Vragen van de leden Recourt en Marcouch (beiden PvdA) aan de Minister van Veiligheid
en Justitie over het bericht dat allochtone daders een grotere kans op een zware straf
hebben (ingezonden 30 januari 2015).
Antwoord van Minister Opstelten (Veiligheid en Justitie) (ontvangen 12 maart 2015).
Zie ook Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2014–2015, nr. 1386
Vraag 1
Kent u het bericht «Allochtone dader heeft grotere kans op zware straf» en het in
dat bericht genoemde recente onderzoek van de Universiteit Leiden?1 Kent u tevens het in het bericht genoemde onderzoek naar etnisch gerelateerde verschillen
in de rechtspraak uit 2012?
Vraag 2 en 3
Acht u het eerst genoemde onderzoek waarin 110.000 strafdossiers zijn bestudeerd en
met 1.500 gedetineerden is gesproken representatief voor de strafvonnissen en de populatie
gedetineerden in Nederland? Zo nee, waarom niet?
Acht u de door de onderzoekers gekozen onderzoeksmethodiek en uitkomsten van het onderzoek
wetenschappelijk verantwoord? Zo nee, op welke punten niet?
Antwoord 2 en 3
Het onderzoek is in opdracht van de Raad voor de rechtspraak (de Raad) uitgevoerd,
naar aanleiding van een artikel in het Nederlands Juristenblad uit 2012. Uit dit artikel
zou blijken dat allochtone daders zwaarder gestraft worden dan autochtone daders.
De Raad is vanzelfsprekend zeer geïnteresseerd in dit soort signalen, omdat evident
is dat gelijke gevallen gelijk moeten worden behandeld. Ik ga ervan uit dat de Raad
dan ook zorgvuldig heeft gekeken naar de representativiteit van de strafvonnissen
en de onderzoeksmethodiek.
Vraag 4, 5 en 6
Hoeveel hoger is volgens de onderzoekers de kans dat een verdachte met een allochtone
achtergrond eerder dan een autochtone verdachte voor hetzelfde misdrijf tot een (langere)
gevangenisstraf wordt veroordeeld, ook nadat deze verschillen door andere factoren
zijn gecorrigeerd?
Deelt u de mening dat de uitkomst van het onderzoek dat Nederlanders met een allochtone
achtergrond voor hetzelfde misdrijf (gekwalificeerde diefstal) een hogere kans op
gevangenisstraf hebben dan in Nederland geboren verdachten een indicatie kan zijn
dat rechters in hun vonnis bewust of onbewust rekening houden met de die achtergrond
van een verdachte? Zo ja, wat is uw mening hierover? Zo nee, waarom niet en hoe zijn
die verschillen dan wel te verklaren?
Zijn de uitkomsten van het recente onderzoek en dat uit 2012 voor u aanleiding om
te veronderstellen dat rechters onderscheid maken dat gebaseerd is op de etnische
achtergrond van een verdachte? Zo ja, wat gaat u daar aan doen? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 4, 5 en 6
Op het eerste oog lijken er verschillen in de straftoemeting te bestaan. Als echter
rekening wordt gehouden met factoren als het hebben van een crimineel verleden, of
het hebben van een baan, verdampen de verschillen snel. Er blijft dan een klein verschil
over. Hieruit kan niet afgeleid worden dat rechters, bewust of onbewust, rekening
houden met de etnische achtergrond van de verdachte. Het opleggen van een straf is
immers een complex proces waarbij met veel factoren rekening wordt gehouden. Een aantal
factoren dat mogelijk van invloed is, was niet in dit onderzoek betrokken. De Raad
heeft besloten verder onderzoek te laten verrichten. Hierbij denkt de Raad aan mogelijke
miscommunicatie in de rechtszaal door culturele verschillen of taalbarrières, de invloed
van de houding van een verdachte of de kwaliteit van de verdediging. Daarbij zullen
ook gesprekken gevoerd gaan worden met strafrechters, iets wat tot dusver in het kader
van onderzoek naar eventuele etnisch gerelateerde verschillen in de straftoemeting
nog niet heeft plaatsgevonden. Overigens is de rechtspraak druk doende om voorstellen
te doen om de motivering van de strafmaat nog inzichtelijker te maken, zodat zo duidelijk
mogelijk wordt gemaakt waarom de rechter een bepaalde straf of maatregel oplegt.
Vraag 7
Deelt u de mening van de voorzitter van de Raad voor de rechtspraak dat de suggestie
dat rechters onderscheid maken haaks staat op de kernwaarden van de rechter? Zo ja,
hoe gaat u er zorg voor dragen dat rechters dat onderscheid niet maken of dat duidelijk
wordt dat dat onderscheid niet wordt gemaakt? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 7
Zoals ik hiervoor heb toegelicht, valt uit het bewuste onderzoek niet af te leiden
dat rechters, bewust of onbewust, rekening houden met de etnische achtergrond van
de verdachte. Dat betekent dat uit dit onderzoek niet is af te leiden dat de onpartijdigheid
van de rechter in het geding is. Wel heeft de Raad voldoende aanleiding gezien om
vervolgonderzoek aan te kondigen. Bij de vraag of de kernwaarden van de rechtspraak
in het geding zijn gaat het erom of rechters daadwerkelijk onderscheid maken op grond
van etniciteit of niet, en niet om de suggestie dat zij een dergelijk onderscheid
maken.
Vraag 8
Deelt u de mening dat vervolgonderzoek naar het genoemde onderscheid nodig is? Zo
ja, waarom en hoe gaat u dat faciliteren? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 8
Ik verwijs naar mijn antwoord op vragen 4 t/m 6.