij het opstellen van regels, terwijl dit in voorgaande jaren minder dan 15 procent was. Tevens is er meer aandacht voor regels en omgang met incidenten.

Uit de zelfrapportage onder de leerlingen in het V(S)O blijkt dat het percentage jongeren dat aangeeft zelf wapens, alcohol en/of drugs mee naar school te nemen constant is gebleven tussen de 6 procent en 8 procent. Naar het soort wapens wordt in de monitor niet specifiek gevraagd.

Vraag 4

In hoeverre is de toename van de meldingen van wapenbezit door leidinggevenden te lezen als een toename van het wapenbezit?

Antwoord 4

Ik verwijs u naar het antwoord op vraag 3.

Vraag 5

Is bekend wat de oorzaken zijn van de toename van het gemelde wapenbezit onder scholieren van 22% in 2012 naar 29% in 2014, zoals geconstateerd in de monitor sociale veiligheid in en rond scholen 2014?4 Kan de Minister aangeven om wat voor wapens het hier gaat?

Antwoord 5

Ik verwijs u naar het antwoord op vraag 3.

Vraag 6

Wat gaat u beiden doen om het wapenbezit onder scholieren tegen te gaan?

Antwoord 6

Ik verwijs u naar het antwoord op vraag 2.

Vraag 7

Bent u beiden bekend met het fenomeen Convenant Veilige School? Is deze samenwerking tussen scholen, politie en gemeenten een concept dat, als het gaat om geweldsdelicten en de toename van wapenbezit onder scholieren op school, meer aandacht verdiend?

Antwoord 7

Ja, wij zijn bekend met het Convenant Veilige School. Via het Centrum Criminaliteitspreventie Veiligheid (www.hetccv.nl) en de stichting School en Veiligheid (www.schoolenveiligheid.nl) wordt aandacht gegeven aan dit modelconvenant veilige school. Deze convenanten hebben tot doel om een eenduidig en sluitend stelsel van afspraken te maken tussen gemeente, scholen, politie en openbaar ministerie ten behoeve van een (sociaal) veilig klimaat op en rondom de scholen. Juist deze lokale samenwerking, die maatwerk biedt voor de betrokken partijen, is belangrijk om de veiligheid in en om de school te verbeteren. In steeds meer gemeenten komt deze samenwerking tot stand.


X Noot
1

Trouw, 29 januari 2015, Schrik na drie steekpartijen op school in week

X Noot
2

Sociale veiligheid in en rond scholen, Primair (Speciaal) Onderwijs 2010–2014, Voortgezet (speciaal) Onderwijs 2006–2014. drs. R. Sijbers, D. Fettelaar MSc, drs. W. de Wit, Prof. Dr. T. Mooij. ITS, Radboud Universiteit, Nijmegen, december 2014. Kamerstuk 2015-29240-69, 15 januari 2015.

X Noot
3

Sociale veiligheid in en rond scholen, Primair (Speciaal) Onderwijs 2010–2014, Voortgezet (speciaal) Onderwijs 2006–2014. drs. R. Sijbers, D. Fettelaar MSc, drs. W. de Wit, Prof. Dr. T. Mooij. ITS, Radboud Universiteit, Nijmegen, december 2014. Kamerstuk 2015-29240-69, 15 januari 2015.

X Noot
4

Kamerstuk 29 240, nr. 69

Naar boven