Vragen van het lid Smaling (SP) aan de Minister van Infrastructuur en Milieu over de website ruimtelijkeplannen.nl (ingezonden 29 januari 2015).

Antwoord van Minister Schultz van Haegen-Maas Geesteranus (Infrastructuur en Milieu) (ontvangen 2 maart 2015).

Vraag 1

Klopt het feit dat voor de website ruimtelijkeplannen.nl nog steeds een gedateerde versie van een adressen- en coördinatenbestand (ACN) – namelijk een bestand van januari 2011 – wordt gebruikt om adressen aan locaties op de kaart te kunnen koppelen?

Antwoord 1

Ja, dat klopt. Het aansluiten van Ruimtelijkeplannen.nl op de Basisregistratie Adressen en Gebouwen (BAG) is een wettelijke verplichting, die ik zo spoedig als mogelijk is wil realiseren. Zie ook het antwoord op vraag 2. In de afgelopen periode heb ik ervoor gekozen om eerst andere urgente zaken aan te pakken, zoals een betere doorlopende beschikbaarheid van de landelijke voorziening, de werking mogelijk te maken op moderne communicatiemiddelen (tablets en smartphones) en de performance (de snelheid zoals de gebruiker die ervaart) van de dienst te verbeteren.

Vraag 2

Zo ja, op welk moment is de Basisregistratie Adressen en Gebouwen (BAG) geschikt om de zoekdiensten over te zetten van ACN naar BAG? Wat is de reden dat de omzetting sinds 2013 vertraging heeft opgelopen?

Antwoord 2

De ACN maakt gebruik van gegevens van de BAG. Het aansluiten van Ruimtelijkeplannen.nl op de BAG via de aansluiting op de Landelijke Voorziening Publieke Dienstverlening Op de Kaart (PDOK) voorzie ik in 2015 te kunnen realiseren.

Vraag 3

Op welke wijze kunnen bewoners van nieuwe gebieden – postcodes van na 2011 opgeleverde gebouwen – digitaal kennisnemen van geactualiseerde bestemmingsplannen en/of wijzigingen daarop? Op welke wijze worden zij geïnformeerd over tekortkomingen in de huidige voorzieningen?

Antwoord 3

Bewoners van nieuwe gebieden kunnen kennis nemen van nieuwe bestemmingsplannen via de algemene bekendmaking in de digitale Staatscourant of in een lokaal verschijnend blad. In deze publicatie is het unieke identificatienummer van het plan opgenomen. Dit unieke identificatienummer kan gebruikt worden om het plan op te zoeken op Ruimtelijkeplannen.nl. In aanvulling daarop biedt het bevoegd gezag in de digitale bekendmaking op de eigen site veelal ook een directe internetverwijzing aan naar het plan op Ruimtelijkeplannen.nl. Zoeken op de site kan via de kaart, op plaatsnaam, postcode of op planeigenschappen plaatsvinden.

Vraag 4

Is bekend of – vanwege de tekortkomingen in de informatievoorziening – bewoners van deze nieuwe postcodes beroep- en bezwaarmogelijkheden misgelopen zijn? Zo ja, over welke aantallen gaat dat dan? Aan wie en op welke wijze kunnen klachten hierover worden gemeld?

Antwoord 4

Ik heb geen reden te veronderstellen dat beroep- en bezwaarmogelijkheden misgelopen zijn door de gehanteerde versie van het ACN. De beroep- en bezwaarmogelijkheden worden aangegeven in de bekendmaking op grond van de Algemene wet bestuursrecht, die gepubliceerd worden via de algemene bekendmaking in de Staatcourant of de bekendmaking in een lokaal blad. Ruimtelijkeplannen.nl toont alleen de inhoud van het plan.

Vraag 5

Waarom maakt de Belastingdienst nog steeds «op een indirecte wijze» gebruik van de BAG, wanneer er sprake is van inkomensafhankelijke huurverhoging?1 Is dit de snelste werkwijze om aan informatie te komen? Kunt u uw antwoord toelichten?

Antwoord 5

De BAG is een «leverende» registratie aan (onder meer) de basisregistratie personen (BRP), het Handelsregister (HR) en de basisregistratie WOZ. Dat wil zeggen dat deze registraties gegevens (zoals adresinformatie) overnemen uit de BAG en deze gegevens dus niet zelf inwinnen. Een gebruiker, zoals de Belastingdienst, die gebruik maakt van bijvoorbeeld adresgegevens uit de BRP, het HR en de WOZ is daarmee een gebruiker van BAG-gegevens (indirect gebruik). Deze werkwijze is in lijn met de doelstellingen en de architectuur van het stelsel van basisregistraties, want op deze wijze worden gegevens eenmalig ingewonnen en via de keten doorgeleverd en gebruikt. Deze wijze om aan informatie te komen is even snel als het direct betrekken van gegevens uit de BAG.

Vraag 6

Is het naar uw mening een goede werkwijze om de Belastingdienst via de Wet waardering onroerende zaken (WOZ) huurwoningen te laten identificeren en vervolgens voor adressen van bewoners de eigen gegevens met die in de Basisregistratie Personen (BRP) te laten vergelijken? Op welke wijze en op welke termijn wordt deze werkwijze in de toekomst geactualiseerd waardoor de Belastingdienst slechts gebruik hoeft te maken van de BAG om de inkomensafhankelijke huurverhoging te bepalen?

Antwoord 6

De BAG bevat identificerende gegevens en enkele hoofdkenmerken van objecten. De BAG biedt echter niet alle gegevens die de Belastingdienst nodig heeft om de inkomensindicaties voor de inkomensafhankelijke huurverhoging te kunnen vaststellen. Of het om een koopwoning of een huurwoning gaat, wie de eigenaar is en wie de gebruiker, is niet in de BAG opgenomen. De WOZ houdt (via de relatie met de Basisregistratie Kadaster) de eigenaar bij en (via de relatie met de BRP en het Handelsregister) de gebruiker. Die informatie is wel nodig, omdat de inkomensafhankelijke huurverhoging alleen van toepassing is op huurwoningen. Daarnaast levert de BAG ook geen informatie voor het antwoord op de vraag door hoeveel en welke personen de (huur)woning wordt bewoond. Deze informatie is nodig om te kunnen bepalen welke inkomenscategorie aan de huurwoning moet worden gekoppeld. Het louter betrekken van gegevens uit de BAG voor het bepalen van de inkomensafhankelijke huurverhoging is derhalve niet mogelijk.

Vraag 7

Van welk systeem maken provincies, gemeenten, waterschappen, brandweer en Regionale Uitvoeringsdiensten (RUD's) op dit moment gebruik bij de vergunningaanvragen? Is er daarbij sprake van zaken die niet goed verlopen omdat geen gebruik wordt gemaakt van geactualiseerde informatie? Op welke wijze wordt dit gemonitord?

Antwoord 7

Alle genoemde organisaties ontvangen digitaal ingediende vergunningaanvragen en meldingen ingevolge de wetgeving waarvoor zij het bevoegd gezag zijn via het Omgevingsloket Online. Bij de behandeling van de vergunningaanvragen en meldingen maken bevoegd gezagorganisaties gebruik van hun eigen digitale zaaksystemen. Het is aan het bevoegde gezag om deze systemen in te richten en afspraken te maken met adviseurs en uitvoeringspartners als brandweer en regionale uitvoeringsdiensten over de wijze waarop zij deze aanvragen en meldingen vanuit het Omgevingsloket ontvangen. Hierover zijn met RUD’s afspraken gemaakt in dienstverleningsovereenkomsten.

Het Omgevingsloket Online is gebaseerd op actuele wetgeving. Het is aan de organisaties die als bevoegd gezag optreden voor de desbetreffende wetgeving om intern zorg te dragen voor het waarborgen van de actualiteit van de intern gebruikte informatie en te monitoren.

Overigens kunnen aanvragers (burgers en bedrijven) er nog steeds voor kiezen om een vergunningsaanvraag schriftelijk in te dienen bij het bevoegd gezag.

Vraag 8

Op welk moment is de BAG in alle processen en systemen van afnemers verankerd? Is dat naar uw mening ruim op tijd om de nieuwe Omgevingswet er qua verregaande digitalisering «aan op te hangen»? Kunt u uw antwoord toelichten?

Antwoord 8

De verplichting BAG gegevens te gebruiken geldt voor processen waarmee uitvoering gegeven wordt aan een publieke taak. Op basis van de wettelijke evaluatie BAG door de Auditdienst Rijk (2014) is geconstateerd dat het verplichte gebruik nog niet in alle processen volledig gestalte heeft gekregen, maar dat de stelselkoppelingen voor een belangrijk deel gerealiseerd zijn.

Bij het gebruik van de BAG in de nieuwe Omgevingswet spitst de vraag zich toe op de systemen die een rol zullen hebben in de digitalisering voor de Omgevingswet. Voor mijn ministerie betreft het de systemen Omgevingsloket online (Olo), Activiteitenbesluit milieu Internet Module (AIM) en Ruimtelijkeplannen.nl (RP.nl).

Voor de digitalisering voor de Omgevingswet ontwikkel ik plannen voor een Digitaal Stelsel Omgevingswet. Mijn bedoeling is dat er één gebruikersvoorziening komt voor de diensten die Olo, AIM en Ruimtelijkeplannen.nl nu vervullen. Het daarvoor nieuw te ontwikkelen digitale stelsel zal ruim op tijd gereed zijn voor de beoogde inwerkingtreding van de Omgevingswet in 2018 en aangesloten zijn op de BAG.

Vraag 9

Hoe staat het sinds 11 juni 2012 met de doorontwikkeling van het Omgevingsloket online?2 Op welk moment is er sprake van een gezamenlijke digitale agenda voor het omgevingsrecht? Kunt u uw antwoord toelichten?

Antwoord 9

De doorontwikkeling van het Omgevingsloket Online (Olo) maakt onderdeel uit van de verdere digitalisering van de informatie over de fysieke leefomgeving. Het gebruik van Olo blijkt in de praktijk een succes: het aantal digitale aanvragen is hoog en neemt nog steeds toe. Daarmee draagt Olo bij aan de digitalisering van de vergunningsprocessen in het domein van de fysieke leefomgeving.

Om deze resultaten ook in de toekomst te bestendigen wordt momenteel gewerkt aan een nieuwe versie van Olo die naar verwachting in 2016 in gebruik kan worden genomen en vervolgens stapsgewijs wordt doorontwikkeld om op gecontroleerde wijze de Omgevingswet digitaal te gaan ondersteunen.

In het kader van de Omgevingswet werk ik, in een gezamenlijke opdracht van het rijk, IPO, VNG en de Unie van Waterschappen, het concept van de Laan van de Leefomgeving uit, een samenhangend digitaal stelsel ter ondersteuning van de uitvoering van de Omgevingswet. Hoe die Laan er uit kan komen te zien is beschreven in de Definitiestudie «Naar de Laan van de Leefomgeving» die uw Kamer op 18 februari 2015 heeft ontvangen als bijlage bij mijn brief Contouren uitvoeringsregelgeving Omgevingswet (Kamerstuk 33 118, nr.18). Alle betrokken overheden zijn voornemens dit jaar in een bestuurlijk akkoord afspraken te maken over de implementatie van de Omgevingswet waaronder over de scope (de «digitale agenda») en de planning van dit digitaal stelsel.


X Noot
1

Kamerstuk 32 660, nr. 61

X Noot
2

Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2011–2012, nr. 2875

Naar boven